ECLI:NL:HR:2026:516
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN CIVIELE KAMER Nummer 25/01449 Datum 27 maart 2026 BESCHIKKING In de zaak van 1. JUNIUS 19, gevestigd te Amsterdam, hierna: Junius, 2. [eiser 2], wonende te [woonplaats], hierna: [eiser 2], VERZOEKERS tot cassatie, hierna gezamenlijk: Junius c.s., advocaten: T.T. van Zanten en aanvankelijk L. van den Reek, thans E.E. Neele, tegen STICHTING FONDS TOT BEHEER VAN HET VOORMALIGE VERMOGEN VAN HET KERKGENOOTSCHAP DES HEREN NIEUWE KERK ZIJNDE NOVA HIEROSOLYMA, gevestigd te Den Haag, VERWEERSTER in cassatie, hierna: de Stichting, advocaat: J.W.H. van Wijk.
1Procesverloop Voor het verloop van het geding in feitelijke instantie verwijst de Hoge Raad naar de beschikking in de zaak C/09/662881 / HA RK 24-132 van de rechtbank Den Haag van 16 januari 2025.
Junius c.s. hebben tegen de beschikking van de rechtbank beroep in cassatie ingesteld.
De Stichting heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal B.F. Assink strekt tot vernietiging van de beschikking van 16 januari 2025 van de rechtbank Den Haag, en tot verwijzing.
De advocaten van partijen hebben schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2Uitgangspunten en feiten 2.1 In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan. (i) De Stichting is in 2004 opgericht voor het beheer van het vermogen van het (voormalig) kerkgenootschap Des Heren Nieuwe Kerk zijnde Nova Hierosolyma (hierna: DHNK). (ii) DHNK is in de jaren dertig van de vorige eeuw ontstaan, en in 2017 ontbonden als gevolg van een teruglopend ledenaantal. De statuten van DHNK bevatten de volgende doelomschrijving: “Het doel van het Kerkgenootschap is de oprichting en instandhouding in Nederland van de openbare eredienst van de Heer God Heiland Jezus Christus, het Goddelijk Menselijke, volgens het Woord geopenbaard in de Geschriften van Emanuel Swedenborg, zijnde het Derde of Latijnse Testament, en de daaruit voortkomende Leer.” (iii) Junius is in 2020 is opgericht en heeft volgens zijn statuten ten doel de leer van DHNK te praktiseren en de belangstelling op te wekken en te bevorderen in de geschriften van Emanuel Swedenborg. [eiser 2] is bestuurder van Junius. (iv) In 2020 luidden de statuten van de Stichting (hierna ook: de statuten) onder meer als volgt: “Doel Artikel 3 De stichting heeft ten doel a. het beheer van het vermogen van de Kerk, nadat dit door de Kerk zal zijn overgedragen, alsmede – voor zover nadien aan de orde komend – het zorgdragen, na een daartoe strekkend besluit daartoe, voor de ontbinding en vereffening (…) van de Kerk; b. de financiële ondersteuning en/of aanmoediging van activiteiten in en buiten Nederland ter toekomstige evangelisatie en verspreiding van de Leer van de Kerk als bedoeld in de artikelen 3 en 4 van de statuten van de Kerk (…), waarvan een kopie aan deze akte is gehecht; c. en voorts al hetgeen met een en ander rechtstreeks of zijdelings verband houdt of daartoe bevorderlijk kan zijn, alles in de ruimste zin van het woord.
Artikel 4 De stichting zal trachten haar doel te bereiken a. door het met inachtneming van het in deze statuten, en dan met name, maar niet alleen, van het bepaalde in artikel 6, beheren van het door de Kerk over te dragen vermogen, alsmede van het eventueel na ontbinding en vereffening van de Kerk nog resterende saldo als bedoeld in artikel 22 lid 4 van de statuten van de Kerk: b. (…) c. (…) d. door het met inachtneming van de artikelen 3, 4 en 6 van deze statuten verstrekken van giften, subsidies en/of voorschotten. (…) Clausuleringen en verplichtingen ten aanzien van het Kapitaal Artikel 6 1. Bij het bereiken van haar doelstellingen en alle door haar te verrichten beheersdaden en rechtshandelingen zal de stichting de navolgende bepalingen in acht dienen te nemen: a. (…) b. het Kapitaal zal zoveel als redelijkerwijs mogelijk is volledig (en derhalve zonder gehele of gedeeltelijke afsplitsing) in stand gehouden moeten worden, zodanig dat van het winstsaldo volgens de verlies- en winstrekening van de stichting, waarvan de hiervoor onder a, alsook de in artikel 7 lid 6 bedoelde kosten en betalingen deel uit zullen maken, jaarlijks ten minste twee procent (2%) van het Kapitaalsaldo aan het Kapitaal zal worden toegevoegd, voorzover het desbetreffende winstsaldo daarvoor toereikend zal zijn; c. (…) d. bij toekenning van giften, subsidies en/of andersoortige financiële bijdragen uit het fonds c.q. ten laste van het Kapitaal zal, met inachtneming van het onder b bepaalde, tenminste en cumulatief aan de volgende criteria moeten zijn voldaan:
(…) 6. Een eventueel batig saldo van de ontbonden stichting wordt door de vereffenaars besteed aan het nieuwe kerkgenootschap als bedoeld in lid 1 van dit artikel, mits dit kerkgenootschap kwalificeert als een instelling als bedoeld in artikel 2, derde lid, onderdeel m, juncto artikel 5b van de Algemene wet inzake rijksbelastingen of een daarvoor in de plaats getreden wetsartikel en een soortgelijke doelstelling heeft.
