HOGE RAAD DER NEDERLANDEN STRAFKAMER Nummer 23/02776 P Datum 8 juli 2025 ARREST op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 12 juli 2023, nummer 21-000434-20, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste van [betrokkene] , geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1968, hierna: de betrokkene. 1Procesverloop in cassatie Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Namens deze heeft de advocaat N. van Schaik bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De advocaat-generaal P.H.P.H.M.C. van Kempen heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de hoogte van de opgelegde betalingsverplichting ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel, vermindering van het te betalen bedrag in die zin dat de hoogte daarvan € 247.653,10 bedraagt en verwerping van het cassatieberoep voor het overige. 2Beoordeling van het tweede cassatiemiddel 2.1 Het cassatiemiddel klaagt onder meer dat het hof kosten die uit de bewijsmiddelen blijken, niet in mindering heeft gebracht op het bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat. 2.2 Voor zover het cassatiemiddel hierover klaagt, slaagt het. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 3.4 en 4.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.