KANTONGERECHT TE ALMELO Zaaknummer 75243 EJ VERZ 99-936 DE KANTONRECHTER TE ALMELO Beschikking in de zaak van: de besloten vennootschap BEDOVO B.V. gevestigd en kantoorhoudende te Amsterdam verzoekster hierna te noemen Bedovo gemachtigde: mr. A.S. Friedberg advocaat en procureur te Amsterdam t e g e n [VERWEERDER] wonende te [woonplaats], [adres] verweerder hierna te noemen: [Verweerder] gemachtigde: mr. M.A. Zegerink Hadders advocaat en procureur te Deventer Gezien het op 6 september 1999 ter griffie van dit gerecht binnengekomen verzoekschrift strekkende tot voorwaardelijke ontbinding ex artikel 7:685 van het Burgerlijk Wetboek van de tussen partijen bestaande arbeidsovereenkomst. Gezien het ingekomen verweerschrift en de overige op het geding betrekking hebbende stukken. Gelet op hetgeen door en/of namens partijen is verklaard bij de mondelinge behandeling van het verzoek op 29 september 1999. Overweegt: 1. In deze zaak staat als gesteld en erkend, dan wel niet of onvoldoende gemotiveerd weer-sproken en/of blijkend uit de overgelegde producties, het navolgende vast. [Verweerder] is op 5 mei 1995 voor bepaalde tijd in dienst getreden van Anel Assembly Europe b.v. (verder: Anel). Die overeenkomst is met ingang van 1 mei 1996 voor onbepaalde tijd voortgezet. Anel is op 16 oktober 1998 in staat van faillissement verklaard. Op die datum heeft de curator de tussen Anel en [Verweerder] bestaande arbeidsovereenkomst opgezegd. Bedovo heeft een deel van de door Anel gedreven onderneming (met name de productie van zogenaamde hardtops) van de curator gekocht. [Verweerder] is vervolgens voor bepaalde tijd (van 19 oktober 1998 tot 31 januari 1999) als laborant/chemisch technoloog bij Bedovo in dienst getreden. Deze overeenkomst is vervolgens - bij schriftelijke overeenkomst van 12 januari 1999 - voor bepaalde tijd voort-gezet tot 1 oktober 1999. Blijkens een brief van Bedovo van 14 januari 1999 is [Verweerder] per 16 januari 1999 benoemd tot productieleider. De productie van hardtops is door een derde (buiten Nederland) voortgezet, de productie-eenheid te Almelo is ontmanteld en sedert 12 juli 1999 verricht [Verweerder] geen werkzaamheden meer ten behoeve van Bedovo. 2. Bedovo verzoekt, onder de voorwaarde dat de overeenkomst niet reeds is geëindigd, de ontbinding van de arbeidsovereenkomst per 1 oktober 1999, althans zo spoedig mogelijk. Bedovo stelt daartoe onder meer het volgende. [Verweerder], thans [leeftijd] jaar oud verdient per maand ¦ 6.041,67. De verandering van de omstandigheden bestaat uit het feit dat de onderneming in Nederland is gestaakt en dat daardoor de arbeidsplaatsen zijn komen te vervallen. Daar [Verweerder] sedert 12 juli 1999 niet meer hoefde te werken, het salaris tot 1 oktober 1999 is doorbetaald en [Verweerder] een (vooraf afgesproken) bonus van ¦ 3.359,70 heeft ontvangen, zou vaststelling van een vergoeding niet redelijk zijn. In geen enkel geval dient de diensttijd van [Verweerder] bij Anel te worden meegeteld bij de bepaling van (de hoogte van) een vergoeding. 3. [Verweerder] verweert zich, kort weergegeven, als volgt. Zijn salaris bedraagt¦ 6.866,66 bruto per maand. De arbeidsovereenkomst van 12 januari 1999 is op grond van artikel 7:668a Burgerlijk Wetboek van rechtswege geconverteerd in een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. Anel en Bedovo moeten ten aanzien van de verrichte arbeid redelijkerwijs geacht worden elkaars opvolgers te zijn. De arbeidsovereenkomst tussen Anel en [Verweerder] telt mee in de “ketting”, waardoor er sprake is van drie elkaar opvolgende arbeidsovereenkomsten. Het faillissement van Anel staat daar niet aan in de weg. De arbeidsovereenkomst tussen [Verweerder] en Bedovo is derhalve niet van rechtswege geëindigd. [Verweerder] erkent de beëindiging van de onderneming, maar is van oordeel dat hem een vergoeding naar billijkheid ten bedrage van ¦ 44.496,-- toekomt. Bij de berekening van het aantal dienstjaren dient rekening te worden gehouden met de duur van het dienstverband (de hele ketting). [Verweerder] gaat uit van een correctiefactor van 1,5 daar het verval van de functie aan Bedovo te wijten is, Bedovo niet heeft gekeken naar een andere functie binnen het Edscha-concern waarvan zij deel uitmaakt en Bedovo [Verweerder] ten onrechte op non actief heeft gesteld. 4. Voor de beoordeling van deze zaak heeft de kantonrechter er van uit te gaan dat de arbeids-overeenkomst als gevolg van de bepalingen van de Flexwet nog voortbestaat (enige andere reden waarom de overeenkomst nog zou kunnen voortduren, is gesteld noch gebleken). 5. Met de in de vorige rechtsoverweging gegeven aanname is echter nog niet gezegd dat de kantonrechter voor wat betreft de duur van het dienstverband mede uit moet gaan van de periode die [Verweerder] bij Anel heeft gewerkt. In de Flexwet staan geen bepalingen omtrent de toepasselijkheid ervan in geval van faillissement van een (van
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.