(viii) De rechtbank Den Haag heeft bij beschikking van 23 februari 2021 (hierna: de doeluitbreidingsbeschikking) het doeluitbreidingsverzoek toegewezen. (ix) Nadat op 12 juli 2021 een bespreking tussen de Stichting en Junius had plaatsgevonden, heeft de Stichting op 23 augustus 2021 per e-mail aan Junius medegedeeld dat zij een toetsingscommissie zou instellen om de Stichting te adviseren over de steunaanvraag van Junius. De Stichting heeft in deze e-mail verder aangekondigd bereid te zijn onder voorwaarden aan Junius een voorschot van € 100.000,-- te betalen op mogelijk aan Junius te verstrekken financiële steun. De Stichting heeft dit voorschot aan Junius betaald. (x) Het bestuur van de Stichting heeft Junius op 29 juni 2022 meegedeeld dat Junius niet kwalificeert als kerkgenootschap als bedoeld in art. 17 en art. 6 lid 1, onder e, van de statuten en dus niet in aanmerking komt voor financiële ondersteuning gebaseerd op de doelstelling van art. 3, aanhef en onder b, maar in beginsel (onder voorwaarden) wel voor toekenning van subsidie(s) gebaseerd op de doelstelling van art. 3, aanhef en onder c (hierna: het subsidiebesluit). Het bestuur schrijft verder dat is besloten Junius onder voorwaarden voor de jaren 2021, 2022 en 2023 per jaar een bedrag van € 50.000,-- (dus in totaal een bedrag van € 150.000,--) toe te kennen voor projecten en activiteiten die als doel en strekking hebben de publieke belangstelling voor de geschriften en het gedachtengoed van Emanuel Swedenborg te bevorderen.
2.2 In deze procedure hebben Junius c.s. de rechtbank verzocht de doeluitbreidingsbeschikking te herroepen, het geding (hierna: de doeluitbreidingsprocedure) te heropenen en het doeluitbreidingsverzoek af te wijzen, met veroordeling van de Stichting in de proceskosten. Hieraan hebben Junius c.s. ten grondslag gelegd, kort gezegd, dat in de doeluitbreidingsprocedure sprake is geweest van bedrog in de zin van (art. 390 Rv in verbinding met) art. 382, aanhef en onder a, Rv doordat de Stichting cruciale feiten heeft verzwegen.
2.3 De rechtbank heeft het verzoek afgewezen. Hiertoe heeft de rechtbank, voor zover in cassatie van belang, het volgende overwogen.
