HOGE RAAD DER NEDERLANDEN BELASTINGKAMER Nummer 22/02563 Datum 11 juli 2025 ARREST in de zaak van [X] GMBH (hierna: belanghebbende) tegen de STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 24 mei 2022, nr. 21/00372, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Noord-Holland (nr. HAA 19/85) betreffende aan belanghebbende uitgereikte uitnodigingen tot betaling van antidumpingrechten. 1Geding in cassatie Belanghebbende, vertegenwoordigd door R. Andringa, heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. De Staatssecretaris, vertegenwoordigd door [P], heeft een verweerschrift ingediend. 2Uitgangspunten in cassatie 2.1 Belanghebbende is een in Duitsland gevestigde onderneming. Op 4 november 2013 en 4 december 2013 heeft een door belanghebbende in Nederland aangewezen vertegenwoordiger op naam en voor rekening van belanghebbende aangifte gedaan voor het brengen in het vrije verkeer van een partij fotovoltaïsche modules van kristallijn silicium, postonderverdeling 8541 40 90 van de Gecombineerde Nomenclatuur, oftewel zonnepanelen. In de desbetreffende douaneaangiften is als de niet-preferentiële oorsprong van de zonnepanelen Taiwan vermeld. 2.2 Tijdens de hiervoor in 2.1 vermelde periode waren op grond van artikel 1 van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 513/2013 op fotovoltaïsche modules van kristallijn silicium en de belangrijkste componenten daarvan (cellen), van oorsprong uit of verzonden uit de Volksrepubliek China (hierna: Vo. 513/2013), voorlopige antidumpingrechten ingesteld. 2.3 Het Europees Bureau voor fraudebestrijding (hierna: OLAF) heeft in november 2014 in Taiwan onderzoek verricht naar de oorsprong van zonnepanelen die vanuit Taiwan werden ingevoerd in de Europese Unie en waarvan het vermoeden was gerezen dat die zonnepanelen ter ontduiking van de antidumpingrechten uit China via Taiwan (doorvoer) in de Europese Unie werden ingevoerd. In dat onderzoek zijn ook de hiervoor in 2.1 bedoelde partijen zonnepanelen van belanghebbende betrokken. OLAF heeft vastgesteld dat de door belanghebbende aangekochte zonnepanelen vanuit de Volksrepubliek China zijn binnengebracht in een zogenoemde free trade zone in Taiwan en dat diezelfde zonnepanelen na overlading zijn wederuitgevoerd van de free trade zone naar de Europese Unie. 2.4 Op basis van de bevindingen van OLAF heeft de Inspecteur bewezen geacht dat de door belanghebbende in het vrije verkeer gebrachte zonnepanelen niet van oorsprong uit Taiwan zijn maar van oorsprong uit China. Daarom zijn ter zake van die zonnepanelen uitnodigingen tot betaling aan belanghebbende uitgereikt voor definitieve antidumpingrechten. 3Beoordeling van de middelen 3.1 Voor het Hof was niet in geschil dat de door belanghebbende aangekochte zonnepanelen zijn vervaardigd (geassembleerd) in China en dat zij via de hiervoor in de tweede alinea van 2.3 beschreven route via Taiwan naar Rotterdam zijn vervoerd. Wel was in geschil of de zonnepanelen van oorsprong uit China zijn dan wel vanuit China zijn vervoerd in de zin van Uitvoeringsverordening (EU) Nr. 1357/2013 (hierna: Vo. 1357/2013). Bij Vo. 1357/2013 is bijlage 11 van de Uitvoeringsverordening Communautair douanewetboek (hierna: de UCDW) gewijzigd. In die bijlage is de lijst vastgesteld van producten waarvan de verwerking of de bewerking wordt geacht er hun oorsprong aan te verlenen in de zin van artikel 24 van de UCDW. In de gewijzigde bijlage 11 zijn nieuwe producten opgenomen, namelijk zonnecellen, -modules en -panelen, en is gepreciseerd dat zonnemodules en -panelen moeten worden beschouwd als producten van oorsprong uit het land waaruit de zonnecellen waaruit zij zijn samengesteld, afkomstig zijn. Belanghebbende voerde voor het Hof aan dat zij kan bewijzen dat de zonnepanelen in China zijn vervaardigd door het assembleren van zonnecellen van oorsprong uit Taiwan op panelen van oorsprong uit China. Volgens belanghebbende is met deze bewerking bewerkstelligd dat de zonnecellen van oorsprong uit Taiwan zijn en daarmee, ondanks hun assemblage in China, niet zijn verzonden uit China, maar uit Taiwan. 