HOGE RAAD DER NEDERLANDEN STRAFKAMER Nummer 25/00500 CW Datum 30 september 2025 ARREST op het beroep in cassatie in het belang van de wet van de procureur-generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden tegen een beslissing van de raadsheer-commissaris in het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in de strafzaak, nummer 21-004686-23, tegen [verdachte] , geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1992, hierna: de verdachte. 1Waar het in deze zaak om gaat 1.1 Bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft een pilot plaatsgevonden waarin met instemming van het openbaar ministerie en de verdediging getuigen zijn gehoord door een door de raadsheer-commissaris aangewezen ‘senior gerechtsjurist’, waarmee wordt gedoeld op een ‘gerechtsambtenaar’ als bedoeld in artikel 14 lid 1, aanhef en onder b, van de Wet op de rechterlijke organisatie (hierna: RO). Naar aanleiding van deze pilot heeft de procureur-generaal een vordering tot cassatie in het belang van de wet ingesteld. Het cassatiemiddel van de procureur-generaal stelt de vraag aan de orde of de in de pilot gebruikte werkwijze toelaatbaar is. 1.2 In de strafzaak waarop de vordering van de procureur-generaal betrekking heeft, zijn op verzoek van de verdediging [getuige 1] en [getuige 2] als getuigen gehoord. Deze verhoren zijn in het kader van de hiervoor genoemde pilot verricht door een door de raadsheer-commissaris aangewezen senior gerechtsjurist. 2Het cassatieberoep De procureur-generaal heeft beroep in cassatie in het belang van de wet ingesteld. De voordracht tot cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. De vordering strekt tot vernietiging van de beslissing tot, althans de handeling bestaande uit het doen horen van getuigen [getuige 1] en [getuige 2] in het kabinet van de raadsheer-commissaris door een senior gerechtsjurist in plaats van door een raadsheer-commissaris. 3Beoordeling van het cassatiemiddel 3.1 Het cassatiemiddel klaagt dat, na toewijzing van het verzoek van de verdediging aan de raadsheer-commissaris tot het horen van [getuige 1] en [getuige 2] als getuigen, het horen van die getuigen heeft plaatsgevonden door een senior gerechtsjurist in plaats van door een raadsheer-commissaris. 3.2.1 Namens de verdachte is het verzoek gedaan tot het horen van [getuige 1] en [getuige 2] als getuigen. De poortraadsheer van het hof heeft dit verzoek toegewezen. 3.2.2 Een e-mailbericht van 20 maart 2024 van de teamvoorzitter van het hof aan de raadsman van de verdachte houdt onder meer in: “In het kader van het programma ‘tijdige rechtspraak’ en hiermee samenhangende wens om de doorlooptijden en achterstanden bij het kabinet RHC weg te werken, zijn we bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden gestart met een pilot waarbij in een aantal speciaal daarvoor geselecteerde zaken getuigen o.l.v. een raadsheer-commissaris zullen worden gehoord door ervaren en daarvoor opgeleide senior gerechtsjuristen. Het is vanzelfsprekend de bedoeling dat u uw ondervragingsrecht kunt uitoefenen op dezelfde manier als vond het verhoor door de raadsheer-commissaris plaats. Het verhoor zal in ieder geval worden gesloten door de raadsheer-commissaris die zich er bij sluiting van het verhoor van zal vergewissen dat het verhoor volgens de regelen der kunst is afgenomen en dat de weergave in het proces-verbaal de juiste is. De zaak van uw cliënt [verdachte] werd in het kader van deze pilot geselecteerd. In die zaak verzocht u om [getuige 1] en [getuige 2] te horen als getuigen. Graag zou ik alvorens tot de planning van de verhoren over te gaan van u een schriftelijk bevestiging ontvangen dat u er geen bezwaar tegen heeft dat de getuigen op bovengenoemde manier worden gehoord. Mocht u vragen hebben over dit project dan nodig ik u uit om contact met mij op te nemen.” 