← Nederland

ECLI:NL:OGAACMB:2016:53

Uitspraak van 26 september 2016 GAZA nr. 152 van 2016 GERECHT IN AMBTENARENZAKEN VAN ARUBA UITSPRAAK op het bezwaar van: [klaagster] , wonende te Aruba, KLAAGSTER, gemachtigde: de advocaat mr. R.L.F. Dijkhoff, gericht tegen: DE GOUVERNEUR VAN ARUBA , zetelende te Aruba, VERWEERDER, gemachtigde: A. Lumenier (DWJZ). 1PROCESVERLOOP Bij Landsbesluit van 21 december 2015 is besloten om klaagster met ingang van 1 januari 2016 ter beschikking te stellen van de Stichting Fundacion Servicio Laboratorio Medico Aruba voor de duur van één jaar. Hiertegen heeft klaagster op 22 januari 2016 bij het gerecht bezwaar gemaakt. De zaak is behandeld ter zitting van 13 juni 2016, alwaar zijn verschenen klaagster bij haar gemachtigde en verweerder bij gemachtigde. De uitspraak is hierna nader bepaald op heden. 2OVERWEGINGEN 2.1 In artikel 35, eerste lid, van de Landsverordening ambtenarenrechtspraak is bepaald dat een bezwaarschrift kan worden ingediend ter zake dat beschikkingen, handelingen of weigeringen (om te beschikken of te handelen), ten aanzien van een ambtenaar als zodanig, zijn nagelaten betrekkingen of rechtverkrijgenden door een administratief orgaan genomen, verricht of uitgesproken, feitelijk of rechtens met de toepasselijke algemeen verbindende voorschriften strijden, of dat bij het nemen, verrichten of uitspreken daarvan het administratief orgaan van zijn bevoegdheid kennelijk een ander gebruik heeft gemaakt dan tot de doeleinden waarvoor die bevoegdheid is gegeven. Ingevolge het vierde lid is niet ontvankelijk het bezwaar, in zover het gericht is tegen algemeen verbindende voorschriften. 2.2 Bij notariële akte van 10 juni 2015 is de stichting “Fundacion Servicio Laboratorio Medico Aruba” (hierna: de Stichting) in het leven geroepen, die een laboratorium exploiteert. Bij het Protocol overname activiteiten Landslaboratorium, van 14 december 2015, tussen het Land en de Fundacion, is overeengekomen dat de Fundacion met ingang van 1 januari 2016 alle activiteiten van het Landslaboratorium overneemt met uitzondering van de wettelijke taken. In het Sociaal Plan Landslaboratorium (hierna: het Sociaal Plan) zijn de gevolgen voor de rechtspositie van het personeel werkzaam bij het Landslaboratorium uiteengezet. 2.3 Klaagster, ambtenaar in vaste pensioengerechtigde dienst werkzaam bij het Landslaboratorium, kan zich niet verenigen met de bepalingen van het in het bestreden Landsbesluit genoemde Sociaal Plan. Klaagster meent dat het de verantwoordelijkheid van de minister is om bij beëindiging van de terbeschikkingstelling ervoor te zorgen dat zij zo spoedig mogelijk in een passende functie in een overheidsdienst wordt geplaatst en dat het een kwalijke zaak is dat deze verantwoordelijkheid op haar wordt afgeschoven. Voorts kan zij zich niet verenigen met de voorwaarde dat zij slechts op bestaande vacatures kan solliciteren. Deze voorwaarde levert een schending van het rechtszekerheidsbeginsel en zorgvuldigheidsbeginsel, aldus klaagster. 2.4 Met verweerder is het gerecht van oordeel dat het Sociaal Plan als een algemeen verbindend voorschrift moet worden aangemerkt, nu het (algemene) normen en voorschriften bevat die voor het personeel werkzaam bij het landslaboratorium gelden, en onvoldoende concretiserend is jegens klaagster. Uit artikel 35, vierde lid, van de LA volgt dat het bezwaar van klaagster nu het zich uitsluitend richt tegen een algemeen verbindend voorschrift, niet-ontvankelijk is. 3BESLISSING De rechter in dit gerecht: verklaart het bezwaar niet-ontvankelijk. Deze beslissing is gegeven door mr. N.K. Engelbrecht, rechter in ambtenarenzaken en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van 26 september 2016 in aanwezigheid van de griffier. Ieder der partijen is bevoegd tegen een door het gerecht genomen met redenen omklede eindbeslissing als bedoeld in artikel 89, hoger beroep in te stellen (art. 97, eerste lid, LA). Het hoger beroep wordt ingesteld binnen dertig dagen na de dag van de uitspraak, indien de appellant in persoon of bij vertegenwoordiger dan wel gemachtigde bij de uitspraak tegenwoordig is geweest, en in de andere gevallen binnen dertig dagen na de dag van toezending of terhandstelling van een afschrift van de uitspraak, welke dag bij toezending aan de voet van het afschrift en bij terhandstelling op het ontvangstbewijs wordt vermeld (art. 98, eerste lid, LA). Het hoger beroep wordt ingesteld door een beroepschrift aan de raad in te zenden ter griffie van die raad te Oranjestad (art. 98, tweede lid, LA).

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.