← Nederland

ECLI:NL:OGAACMB:2018:100

Uitspraak van 29 oktober 2018 Gaza nr. AUA201700023 HET GERECHT IN AMBTENARENZAKEN VAN ARUBA UITSPRAAK op het bezwaar van: [Naam Klager], wonend in Aruba, KLAGER, gemachtigde: de advocaat mr. D.M. Canwood, tegen: DE GOUVERNEUR VAN ARUBA, zetelend in Aruba, VERWEERDER, gemachtigden: mr. V.M. Emerencia en A. Lumenier (DWJZ). PROCESVERLOOP Bij beschikking van 14 december 2016 heeft verweerder besloten om klager van 1 februari 2015 tot en met 27 augustus 2015 als waarnemer voor de functie van hoofd van de Dienst Publieke Scholen (DPS) aan te wijzen en hem met ingang van 28 augustus 2015 als ambtenaar in vaste dienst aan te stellen en te benoemen als hoofd van de DPS. Op 13 januari 2017 heeft klager daartegen bezwaar gemaakt. Het gerecht heeft de zaak ter zitting behandeld op 15 juni

  1. Klager is verschenen bij mr. H.G. Figaroa en verweerder bij mr. J.O. Senchi. Het onderzoek is vervolgens op 17 september 2018 heropend. Klager is verschenen, bijgestaan door zijn huidige gemachtigde. Verweerder is vertegenwoordigd door zijn gemachtigden. Uitspraak is bepaald op heden. OVERWEGINGEN Standpunten van partijen 1.1 Klager kan zich niet vereniging met de ingangsdatum van zijn aanstelling in vaste dienst. Hij wordt hiermee in zijn belang getroffen omdat de Stichting Algemeen Pensioenfonds Aruba (APFA) klager pas met ingang van 28 augustus 2015 in plaats van 1 februari 2015 aanmerkt als deelnemer in het pensioenfonds, aldus klager. 1.2 Verweerder stelt zich op het standpunt dat de functie van hoofd DPS een vertrouwensfunctie is waarvoor een verklaring van de Veiligheidsdienst Aruba (VDA) nodig is. De VDA heeft pas op 27 augustus 2015 een verklaring van geen bezwaar ten aanzien van klager afgegeven. Eerst dan kon klager als hoofd van de DPS benoemd worden. 1.3 Ter zitting hebben de gemachtigden van verweerder aangegeven dat in het landsbesluit gelezen dient te worden dat klager met ingang van 1 februari 2015 als ambtenaar in tijdelijke dienst is aangesteld. Per 1 februari 2015 dient hij dus als deelnemer in het pensioenfonds aangemerkt te worden, aldus verweerder. Beoordeling 2.1 Het gerecht overweegt dat het landsbesluit niet duidelijk vermeldt dat klager per 1 februari 2015 als ambtenaar in tijdelijke dienst is aangesteld en dat dit gevolgen heeft voor klagers pensioenopbouw. Ter zitting van 17 september 2018 zijn partijen het erover eens dat het dictum van het landsbesluit verduidelijking behoeft. Het gerecht ziet daarom aanleiding om, doende wat verweerder had behoren te doen, met toepassing van artikel 85 van de La het landsbesluit te wijzigen als hierna bepaald. 2.2 Het bezwaar is derhalve gegrond. 2.3 Verweerder dient op na te melden wijze in de proceskosten te worden veroordeeld. BESLISSING De rechter in dit gerecht: verklaart het bezwaar gegrond; wijzigt het bestreden landsbesluit van 14 december 2016 no. 14 in dier voege dat in het dictum wordt toegevoegd: Ia. betrokkene met ingang van 1 februari 2015 als ambtenaar in tijdelijke dienst aan te stellen; veroordeelt verweerder tot betaling van de door klager gemaakte proceskosten, die begroot worden op Afl. 1.000,-. Deze uitspraak is gegeven door mr. A.J.H. van Suilen, ambtenarenrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van maandag 29 oktober 2018 in aanwezigheid van de griffier. Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen hoger beroep instellen bij de Raad van beroep in ambtenarenzaken. Daarbij dient de volgende termijn in acht te worden genomen: Als de indiener van het hoger beroep of zijn gemachtigde bij de uitspraak aanwezig is geweest: Binnen dertig dagen na de dag van de uitspraak; In de andere gevallen: Binnen dertig dagen na de dag van de toezending of de terhandstelling van een afschrift van de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend bij: De griffie van de Raad van Beroep in ambtenarenzaken J.G. Emanstraat 51 Oranjestad Aruba U wordt verzocht bij het indienen van het hogerberoepschrift het volgende in acht te nemen:
  2. Leg bij het hogerberoepschrift een afschrift over van deze uitspraak;
  3. Onderteken het hogerberoepschrift en vermeld het volgende: a. de naam en het adres van de indiener of de gemachtigde, b. de datum van ondertekening, c. waartegen u in hoger beroep komt, d. waarom u het niet eens bent met deze uitspraak (de gronden van het hoger beroep). Voor het instellen van hoger beroep is geen griffierecht verschuldigd.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.