HOGE RAAD DER NEDERLANDEN STRAFKAMER Nummer 24/00279 Datum 21 januari 2025 ARREST op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 17 januari 2024, nummer 23-001071-23, in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1969, hierna: de verdachte. 1Procesverloop in cassatie Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft M.W. Stoet, advocaat in ’s-Gravenhage, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De advocaat-generaal B.F. Keulen heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de strafoplegging, tot terugwijzing van de zaak naar het Gerechtshof Amsterdam teneinde in zoverre op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan, en tot verwerping van het beroep voor het overige. 2Beoordeling van het eerste en het tweede cassatiemiddel De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie). 3Beoordeling van het derde cassatiemiddel 3.1 Het cassatiemiddel klaagt dat het hof de oplegging van de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders (hierna: ISD-maatregel) heeft gebaseerd op een advies dat bij het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van 20 december 2023 meer dan een jaar oud was, terwijl de verdachte niet heeft ingestemd met het gebruik van dat advies. 3.2.1 Het proces-verbaal van de terechtzitting in eerste aanleg van 15 maart 2023 houdt onder meer in: “De jongste rechter doet de in de zittingzaal verschenen deskundige voor de rechtbank verschijnen.(...)De deskundige [betrokkene] , (...) van beroep reclasseringswerker bij [B] te Amsterdam en aldaar domicilie kiezende, verklaart, zakelijk weergegeven, als volgt: Ik heb niet zoveel aan mijn advies toe te voegen. Dat er sprake is van een verstandelijke beperking, is het belangrijkste.” 3.2.2 Het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep van 20 december 2023 houdt onder meer in: “Het onderzoek ter terechtzitting wordt opnieuw aangevangen wegens de gewijzigde samenstelling van het hof.(...)De voorzitter houdt het Reclasseringsrapport van [B] van 7 december 2022 voor, waarin wordt geadviseerd om aan de verdachte een onvoorwaardelijke ISD-maatregel op te leggen.” 3.2.3 Het hof heeft de verdachte veroordeeld voor drie mishandelingen, waarvan één van een ambtenaar in de rechtmatige uitoefening van de bediening, en aan hem de ISD-maatregel opgelegd. Het hof heeft daartoe onder meer overwogen: “Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen maatregel bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen. Het hof heeft kennisgenomen van het reclasseringsadvies van [B] van 7 december 2022, opgemaakt door reclasseringswerker [betrokkene] . Dit rapport houdt - zakelijk weergegeven - onder meer het volgende in: De verdachte staat langdurig geregistreerd als veelpleger en voldoet aan de criteria voor het opleggen van de ISD-maatregel. In eerdere rapportages, waaronder een dubbelrapportage uit 2020, wordt een consistent beeld van de verdachte geschetst. Bij hem is sprake van een complex samenspel van verschillende psychiatrische aandoeningen. Zo is sprake van een persoonlijkheidsstoornis, een verstandelijke beperking, mogelijk een psychotische stoornis en een stoornis in het gebruik van middelen, met name cannabis. Ook zijn er chronische problemen betreffende agressieregulatie en impulscontrole. Vanuit de beschreven problematiek is het voor de verdachte niet of nauwelijks mogelijk agressie te reguleren. Hij gaat snel de discussie met anderen aan en ervaart dan met grote regelmaat gevoelens van onrecht en gekrenktheid. Daarbij heeft de verdachte angst om van anderen afhankelijk te zijn en geeft hij aan zich niet te houden aan regels die hem door anderen worden opgelegd. Deze eigenschappen vormen een duurzaam patroon doorheen het leven van de verdachte en maken dat hij op sociaal-maatschappelijk gebied in de marge functioneert. Er zijn geen beschermende factoren aanwezig: hij heeft geen huisvesting, betekenisvolle relaties, werk of dagbesteding. Vanwege een beperkt probleembesef en het ontbreken van ziekte-inzicht ziet de verdachte ook geen noodzaak tot behandeling. Het recidiverisico, risico op letselschade en het risico op onttrekking worden als hoog ingeschat. Bij veroordeling adviseert de Reclassering de oplegging van een onvoorwaardelijke ISD-maatregel. Bij de verdachte is sprake van een intellectuele beperking, een persoonlijkheidsproblematiek, een middelenafhankelijkheid en een psychotische kwetsbaarheid. Dit maakt hem blijvend afhankelijk van externe sturing en begeleiding, maar door zijn gebrekkige ziekte-inzicht, zelfoverschatting, autonomiebehoefte en verhoogde krenkbaarheid is hij moeilijk begeleidbaar. Daardoor is behandeling binnen een voorwaardelijk kader niet haalbaar. Bovenstaand rapport is weliswaar gedateerd op 7 december 2022, maar de Reclasseringswerker [betrokkene] is ter terechtzitting in eerste aanleg van 15 maart 2023 als deskundige gehoord, alwaar zij haar inschattingen, conclusies en advies heeft gehandhaafd. Het hof gaat om die reden uit van 15 maart 2023 als dagtekening van het advies.” 3.3 Artikel 38m lid 4 van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr) luidt: “
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.