3.2.3 Bij e-mailbericht van 27 maart 2024 heeft de raadsman aan die teamvoorzitter bericht dat vanuit de verdediging geen bezwaar bestaat tegen het horen van de getuigen door een senior gerechtsjurist. 3.2.4 In de oproeping van de raadsman van de verdachte voor het getuigenverhoor is vermeld dat de raadsheer-commissaris een senior gerechtsjurist heeft aangewezen voor het verrichten van het verhoor. Op 24 mei 2024 zijn de getuigen gehoord door deze senior gerechtsjurist. Het proces-verbaal van verhoor van de getuige [getuige 1] houdt onder meer in: “Aanwezig: [naam 1] , senior gerechtsjurist [naam 2] , griffier [naam 3] , raadsman van verdachte (...) Als getuige wordt gehoord: [getuige 1] (...) Op de vragen van de senior gerechtsjurist antwoordt de getuige als volgt: (...) Op de vragen van de raadsman antwoordt de getuige als volgt: (...) De advocaat-generaal heeft aangegeven niet aanwezig te zullen zijn bij het verhoor en heeft vooraf geen schriftelijke vragen ingediend. Voorgelezen, volhard en getekend. De getuige: [handtekening] Waarvan proces-verbaal, De griffier, De senior gerechtsjurist [handtekening] [handtekening] [naam 2] [naam 1] Ten overstaan van de raadsheer-commissaris bevestigen de getuige en de raadsman dat hetgeen is vastgelegd in het opgemaakte proces-verbaal en zojuist is voorgelezen een juiste zakelijke weergave is van hetgeen door de getuige is verklaard, dat het verhoor zorgvuldig heeft plaatsgevonden en dat de verdediging in de gelegenheid is gesteld het ondervragingsrecht uit te oefenen. De raadsheer-commissaris sluit daarop het verhoor. De raadsheer-commissaris, [handtekening] [naam 4] .” 3.2.5 Het proces-verbaal van verhoor van de getuige [getuige 2] houdt onder meer in: “Aanwezig: [naam 1] , senior gerechtsjurist [naam 2] , griffier [naam 3] , raadsman van verdachte (...) Als getuige wordt gehoord: [getuige 2] (...) Op de vragen van de senior gerechtsjurist antwoordt de getuige als volgt: (...) Op de vragen van de raadsman antwoordt de getuige als volgt: (...) De advocaat-generaal heeft aangegeven niet aanwezig te zullen zijn bij het verhoor en heeft vooraf geen schriftelijke vragen ingediend. Voorgelezen, volhard en getekend. De getuige: [handtekening] Waarvan proces-verbaal, De griffier, De senior gerechtsjurist [handtekening] [handtekening] [naam 2] [naam 1] Ten overstaan van de raadsheer-commissaris bevestigen de getuige en de raadsman dat hetgeen is vastgelegd in het opgemaakte proces-verbaal en zojuist is voorgelezen een juiste zakelijke weergave is van hetgeen door de getuige is verklaard, dat het verhoor zorgvuldig heeft plaatsgevonden en dat de verdediging in de gelegenheid is gesteld het ondervragingsrecht uit te oefenen. De raadsheer-commissaris sluit daarop het verhoor. De raadsheer-commissaris, [handtekening] [naam 4] .” 3.3.1 De volgende bepalingen zijn van belang. - Artikel 177 lid 1 van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv), geplaatst in de Tweede Titel van het Tweede Boek van dat wetboek: “De rechter-commissaris kan, zoveel mogelijk door tussenkomst van de officier van justitie, in het belang van het onderzoek, het doen van nasporingen opdragen en bevelen geven aan de ambtenaren genoemd in artikel 141 onder b, c en d en aan de personen genoemd in artikel 142, eerste lid.” - Artikel 210 lid 1 Sv, geplaatst in de Vierde afdeling van de Derde Titel van het Tweede Boek van dat wetboek: “De rechter-commissaris verhoort den getuige, wiens verhoor door hem wenschelijk wordt geoordeeld, door den rechter wordt bevolen of door den officier van justitie wordt gevorderd. Hij kan diens dagvaarding bevelen.” - Artikel 316 Sv: “
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.