← Nederland

ECLI:NL:OGAACMB:2018:99

Uitspraak van 3 december 2018 Gaza nr. AUA201801413 HET GERECHT IN AMBTENARENZAKEN VAN ARUBA UITSPRAAK op het bezwaar van: [klager], wonend te Aruba, KLAGER, procederend in persoon, tegen: DE MINISTER VAN JUSTITIE, VEILIGHEID EN INTEGRATIE, zetelend te Aruba, VERWEERDER, gemachtigde: mr. M.P. Jansen (DWJZ). PROCESVERLOOP Bij landsbesluit van 28 maart 2018 no. 1 (bestreden landsbesluit) heeft verweerder besloten om klager met ingang van 30 maart 2018 te ontheffen uit de functie korpschef en de rang hoofdcommissaris en hem te benoemen als directeur van het National Center Bureau Interpol Aruba met vaststelling van zijn bezoldiging, een diensthoofdentoelage en een Interpol-toelage. Daartegen heeft klager bij schrijven met dagtekening 13 april 2018 bezwaar gemaakt. Het bezwaarschrift is op 24 mei 2018 bij dit gerecht ingediend. Verweerder heeft op 16 augustus 2018 een contra-memorie ingediend. De zaak is op 19 november 2018 ter zitting behandeld. Klager is, met kennisgeving, niet verschenen. Verweerder is bij gemachtigde verschenen. Uitspraak is bepaald op heden. OVERWEGINGEN Het wettelijk kader 1.1 Ingevolge artikel 41, eerste lid, van de Landsverordening ambtenarenrechtspraak (La), wordt het bezwaarschrift ingediend binnen dertig dagen na de dag waarop de aangevallen beschikking of de aangevallen handeling of weigering genomen, verricht of uitgesproken is. Ingevolge het derde lid wordt hij die bezwaar inbrengt na de hiervoor bepaalde termijn, niet op grond daarvan niet-ontvankelijk verklaard, indien hij ten genoegen van de rechter aantoont het bezwaar te hebben ingebracht binnen dertig dagen na de dag waarop hij van de aangevallen beschikking, handeling of weigering redelijkerwijs heeft kunnen kennis dragen. 1.2 Ingevolge artikel 43, eerste lid, van de La wordt het bezwaar ingebracht door het inzenden van een bezwaarschrift aan het gerecht. Ontvankelijkheid 2.1 Het bestreden landsbesluit heeft als dagtekening 28 maart

  1. Gesteld noch gebleken is dat klager pas op een latere datum van dit besluit kennis heeft kunnen nemen. 2.2 Het bezwaarschrift is bij het gerecht ingekomen op 24 mei 2018, dus buiten de in artikel 41, eerste lid, van de La gestelde termijn ingediend. Uit de stukken blijkt niet van enige eerdere indiening. 2.3 Het bezwaar moet daarom niet-ontvankelijk worden verklaard.
  2. Ten overvloede overweegt het gerecht dat de bezwaargrond van klager dat hij ten onrechte ontheven is uit de rang hoofdcommissaris, geen kans van slagen heeft. Het standpunt van verweerder dat alleen degene die de functie van korpschef vervult de rang van hoofdcommissaris kan bekleden, acht het gerecht juist. Uitvoering van het onderdeel van het besluit van de ministerraad van 2 maart 2018 dat bepaalt dat klager zijn rang van hoofdcommissaris behoudt, zou strijd met het rangenstelsel van de politie veroorzaken. Dit ministerraadbesluit kan daarom niet tot een ander oordeel leiden. BESLISSING De rechter in dit gerecht: verklaart het bezwaar niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gegeven door mr. A.J.H. van Suilen, ambtenarenrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 3 december 2018, in tegenwoordigheid van de griffier. Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen hoger beroep instellen bij de Raad van beroep in ambtenarenzaken. Daarbij dient de volgende termijn in acht te worden genomen: Als de indiener van het hoger beroep of zijn gemachtigde bij de uitspraak aanwezig is geweest: binnen dertig dagen na de dag van de uitspraak; In de andere gevallen: binnen dertig dagen na de dag van de toezending of de terhandstelling van een afschrift van de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend bij: De griffie van de Raad van Beroep in ambtenarenzaken J.G. Emanstraat 51 Oranjestad Aruba U wordt verzocht bij het indienen van het hogerberoepschrift het volgende in acht te nemen:
  3. Leg bij het hogerberoepschrift een afschrift over van deze uitspraak;
  4. Onderteken het hogerberoepschrift en vermeld het volgende: a. de naam en het adres van de indiener of de gemachtigde, b. de datum van ondertekening, c. waartegen u in hoger beroep komt, d. waarom u het niet eens bent met deze uitspraak (de gronden van het hoger beroep). Voor het instellen van hoger beroep is geen griffierecht verschuldigd.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.