← Nederland

ECLI:NL:OGAACMB:2019:43

Uitspraak van 20 mei 2019 Gaza nr. AUA201803279 HET GERECHT IN AMBTENARENZAKEN VAN ARUBA UITSPRAAK op het bezwaar van: [KLAAGSTER], wonend te Aruba, KLAAGSTER, procederend in persoon, tegen: DE GOUVERNEUR VAN ARUBA, zetelend te Aruba, VERWEERDER, gemachtigde: mr. V.M. Emerencia (DWJZ). PROCESVERLOOP Bij brief van 5 december 2017 (de bestreden beschikking) heeft verweerder het verzoek van klaagster voor een bevordering naar schaal 6 afgewezen. Hiertegen heeft klaagster op 16 oktober 2018 bezwaar gemaakt, door indiening van een bezwaarschrift bij het gerecht. Het gerecht heeft de zaak ter zitting behandeld op 8 april

  1. Klaagster is in persoon verschenen en verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door de gemachtigde voornoemd. Uitspraak is bepaald op heden. OVERWEGINGEN De ontvankelijkheid 1.1 Ingevolge artikel 41, eerste lid, voor zover thans van belang, wordt het bezwaarschrift ingediend binnen dertig dagen na de dag waarop de aangevallen beschikking is gegeven. Ingevolge het derde lid, voor zover thans van belang, wordt hij die bezwaar inbrengt na de hiervoor bepaalde termijn niet op grond daarvan niet-ontvankelijk verklaard, indien hij ten genoegen van de rechter aantoont het bezwaar te hebben ingebracht binnen dertig dagen na de dag waarop hij van de aangevallen beschikking redelijkerwijs kennis heeft kunnen dragen. 1.2 De bestreden beschikking is gedateerd 5 december
  2. Klaagster had uiterlijk 4 januari 2018 hiertegen kunnen opkomen. Klaagster heeft op 16 oktober 2018 haar bezwaar bij het gerecht ingediend. Het gerecht overweegt derhalve dat klaagster niet tijdig in bezwaar is gekomen tegen de bestreden beschikking. Enige reden op grond waarvan klaagster van deze termijnoverschrijding niettemin geen verwijt kan worden gemaakt, is gesteld noch gebleken. 1.3 Het bezwaar is niet-ontvankelijk. BESLISSING De rechter in dit gerecht: verklaart het bezwaar niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gegeven door mr. A.J.H. van Suilen, rechter in ambtenarenzaken te Aruba en uitgesproken ter openbare terechtzitting van maandag 20 mei 2019, in tegenwoordigheid van de griffier. Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen hoger beroep instellen bij de Raad van beroep in ambtenarenzaken. Daarbij dient de volgende termijn in acht te worden genomen: Als de indiener van het hoger beroep of zijn gemachtigde bij de uitspraak aanwezig is geweest: binnen dertig dagen na de dag van de uitspraak; In de andere gevallen: binnen dertig dagen na de dag van de toezending of de terhandstelling van een afschrift van de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend bij: De griffie van de Raad van Beroep in ambtenarenzaken J.G. Emanstraat 51 Oranjestad Aruba U wordt verzocht bij het indienen van het hogerberoepschrift het volgende in acht te nemen:
  3. Leg bij het hogerberoepschrift een afschrift over van deze uitspraak;
  4. Onderteken het hogerberoepschrift en vermeld het volgende: a. de naam en het adres van de indiener of de gemachtigde, b. de datum van ondertekening, c. waartegen u in hoger beroep komt, d. waarom u het niet eens bent met deze uitspraak (de gronden van het hoger beroep). Voor het instellen van hoger beroep is geen griffierecht verschuldigd.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.