Art. 390 Rv bepaalt dat een beschikking kan worden herroepen op verzoek van de oorspronkelijke verzoeker of van een belanghebbende. (rov. 4.5) Junius c.s. kunnen niet worden aangemerkt als belanghebbenden. Voor dat oordeel is het volgende van belang. (rov. 4.7) Junius c.s. zijn niet dusdanig nauw betrokken bij het doeluitbreidingsverzoek dat daarin een belang is gelegen om in de procedure te verschijnen. Daarbij wordt mede betrokken dat geen concrete feiten of omstandigheden zijn gesteld of gebleken waaruit valt op te maken dat zij op enigerlei wijze betrokken zijn (geweest) bij het bestedingsbeleid van de Stichting. Junius c.s. hebben geen rol of functie bekleed in de Stichting of zeggenschap gehad in (het bestuur van) DHNK. De omstandigheid dat Junius in zijn statuten heeft opgenomen dat het ten doel heeft de leer van DHNK te praktiseren, maakt Junius nog niet tot belanghebbende. Niet is gebleken dat Junius een rechtspersoon is waarvan de Stichting zich op grond van haar statuten de belangen dient aan te trekken. De wens aanspraak te maken op (een deel van) het kapitaal van de Stichting geldt niet als voldoende nauwe betrokkenheid. Ten slotte kan een dergelijk belang ook niet worden gevonden in de stelling dat er naast Junius c.s. nauwelijks andere belanghebbenden zijn die controle kunnen uitoefenen op het beleid van de Stichting. (rov. 4.9) Junius c.s. hebben onvoldoende gesteld op basis waarvan moet worden aangenomen dat zij door het doeluitbreidingsverzoek zodanig in hun eigen, financiële, belang worden getroffen dat zij in die procedure behoren te mogen opkomen. Het enkele feit dat Junius c.s. aanspraak wensen te maken op subsidie(s) vanuit de Stichting is daarvoor onvoldoende. De Stichting heeft gemotiveerd betwist dat Junius c.s. financieel nadeel ondervinden als gevolg van de doeluitbreiding; er zijn voldoende reserves om het door Junius verzochte subsidiebedrag te voldoen alsook de op art. 3, aanhef en onder d van de statuten gebaseerde subsidieaanvragen. Junius c.s. treden op als vertegenwoordiger van zichzelf en niet van de ‘internationale kerk’, zodat voorbij wordt gegaan aan de stelling dat zij in laatstgenoemde hoedanigheid op grond van de statuten aanspraak kunnen maken op financiële ondersteuning vanuit de Stichting. (rov. 4.10-4.11) Nu Junius c.s. geen belanghebbenden zijn bij de doeluitbreidingsbeschikking, kunnen zij hiervan ook geen herroeping verzoeken. (rov. 4.12) 3Beoordeling van het middel 3.1 De rechtbank heeft tot uitgangspunt genomen dat een uitspraak op grond van art. 390 Rv kan worden herroepen uitsluitend op verzoek van een partij die in de procedure die heeft geleid tot de uitspraak waarvan herroeping wordt verzocht (in dit geval de doeluitbreidingsprocedure) verzoeker of een al dan niet verschenen belanghebbende was. Dat oordeel is in cassatie – terecht – niet bestreden.
3.2 Het middel richt zich tegen het oordeel van de rechtbank dat Junius c.s. niet kunnen worden aangemerkt als belanghebbenden in de doeluitbreidingsprocedure. Het klaagt onder meer dat het oordeel van de rechtbank in het licht van de aard van de procedure en de nauwe betrokkenheid van Junius c.s. bij het onderwerp van de doeluitbreidingsprocedure, blijk geeft van een onjuiste rechtsopvatting dan wel onbegrijpelijk is. De onderdelen 2.17-2.18 van het middel voeren daartoe aan dat tegen de achtergrond van wat in de herroepingsprocedure is gebleken, Junius c.s. wel tot de kring van belanghebbenden behoren. Het gaat daarbij volgens onderdeel 2.17 onder meer om de volgende feiten: (i) [eiser 2] is sinds de jaren ’90 actief binnen DHNK, nam deel aan de maandelijkse bijeenkomsten van DHNK en heeft zich in 2013 door DHNK laten dopen. (ii) [eiser 2] is jarenlang bestuurder geweest van het Swedenborg Genootschap, een vereniging die een bibliotheek beheerde met de geschriften waaruit de Leer is voortgekomen. (iii) [eiser 2] is in 2014 toegelaten tot de Theologische School van DHNK en is daar opgeleid tot priester in DHNK. (iv) [eiser 2] heeft met behulp van een vergoeding van de Stichting een bachelorstudie religiewetenschappen gevolgd en afgerond, met als doel (dat ook aan de Stichting bekend was) om priester te kunnen worden binnen DHNK. (v) [eiser 2] is na zijn opleiding gewijd tot priester. (vi) [eiser 2] heeft 19.200 pagina’s aan werken van Swedenborg, waarin de Leer tot uitdrukking komt, gedigitaliseerd en online toegankelijk gemaakt en heeft daarvoor eveneens een vergoeding van de Stichting gekregen. (vii) [eiser 2] heeft aan de Stichting een plan voorgelegd om animatievideo’s te ontwikkelen die gericht zijn op de leer van DHNK. (viii) [eiser 2] heeft Junius opgericht, een kerkgenootschap dat (onder meer) als doel heeft de financiële ondersteuning en/of aanmoediging van activiteiten in en buiten Nederland ter toekomstige evangelisatie en verspreiding van de leer van DHNK. (ix) Junius heeft (als enige) de ambitie uitgesproken om op termijn de opvolger van de inmiddels ontbonden DHNK te worden en heeft in dat kader een steunaanvraag bij de Stichting gedaan voor activiteiten gericht op de verspreiding van de leer. (x) Junius is gebaseerd op de in de statuten van de Stichting bedoelde leer. (xi) Junius voldoet aan de in art. 17 van de statuten gestelde voorwaarden om als opvolgend kerkgenootschap aangemerkt te kunnen worden, met uitzondering van de voorwaarde dat het ten minste vijftig leden moet hebben.
