HOGE RAAD DER NEDERLANDEN STRAFKAMER Nummer 24/00899 B Datum 15 juli 2025 BESCHIKKING op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Limburg van 13 februari 2024, nummer RK 23/024504, op een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend door [klager] , geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1991, hierna: de klager. 1Procesverloop in cassatie Het beroep is ingesteld door de klager. Namens deze heeft de advocaat J.J. Jaspers bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De advocaat-generaal M.E. van Wees heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden beschikking en tot terugwijzing van de zaak naar de rechtbank Limburg teneinde op het bestaande beklag te worden behandeld en afgedaan. 2Beoordeling van het cassatiemiddel 2.1 Het cassatiemiddel klaagt dat de ongegrondverklaring van het klaagschrift, gelet op wat door en namens de klager is aangevoerd, ontoereikend is gemotiveerd. 2.2.1 Het klaagschrift, dat strekt tot teruggave aan de klager van een onder hem inbeslaggenomen voertuig, houdt onder meer in: “Op 18 augustus 2023 is de auto van klager inbeslaggenomen. De auto betreft een Citroen Berlingo, kleur wit, waarop nummerplaten waren gemonteerd met het Belgische [kenteken 1] . (...) Klager werd op voornoemde datum aangehouden nadat bij een controle uit de systemen van de politie kwam naar voren dat het Belgische [kenteken 1] geregistreerd stond op naam van cliënt en behorende bij een Audi S4. Uit de systemen van de politie kwam tevens naar voren dat de Citroen Berlingo met het chassisnummer [nummer] (de auto van cliënt) sinds 10-08-2023 niet meer staat geregistreerd. Tevens kwam naar voren dat bij de bestelauto een Belgische kentekenplaat hoort met het [kenteken 2] en dat deze auto als gestolen staat geregistreerd. In het proces-verbaal van de politie staat dat cliënt zou hebben verklaard dat zijn eigen auto ‘de Audi’ bij de garage staat en gerepareerd wordt. Tevens zou hij kennelijk hebben verklaard dat hij de Citroen Berlingo als leenauto heeft meegekregen en dat hij met zijn eigen platen daarmee zou mogen rijden. Dat hij dit zou hebben verklaard bevreemdt, zoals hierna nader zal worden toegelicht. Mogelijk is er enige spraakverwarring ontstaan omdat klager Franstalig is en niet goed tot uitdrukking heeft kunnen brengen, dan wel dat de politie hem verkeerd heeft begrepen. Wat daar ook van zij. Klager heeft de auto in augustus 2023 gekocht van [betrokkene 1] , wonende te [plaats] . Als bijlage wordt overgelegd de koopovereenkomst alsook een kopie van het identiteitsbewijs van de verkoopster (bijlage 1). Voorts heeft cliënt de auto op 18 augustus 2023 verzekerd bij AG. Een kopie van het verzekeringsbewijs wordt bijgaand overgelegd (bijlage 2). Op het verzekeringsbewijs staat vermeld “Citroen Berlingo" met [kenteken 1] . De Citroen Berlingo was ook technisch gekeurd en kort na de inbeslagname ontving klager ook het keuringsbewijs (bijlage 3). De auto was (en is) dus zijn eigendom, alleen reed hij op het moment van aanhouding daarin in Nederland terwijl de kentekenplaten nog geregistreerd stonden als behorende bij de Audi. Cliënt verkeerde in de veronderstelling dat hij met die kentekenplaten mocht rijden, ook in het buitenland omdat dit hem bij de garage was medegedeeld. Dat cliënt niet met deze kentekenplaten in Nederland mocht rijden is hem eerst na de staandehouding duidelijk geworden. (...) Klager heeft de auto dringend nodig. Daarnaast geldt dat hij geen strafbare feiten o.i.d. heeft gepleegd. Vervreemding van de auto brengt hem in een lastige (afhankelijke) positie en brengt voorts financieel nadeel met zich mee. Klager is van mening dat bij het afwegen van de belangen zijn belang bij teruggave van de auto prevaleert boven het algemeen belang. Klager erkent dat hij zich inmiddels realiseert dat het rijden met verkeerde kentekenplaten niet is toegestaan en een strafbaar feit oplevert. Echter, in tegenstelling tot wat eerder kennelijk werd verondersteld, geldt niet (langer) als uitgangspunt dat de auto gestolen is en cliënt meent genoeglijk te hebben aangetoond dat de auto aan hem in eigendom toebehoort. Klager wordt onevenredig hard geraakt met de voorgenomen vervreemding. Voortzetting van het beslag en vervreemding zijn niet proportioneel.” 