3.2 Het Hof heeft geoordeeld dat de door belanghebbende overgelegde documenten betreffende de aankoop door de Chinese producent van zonnecellen van een in Taiwan gevestigde leverancier geen duidelijkheid verschaffen over de oorsprong van de zonnecellen die in de zonnepanelen van belanghebbende zijn verwerkt. Die documenten bevatten geen enkele verwijzing naar of overeenkomst met die zonnepanelen. Omdat de zonnepanelen van belanghebbende in China zijn geassembleerd en niet aannemelijk is gemaakt dat daarbij gebruik is gemaakt van zonnecellen van niet-Chinese oorsprong, is het Hof ervan uitgegaan dat de zonnepanelen van Chinese oorsprong zijn. Daarbij heeft het Hof in aanmerking genomen dat tussen partijen niet langer in geschil is dat de zonnepanelen vanuit China naar Taiwan zijn vervoerd en dat de zonnepanelen bij aankomst in de free trade zone in Taiwan zijn aangegeven als van oorsprong China. 3.3 Middel I richt zich tegen het oordeel van het Hof dat de door belanghebbende aangekochte zonnepanelen van Chinese oorsprong zijn. Het middel betoogt dat het Hof ten onrechte heeft geoordeeld dat de niet-preferentiële oorsprong van zonnepanelen wordt bepaald door het land waar de zonnepanelen zijn geassembleerd, en dat het Hof ook ten onrechte heeft geoordeeld dat de bewijslast van de niet-preferentiële oorsprong van de zonnecellen, en daarmee van de panelen, op belanghebbende rust. Volgens het middel rust op de Inspecteur de last te bewijzen dat de zonnepanelen van de door hem gestelde oorsprong China zijn. Aangezien de antidumpingrechten niet alleen zijn ingesteld voor fotovoltaïsche panelen van Chinese niet-preferentiële oorsprong maar ook voor fotovoltaïsche panelen verzonden uit China, had het Hof moeten onderzoeken of de zonnepanelen vanuit China zijn verzonden, zulks in het licht van hetgeen de Commissie heeft gesteld over de vaststelling van het land waaruit de fotovoltaïsche panelen zijn verzonden. 3.4.1 Bij de behandeling van middel I wordt het volgende vooropgesteld. 3.4.2 Op grond van artikel 1, lid 1, van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1238/2013 (hierna: Vo. 1238/2013) is met ingang van 6 december 2013 een definitief antidumpingrecht ingesteld op fotovoltaïsche modules of panelen van kristallijn silicium en in dergelijke modules en panelen gebruikte cellen, ingedeeld – voor zover voor deze zaak van belang – onder de GN-code ex 8541 40 90 (Taric-code 8541 40 90 29), van oorsprong uit of verzonden uit de Volksrepubliek China, tenzij het om goederen in doorvoer in de zin van artikel V van de GATT-overeenkomst gaat. Artikel 2, lid 2, van Vo. 1238/2013 bepaalt dat de bedragen die uit hoofde van het voorlopige antidumpingrecht overeenkomstig Vo. 513/2013 vanaf 6 maart 2013 bij de invoer van hiervoor bedoelde goederen als zekerheid zijn gesteld, definitief worden geïnd. 3.4.3 Artikel V van de GATT (General Agreement on Tariffs and Trade) regelt de vrijheid van doorvoer (freedom of transit). Artikel V, lid 1, van de GATT luidt als volgt: “
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.