(xii) Junius voldoet (daarom) ook aan de voorwaarden van art. 6 lid 1, onder e, van de statuten, op grond waarvan de Stichting initiatieven en activiteiten bij voorrang dient te ondersteunen en te stimuleren.
3.3 Het behoort tot de taak van de rechter om zich binnen redelijke grenzen ambtshalve erop toe te leggen dat allen die vermoedelijk belanghebbende zijn in de gelegenheid worden gesteld zich bij de behandeling van een verzoek te laten horen. Het antwoord op de vraag of iemand belanghebbende is, moet worden afgeleid uit de aard van de procedure en de daarmee verband houdende wetsbepalingen. Daarbij speelt een rol in hoeverre deze persoon door de uitkomst van de desbetreffende procedure zodanig in een eigen belang kan worden getroffen dat deze daarin behoort te mogen opkomen ter bescherming van dat belang, of in hoeverre deze anderszins zo nauw betrokken is of is geweest bij het onderwerp dat in de procedure wordt behandeld, dat daarin een belang is gelegen om in de procedure te verschijnen.
3.4 Het doeluitbreidingsverzoek is onder meer erop gebaseerd dat vanaf de oprichting van de Stichting niet of nauwelijks realistische verzoeken tot bijdragen/subsidies aan instellingen/derden met inachtneming van het bepaalde in art. 3, aanhef en onder b en art. 6 van de statuten zijn geweest en ook niet te verwachten zijn. De stukken van het geding in feitelijke aanleg laten geen andere conclusie toe dan dat de Stichting de hiervoor in 3.2 onder (i) tot en met (ix) genoemde feiten in de procedure bij de rechtbank heeft erkend of niet heeft betwist, terwijl over de onder (x) en (xi) genoemde stellingen van Junius c.s. debat heeft plaatsgevonden. De hiervoor in 3.2 onder (i) tot en met (ix) genoemde feiten houden, samen met de hiervoor in 2.1 weergegeven feiten, onder meer in dat Junius c.s. diverse keren met succes aanspraak hebben gemaakt op subsidieverlening door de Stichting, dat [eiser 2] mede met steun van de Stichting tot priester is opgeleid en gewijd, en dat Junius c.s. gedurende geruime tijd de enigen zijn die aanspraak maken op, en zich hebben ingezet voor, voortzetting van DHNK.
In het licht van een en ander heeft de rechtbank met haar oordeel (in rov. 4.9) dat Junius c.s. niet wegens een voldoende nauwe betrokkenheid belanghebbenden zijn bij de doeluitbreidingsbeschikking hetzij blijk gegeven van een onjuiste rechtsopvatting, hetzij haar oordeel onvoldoende gemotiveerd. Het eerste is het geval als de rechtbank heeft miskend dat de hiervoor bedoelde feiten, in onderling verband bezien, van een dusdanig nauwe betrokkenheid van Junius c.s. bij het onderwerp van de doeluitbreidingsprocedure blijk kunnen geven dat daarin een voldoende belang is gelegen om in die procedure te verschijnen. Als de rechtbank dat niet heeft miskend, is het bedoelde oordeel zonder nadere toelichting onvoldoende begrijpelijk. De tegen dat oordeel gerichte klachten slagen dan ook.
3.5 De overige klachten behoeven geen behandeling.
4Beslissing De Hoge Raad:
Deze beschikking is gegeven door de president G. de Groot als voorzitter en de raadsheren C.E. du Perron, F.J.P. Lock, G.C. Makkink en K. Teuben, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op 27 maart 2026.
Rechtbank Den Haag 16 januari 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:8350.
Vgl. Kamerstukken I 1968/69, 7753, nr. 41a, p. 2.
Zie o.a. HR 29 juni 2007, ECLI:NL:HR:2007:AZ7705, rov. 6.2.1 en HR 12 oktober 2018, ECLI:NL:HR:2018:1900, rov. 4.1.2.