AUA201600335 en AUA201600603 HET GERECHT IN AMBTENARENZAKEN VAN ARUBA UITSPRAAK op de bezwaren van: [klaagster] , wonend in Aruba, KLAAGSTER, procederend in persoon, tegen: DE GOUVERNEUR VAN ARUBA , zetelend in Aruba, VERWEERDER, gemachtigde: mr. J.O. Senchi (DWJZ). 1PROCESVERLOOP In de zaak AUA201600335 Volgens een loonstrook van 23 maart 2016 heeft klaagster over de maand maart 2016 inkomen genoten voor haar werkzaamheden bij het Coördinatiebureau Overheidssubsidies (CBOS). Daartegen heeft klaagster op 8 april 2016 bezwaar gemaakt. Verweerder heeft op 19 oktober 2016 nadere stukken ingediend. Het gerecht heeft de zaak ter zitting behandeld op 24 oktober 2016 en, gezamenlijk met de zaak AUA201600603, op 13 maart 2017, waar klaagster in persoon en verweerder, vertegenwoordigd door voornoemde gemachtigde, zijn verschenen. Uitspraak is nader bepaald op heden. In de zaak AUA201600603 Bij Landsbesluit van 5 oktober 2016, no. 4, heeft verweerder, voor zover thans van belang, klaagster met ingang van 1 januari 2016 overgeplaatst van het Departamento Recurso Humano (DRH) naar het CBOS en aangewezen als ambtenaar belast met de leiding aldaar. Daartegen heeft klaagster op 24 oktober 2016 bezwaar gemaakt. Op 4 januari 2017 heeft verweerder een contramemorie ingediend. Het gerecht heeft de zaak, gezamenlijk met de zaak AUA201600335, ter zitting behandeld op 13 maart 2017, waar klaagster in persoon en verweerder, vertegenwoordigd door voornoemde gemachtigde, zijn verschenen. Uitspraak is nader bepaald op heden. 2OVERWEGINGEN In de zaak AUA201600335 2.1 Klaagster heeft tegen de loonstrook bezwaar gemaakt, omdat haar overplaatsing naar het CBOS ten tijde daarvan niet middels een Landsbesluit was geformaliseerd. Nu hangende het bezwaar verweerder bij Landsbesluit daaromtrent heeft besloten, heeft klaagster geen belang meer bij het bezwaar tegen de loonstrook. 2.2 Het bezwaar is niet-ontvankelijk. 2.3 Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. In de zaak AUA201600603 2.4 Klaagster betoogt dat verweerder haar bij voormeld Landsbesluit ten onrechte niet heeft geplaatst in de functie van Hoofd van het CBOS, maar slechts heeft aangewezen als ambtenaar belast met de leiding van die dienst. 2.5 In de contramemorie en ter zitting heeft verweerder nader toegelicht dat voor benoemingen in een functie van Hoofd van een dienst, een vertrouwensfunctie, een positief advies van de Veiligheidsdienst Aruba (VDA) vereist is. Verweerder heeft voorts onweersproken gesteld dat het vaste praktijk is dat betrokkenen in afwachting van een zodanig advies aangewezen worden als ambtenaar belast met de leiding van de desbetreffende dienst, waarna, bij afgifte van een positief advies van de VDA, benoeming in de functie van Hoofd van de desbetreffende dienst volgt. Nu ten aanzien van klaagster door de VDA nog geen positief advies is afgegeven, heeft verweerder ook in dit geval toepassing gegeven aan voormelde vaste praktijk, aldus verweerder, nog altijd onweersproken. Gelet hierop, heeft verweerder voldoende draagkrachtig gemotiveerd dat en waarom klaagster bij het bestreden Landsbesluit is aangewezen als ambtenaar belast met de leiding van het CBOS doch niet is geplaatst in de functie van Hoofd van deze dienst. Het betoog faalt. 2.6 Klaagster betoogt voorts dat verweerder zich ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat de functie van ambtenaar belast met de leiding van het CBOS dan wel het Hoofd van het CBOS maximaal gewaardeerd is op het niveau van schaal
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.