Uitspraak van 23 mei 2016 GAZA nr. 2412 van 2015 HET GERECHT IN AMBTENARENZAKEN VAN ARUBA UITSPRAAK op het bezwaar van: [klager], wonende in Aruba, KLAGER gemachtigden: de advocaten mrs. A.J. Swaen en D.M. Passchier, gericht tegen: de Directeur Dienst Gevangeniswezen Aruba, zetelend in Aruba, VERWEERDER, gemachtigde: mr. I.L. Ras Orman (DWJZ). 1PROCESVERLOOP Bij schrijven van 5 oktober 2015 (bekendmaking no. 260-15) is een eerdere bekendmaking (126-15) van 17 april 2015 inzake de benoeming van klager als Chef Onderhoud ingetrokken. Diezelfde dag is klager medegedeeld dat hij niet langer de werkzaamheden van Chef Onderhoud mag verrichten. Hiertegen heeft klager op 16 oktober 2015 bezwaar gemaakt bij het gerecht. Verweerder heeft een contramemorie ingediend. De zaak is op 18 april 2016 behandeld ter zitting, waar klager is verschenen in persoon, bijgestaan door zijn gemachtigden, en verweerder bij gemachtigde. Uitspraak is bepaald op heden. 2DE FEITEN 2.1 Klager is met ingang van 1 januari 1999 benoemd in de functie van Medewerker Onderhoud bij de Dienst Gevangeniswezen Aruba (DGWA). 2.2 Bij bekendmaking 126-2015 van 16 april 2015 heeft de toenmalige directeur DGWA, [de toenmalig directeur], medegedeeld dat klager met ingang van 1 mei 2015 zal worden geplaatst in de functie van Chef Onderhoud. 2.3 Bij bekendmaking van 260-15 van 5 oktober 2015 heeft de waarnemend directeur DGWA, [de waarnemend directeur], de bekendmaking 126-15 ingetrokken en medegedeeld dat klager vanaf 5 oktober 2015 niet meer verantwoordelijk is voor het uitoefenen van de functie van Chef Onderhoud. Tevens is klager op 5 oktober 2015 door [de waarnemend directeur] medegedeeld dat hij per direct niet langer de werkzaamheden van de functie Chef Onderhoud mag verrichten. 3OVERWEGINGEN 3.1 Ingevolge artikel 35, eerste lid van de Landsverordening ambtenarenrechtspraak (La) kan een bezwaarschrift kan worden ingediend ter zake dat beschikkingen, handelingen of weigeringen (om te beschikken of te handelen) ten aanzien van een ambtenaar als zodanig, door een administratief orgaan genomen, feitelijk of rechtens met de toepasselijke algemeen verbindende voorschriften strijden, of dat bij het nemen daarvan het administratief orgaan van zijn bevoegdheid kennelijk een ander gebruik heeft gemaakt dan tot de doeleinden waarvoor die bevoegdheid is gegeven. 3.2 Niet betwist is dat klager van 1 mei 2015 tot 5 oktober 2015 de werkzaamheden behorende bij de functie Chef onderhoud heeft verricht. Naar het oordeel van het gerecht is de mededeling aan klager op 5 oktober 2015 dat hij per direct niet langer deze werkzaamheden mag verrichten een handeling waardoor klager rechtstreeks in een rechtspositioneel belang is getroffen. Deze mededeling behelst immers een wijziging van (het samenstel van) de werkzaamheden die door klager worden verricht. Gelet hierop is het gerecht van oordeel dat deze op 5 oktober 2015 gedane mondelinge mededeling dient te worden aangemerkt als een met een besluit gelijk te stellen andere handeling waartegen bezwaar gemaakt kan worden. 3.3 Verweerder heeft als enige motivering aan zijn besluit klager niet langer de werkzaamheden behorende bij de functie Chef Onderhoud te laten verrichten ten grondslag gelegd dat sprake zou zijn van een (nieuwe) reorganisatie. Zonder nadere onderbouwing, die tot op heden achterwege is gebleven, acht het gerecht deze motvering onvoldoende. Op geen enkele wijze is onderbouwd waarom klager -zelfs indien daadwerkelijk sprake zou zijn van een reorganisatie- deze werkzaamheden niet langer zou kunnen verrichten. 3.4 Het vorenstaande leidt tot de conclusie dat de door klager aangevoerde gronden van zijn bezwaar doel treffen. De bestreden handeling van 5 oktober 2015, voor zover deze behelst de beslissing dat klager niet langer de werkzaamheden van de functie Chef Onderhoud mag verrichten, dient derhalve te worden vernietigd. 3.5 Verweerder zal worden veroordeeld in de kosten van deze procedure. 4BESLISSING De rechter in dit gerecht: verklaart het bezwaar gegrond; vernietigt de handeling van verweerder van 5 oktober 2015 voor zover deze behelst de beslissing dat klager niet langer gerechtigd is de werkzaamheden van de functie Chef Onderhoud te verrichten. veroordeelt verweerder tot betaling van de door klager gemaakte proceskosten, die worden begroot op Afl. 1.000,= aan gemachtigdensalaris. Deze uitspraak is gegeven door mr. M.T. Paulides, ambtenarenrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van maandag, 23 mei 2016, in aanwezigheid van de griffier. Ieder der partijen is bevoegd tegen een door het gerecht genomen met redenen omklede eindbeslissing als bedoeld in artikel 89, hoger beroep in te stellen (art. 97, eerste lid, La). Het hoger beroep wordt ingesteld binnen dertig dagen na de dag van de uitspraak, indien de appellant in persoon of bij vertegenwoordiger dan wel gemachtigde bij de uitspraak tegenwoordig is geweest, en in de andere gevallen binnen dertig dagen na de dag van toezending of terhandstelling van een afschrift van de uitspraak, welke dag bij toezending aan de voet van het afschrift en bij terhandstelling op het ontvangstbewijs wordt vermeld (art. 98, eerste lid, La). Het hoger beroep wordt ingesteld door een beroepschrift aan de raad in te zenden ter griffie van die raad te Oranjestad (art. 98, tweede lid, La).
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.