Uitspraak van 25 juni 2018 GAZA nr. AUA201703574 HET GERECHT IN AMBTENARENZAKEN VAN ARUBA UITSPRAAK op het bezwaar van: [klaagster], wonende in Aruba, KLAAGSTER, gemachtigde: mr. R.P. Lee, gericht tegen: DE GOUVERNEUR VAN ARUBA, zetelende in Aruba, VERWEERDER, gemachtigde: mr. M.P. Jansen (DWJZ). 1PROCESVERLOOP Bij brief van 11 oktober 2017 (hierna: de bestreden beschikking) is het verzoek van klaagster voor een bevordering naar de functie van beveiligingsmedewerker (schaal 6) afgewezen. Hiertegen heeft klaagster op 28 december 2017 bezwaar gemaakt. Verweerder heeft op 8 februari 2018 een contramemorie ingediend. De zaak is behandeld ter zitting van 14 mei 2018, alwaar klaagster is verschenen bij haar gemachtigde en verweerder zich heeft laten vertegenwoordigen door de gemachtigde voornoemd. Uitspraak is vervolgens bepaald op heden. 2OVERWEGINGEN Ontvankelijkheid 2.1 Ingevolge artikel 41, eerste lid, van de Landsverordening ambtenarenrechtspraak (hierna: La), dient het bezwaarschrift te worden ingediend binnen dertig dagen te rekenen vanaf de dag waarop de aangevallen beschikking is uitgesproken. Het derde lid van voornoemd artikel van de La bepaalt dat, indien het bezwaar na de daarvoor bepaalde termijn is ingediend, de indiener niet op grond daarvan niet-ontvankelijk wordt verklaard, indien hij ten genoegen van de rechter aantoont het bezwaar te hebben ingebracht binnen dertig dagen na de dag waarop hij van de aangevallen beschikking kennis heeft kunnen dragen. 2.2 Klaagster heeft onweersproken gesteld dat zij de bestreden beschikking in december 2017 heeft ontvangen, zodat het gerecht ervan uitgaat dat zij haar bezwaarschrift heeft ingediend binnen dertig dagen na de dag waarop zij de bestreden beschikkingen heeft ontvangen. Klaagster is derhalve ingevolge artikel 41, derde lid van de La ontvankelijk. Inhoudelijk 2.3 In deze zaak gaat het om de vraag of verweerder op goede grond heeft beslist om het verzoek van klaagster af te wijzen. Bij de beantwoording van deze vraag stelt het gerecht voorop dat de bevoegdheid van verweerder om ambtenaren al dan niet te bevorderen discretionair van karakter is. Dit brengt met zich dat het gebruik van die bevoegdheid door het gerecht slechts terughoudend kan worden getoetst. Bij die toetsing dient het gerecht te beoordelen of verweerder na afweging van de betrokken belangen in redelijkheid tot de bestreden beschikking heeft kunnen komen dan wel daarbij anderszins heeft gehandeld in strijd met enige rechtsregel of met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur. 2.4 Klaagster kan zich niet verenigen met de bestreden beschikking en voert - kort gezegd - het volgende aan. Zij bekleedt sinds 1 juni 2004 de functie van beveiligingsmedewerker en niet van beveiligingsbewaker en is sindsdien onafgebroken werkzaam in de afdeling bewaking en beveiliging onder het dienstonderdeel arrestantenzorg. Klaagster is bevoegd een wapen te dragen. Een collega is wel bevorderd naar schaal
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.