HOGE RAAD DER NEDERLANDEN STRAFKAMER Nummer 23/02693 Datum 30 september 2025 ARREST op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 12 juli 2023, nummer 23-002476-22, in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1999, hierna: de verdachte. 1Procesverloop in cassatie Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat S.F.W. van ’t Hullenaar bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is schriftelijk toegelicht. De advocaat-generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot vernietiging van de uitspraak van het hof en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Amsterdam, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan. 2Beoordeling van het cassatiemiddel 2.1 Het cassatiemiddel klaagt dat de verdachte niet het recht is gelaten het laatst te spreken. 2.2.1 Het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep houdt onder meer in: “De voorzitter deelt mede dat op de terechtzitting van heden eerst de ontvankelijkheid van het hoger beroep aan de orde is. Daarbij merkt de voorzitter op dat uit de mailcorrespondentie met de raadsman en de advocaat-generaal is gebleken dat zij van standpunt verschillen over de vraag of de verdachte tijdig hoger beroep heeft ingesteld. Gevraagd naar haar standpunt deelt de advocaat-generaal mede: Op 13 oktober 2021 heeft de rechtbank Noord-Holland, locatie Alkmaar, de verdachte bij verstek veroordeeld. Blijkens een akte van uitreiking is het verstekvonnis op 1 september 2022 om 11:45 uur in persoon aan de verdachte uitgereikt. De verdachte heeft deze akte van uitreiking ondertekend en heeft zich daarbij gelegitimeerd met zijn rijbewijs. Op de akte van uitreiking staat alleen het parketnummer van eerste aanleg vermeld en wel 96-193182-20, er staat dus niet expliciet vermeld welk stuk is uitgereikt. Ik heb geprobeerd te achterhalen welk stuk is betekend. Het CVOM heeft te kennen gegeven dat in het systeem van de politie als te betekenen stukken staat: mededeling uitspraak met daarin alle parketnummers van het vonnis waar het in deze zaak om gaat (het hof begrijpt: 96-193182-20, 96-290587-20 en 96-325837-20). Bij deze mededeling uitspraak is een bijsluiter gevoegd, waarin staat dat de verdachte na het betekenen van de stukken, binnen twee weken hoger beroep kan instellen. Vervolgens is namens de verdachte op 16 september 2022, dus één dag te laat, hoger beroep ingesteld. Derhalve vorder ik niet-ontvankelijk verklaring van de verdachte in zijn hoger beroep. Gevraagd naar zijn standpunt deelt de raadsman mede: Ik heb zojuist met mijn cliënt gesproken en hem de stukken laten zien die op 1 september 2022 aan hem zouden zijn uitgereikt. Mijn cliënt heeft verklaard dat hij staande is gehouden op zijn scooter waarna hij mee moest naar het politiebureau. Vervolgens is zijn scooter inbeslaggenomen en mocht hij weer gaan. Hij heeft toen wel iets moeten tekenen, maar heeft geen uitspraak uitgereikt gekregen en hem is toen ook niet verteld dat hij binnen twee weken hoger beroep kon instellen. De akte van uitreiking van 1 september 2022 zegt niet veel over welk stuk is uitgereikt. Mijn cliënt stelt dat hij niets uitgereikt heeft gekregen, ook geen kennisgeving van inbeslagname van zijn scooter. Ik raakte op de hoogte van het vonnis doordat dit ter sprake kwam op een terechtzitting op 7 september
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.