Uitspraak van 11 september 2017 Gaza nr. AUA201700090 HET GERECHT IN AMBTENARENZAKEN VAN ARUBA UITSPRAAK op het bezwaar van: [klaagster] , wonende in Aruba, KLAAGSTER, gemachtigde: mr. E. Duijneveld, tegen: DE MINISTER VAN FINANCIËN EN OVERHEIDSORGANISATIE , zetelende in Aruba, VERWEERDER, gemachtigde: A. Lumenier (DWJZ). 1PROCESVERLOOP Bij Ministeriële Beschikking van 10 januari 2017 no. 654/16 van verweerder (hierna: de bestreden beslissing), is aan klaagster met ingang van 1 oktober 2012 een schaarstetoelage van 10% van haar bezoldiging toegekend. Tevens is bepaald dat de toelage kan worden ingetrokken of verlaagd indien klaagster onvoldoende functioneert of kan worden ingetrokken indien klaagster een andere functie gaat bekleden of wordt overgeplaatst naar een andere dienst of directie waarop deze regeling niet van toepassing is. Daartegen heeft klaagster op 17 februari 2017 bezwaar ingesteld bij dit gerecht. Verweerder heeft op 13 juni 2017 stukken ingediend. De zaak is behandeld ter zitting van 19 juni 2017, alwaar zijn verschenen klaagster bijgestaan door haar gemachtigde en verweerder bij zijn gemachtigde voornoemd. Hierna is uitspraak bepaald op heden. 2OVERWEGINGEN De ontvankelijkheid 2.1 Ingevolge artikel 41, eerste lid, van de Landsverordening ambtenarenrechtspraak (hierna: La), dient het bezwaarschrift te worden ingediend binnen dertig dagen te rekenen vanaf de dag waarop de aangevallen beschikking is uitgesproken. Het derde lid van voornoemd artikel van de La bepaalt dat, indien het bezwaar na de daarvoor bepaalde termijn is ingediend, de indiener niet op grond daarvan niet-ontvankelijk wordt verklaard, indien hij ten genoegen van de rechter aantoont het bezwaar te hebben ingebracht binnen dertig dagen na de dag waarop hij van de aangevallen beschikking kennis heeft kunnen dragen. 2.2 Klaagster heeft onweersproken gesteld dat zij de bestreden beschikking op 20 januari 2017 heeft ontvangen, zodat het gerecht ervan uitgaat dat zij haar bezwaarschrift heeft ingediend binnen dertig dagen na de dag waarop zij de bestreden beschikking heeft ontvangen. Klaagster is derhalve ingevolge artikel 41, derde lid van de La ontvankelijk. Inhoudelijk 2.1 Klaagster is het niet eens met de voorwaarden die in de bestreden beschikking zijn opgenomen omdat die volgens haar in strijd zijn met het gehanteerde beleid. 2.2 Verweerder heeft gemotiveerd verweer gevoerd en aangevoerd dat aan klaagster de schaarstetoelage is verleend overeenkomstig het beleid. 2.3 Het gerecht overweegt als volgt. Het beleid van verweerder ter zake van de schaarstetoelage, zoals neergelegd in het handboek onder paragraaf 4.1.14 luidt – voor zover hier van belang – als volgt: “ Wie komen in aanmerking voor de schaarstetoelage? Gekwalificeerde krachten welke, gezien de schaarste die er op Aruba heerst, moeilijk zijn aan te trekken voor de volgende diensten/directies (…): Directie Financiën (DF); Centrale Accountantsdienst (CAD); Algemene Rekenkamer Aruba (ARA); Belastingkantoor (…); IT-personeel Directie Informatievoorziening en Automatisering (DIA) (…); Juristen Directie Wetgeving en Juridische Zaken (DWJZ) (…) .… met een opleiding HEAO (BE/AA/RA), volledige SPD, NIVRA opleiding tot en met de eerste fase, doctoraal bedrijfseconomie en registeraccountant, FEF, SEF, doctoraal bedrijfskunde (financieel-economische richting), doctoraal bestuurskunde (financieel-economische richting) en Master of Business Administration (MBA) (…) De kern van de regeling is: het toekennen van een toelage van 10% oplopend met 5% per jaar tot een maximum van 20% van de bezoldiging aan de zittende en nieuw aan te trekken gekwalificeerde krachten die aan de opleidingseisen voldoen en goed functioneren. Toelage van: 10% na een positieve beoordeling over een periode van zes
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.