Uitspraak van 16 april 2018 Gaza nr. AUA201702685 HET GERECHT IN AMBTENARENZAKEN VAN ARUBA UITSPRAAK op het bezwaar van: [klaagster] , wonende te Aruba, KLAAGSTER, gemachtigde: mr. L.A. Hernandis, tegen: DE MINISTER VAN VOLKSGEZONDHEID, OUDERENZORG EN SPORT , zetelende te Aruba, VERWEERDER, gemachtigde: A. Lumenier (DWJZ). 1PROCESVERLOOP Bij brief van 11 september 2017 (hierna: de bestreden beschikking) heeft verweerder de beschikking van 10 juni 2016 van de minister van Volksgezondheid, Ouderenzorg en Sport (de minister) waarin afwijzend is beslist op klaagsters verzoek om met ingang van 2 augustus 2012 te worden bevorderd naar de rang van commies 1ste klasse (schaal 9), gehandhaafd. Tegen de bestreden beschikking heeft klaagster op 16 oktober 2016 bij het gerecht bezwaar gemaakt. De zaak is behandeld ter zitting van 5 maart 2018, alwaar zijn verschenen klaagster in persoon en bijgestaan door haar gemachtigde en verweerder bij zijn gemachtigde voornoemd. De uitspraak is bepaald op heden. 2OVERWEGINGEN De ontvankelijkheid 2.1 Ingevolge artikel 41, eerste lid, van de Landsverordening ambtenarenrechtspraak (hierna: La), dient het bezwaarschrift te worden ingediend binnen dertig dagen te rekenen vanaf de dag waarop de aangevallen beschikking is uitgesproken. Het derde lid van voornoemd artikel van de La bepaalt dat, indien het bezwaar na de daarvoor bepaalde termijn is ingediend, die indiener niet op grond daarvan niet-ontvankelijk wordt verklaard, indien hij ten genoegen van de rechter aantoont het bezwaar te hebben ingebracht binnen dertig dagen na de dag waarop hij van de aangevallen beschikking kennis heeft kunnen dragen. 2.2 Klaagster heeft onweersproken gesteld dat zij de bestreden beschikking op 19 september 2017 heeft ontvangen, zodat het gerecht ervan uitgaat dat zij haar bezwaarschrift heeft ingediend binnen dertig dagen na de dag waarop zij de bestreden beschikking heeft ontvangen. Klaagster is derhalve ingevolge artikel 41, lid 3 van de La ontvankelijk. Inhoudelijk 2.3 Klaagster kan zich niet verenigen met de bestreden beschikking waarbij haar verzoek tot bevordering naar de rang van commies 1ste klasse (schaal 9) met ingang van 2 augustus 2012 is afgewezen, en stelt zich daarbij op het standpunt dat de gegeven motivering de beslissing niet kan dragen. Voorts stelt klager dat de bestreden beschikking in strijd is met het zorgvuldigheidsbeginsel. 2.4 Op 10 juni 2016 heeft de minister reeds afwijzend beslist op klaagsters verzoek tot bevordering naar schaal
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.