2.2.2 Het proces-verbaal van de behandeling van het klaagschrift in raadkamer houdt onder meer in: “Aan de raadsman wordt gelegenheid geboden het klaagschrift toe te lichten. De raadsman voert het volgende aan: Het voertuig van de klager is op 18 augustus 2023 onder hem inbeslaggenomen. De reden dat de klager verzoekt om teruggave van het voertuig is omdat hij het idee heeft dat hij niets fout heeft gedaan. De klager dacht dat hij gewoon met het [kenteken 1] mocht rijden en heeft zich daar ook over geïnformeerd. Ik heb geen vordering gezien dat er een verdenking rust op de klager noch dat het voertuig nodig is voor nader onderzoek. De klager heeft de auto gekocht en heeft deze nodig voor zijn werk. Ik heb stukken ingediend waaruit volgt dat het voertuig op naam van de klager staat en derhalve niet gestolen is. De klager stelt dat hij niet wist dat hij met deze kentekenplaten niet mocht rijden. Er is geen strafvorderlijk belang meer om het voertuig in beslag te houden en vandaar verzoek ik ook tot teruggave van het voertuig. De officier van justitie brengt naar voren: In het systeem is te zien dat het voertuig niet langer geregistreerd staat. Ik heb geen nadere informatie omtrent een eventuele diefstal. Waar het om gaat is dat de kentekenplaten die gevoerd zijn niet kloppen. Het voertuig is niet geregistreerd en er is geen kentekenhouder bekend. Dat is de reden waarom het voertuig niet kan worden geretourneerd aan de klager en dat is ook hetgeen de klager wordt verweten. De rechter stelt vast dat in de overlegde stukken geen kentekenbewijs zit zoals wij dat in Nederland kennen. De raadsman voert aan: In België hoort het kenteken bij de eigenaar en niet bij het voertuig. Daar lag ook precies het probleem, namelijk om het voertuig op naam van de klager te krijgen. Desgevraagd antwoordt de klager dat het voertuig pas geregistreerd kan worden als er een technische controle is doorlopen. In België mag de koper van een auto tijdelijk de kentekenplaten van zijn vorige auto gebruiken totdat de technische controle is uitgevoerd. Het voertuig is voor deze technische controle inbeslaggenomen, waardoor ik de technische controle niet heb kunnen laten uitvoeren. Er stond wel al een afspraak gepland en daar zijn ook stukken van overgelegd. De rechter stelt vast dat het voertuig ten tijde van de inbeslagname niet op naam stond van de klager. De officier van justitie voert aan: Het is op dit moment nog onduidelijk of de klager zal worden vervolgd. Een niet op naam gesteld voertuig kan niet worden geretourneerd. Er is sprake van strafvorderlijk belang hetgeen zich verzet tegen teruggave van het voertuig aan de klager. De raadsman voert aan: Ik zie nog altijd niet in waarom er (nog steeds) een strafvorderlijk belang is. Al het onderzoek aan het voertuig is reeds verricht dus het kan hooguit een financiële kwestie zijn. Er zijn geen nadere onderzoekshandelingen ten aanzien van het voertuig en het is onduidelijk of de klager al dan niet zal worden vervolgd. De klager voert aan: Ik was niet op de hoogte van de Nederlandse wetgeving en ik heb mij niet voldoende laten inlichten over de wetgeving hier. Ik ben uitgegaan van de Belgische wetgeving. Ik heb me verschillende keren gemeld bij de douane, maar ze wilden mij niets vertellen over de stand van zaken. Het voertuig stond ten tijde van inbeslagname nog niet op mijn naam, maar stond nog steeds op naam van de oude eigenaar geregistreerd. Het zou een termijn van 15 dagen betreffen om de technische controle te doorlopen en het voertuig om mijn naam te laten registreren. De officier van justitie voert aan: Het betreft het rijden zonder een geldige tenaamstelling. Uit de beslagstukken volgt dat de registratie van de oude eigenaar, te weten [betrokkene 1] , op 21 april 2023 is geëindigd. Dan lijkt het verhaal van de klager niet te kloppen.” 2.2.3 De rechtbank heeft het beklag ongegrond verklaard. De rechtbank heeft daartoe onder meer overwogen: “Feiten Uit de kennisgeving van inbeslagname op grond van artikel 94 Sv, blijkt dat op 18 augustus 2023 onder klager in beslag is genomen: - Een bestelauto, merk Citroën met [kenteken 1] en chassisnummer [nummer]
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.