Uitspraak van 27 november 2017 AUA201700150 HET GERECHT IN AMBTENARENZAKEN VAN ARUBA UITSPRAAK op het bezwaar van: [klager], wonend in Aruba, KLAGER, gemachtigde: mr. L.A. Hernandis, gericht tegen: de Gouverneur van Aruba, zetelend in Aruba, VERWEERDER, gemachtigde: mr. I.L. Ras Orman (DWJZ). 1PROCESVERLOOP Bij brief van 9 november 2015 heeft de minister van Justitie (hierna: de minister) klager te kennen gegeven, dat zijn verzoek om bevordering naar de functie van hoofd arbeid (schaal 9) niet voor inwilliging vatbaar is. Daartegen heeft klager op 2 maart 2017 bij het gerecht bezwaar gemaakt. De zaak is behandeld ter zitting van 26 juni 2017, alwaar klager is verschenen in persoon, bijgestaan door zijn gemachtigde, en verweerder bij gemachtigde. Op 27 juni 2017 heeft verweerder nadere stukken ingediend. Op 14 juli 2017 heeft klager nadere stukken ingediend. Uitspraak is nader bepaald op heden. 2OVERWEGINGEN 2.1 Ingevolge artikel 41, eerste lid, van de Landsverordening ambtenarenrechtspraak (hierna: La), dient het bezwaarschrift te worden ingediend binnen dertig dagen te rekenen vanaf de dag waarop de aangevallen beschikking is uitgesproken. Het derde lid van dit artikel bepaalt dat, indien het bezwaar na de daarvoor bepaalde termijn is ingediend, die indiener niet op grond daarvan niet-ontvankelijk wordt verklaard, indien hij ten genoegen van de rechter aantoont het bezwaar te hebben ingebracht binnen dertig dagen na de dag waarop hij van de aangevallen beschikking kennis heeft kunnen dragen. 2.2 Klager heeft het bezwaarschrift na de in artikel 41, eerste lid, van de La bepaalde uiterlijke indieningsdatum ingediend. Hij heeft echter aangevoerd voormelde brief van 9 november 2015 eerst op 3 februari 2017 te hebben ontvangen. Verweerder heeft dit niet betwist en het tegendeel blijkt evenmin uit de stukken. Dit betekent dat het op 2 maart 2017 ingekomen bezwaarschrift binnen de in artikel 41, derde lid, van de La gestelde termijn is ingediend. Klager is ontvankelijk in zijn bezwaar. 2.3 Ingevolge artikel 4, aanhef en onder b, van de Landsverordening materieel ambtenarenrecht (Lma), voor zover thans van belang, wordt voor de toepassing van deze landsverordening en de uit kracht daarvan gegeven voorschriften onder het bevoegde gezag de Gouverneur verstaan. 2.4 In zijn uitspraken van 26 juli 2016, RvBAz 2014/71419, en van 16 februari 2017, RvBAz 2015/74637, heeft de Raad van Beroep in Ambtenarenzaken voorop gesteld dat de inhoudelijke beslissing op een verzoek om bevordering van een ambtenaar alleen door de Gouverneur bevoegd genomen kan worden. Dat houdt in dat ook de afwijzing van een dergelijk verzoek aan de Gouverneur als bevoegd gezag is voorbehouden. Dit betekent dat de in de brief van 9 november 2015 vervatte afwijzing onbevoegd is genomen en reeds op grond hiervan vernietigd dient te worden. 2.5 Ter zitting heeft de gemachtigde van de minister desgevraagd te kennen gegeven eveneens door verweerder te zijn gemachtigd hem in deze zaak te vertegenwoordigen en dat deze de rechtsgevolgen van de afwijzing voor zijn rekening neemt. Nu daarmee het bevoegdheidsgebrek geheeld is, zal het gerecht bezien of aanleiding bestaat de rechtsgevolgen van de vernietigde afwijzing in stand te laten. 2.6 Aan de afwijzing heeft verweerder ten grondslag gelegd dat klager niet in het bezit is van het diploma Middle Management, hetgeen een van de vereisten is voor bevordering naar schaal
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.