Zaaknummer: SXM201801290- GAZ 38/2018 Datum: 15 april 2019 HET GERECHT IN AMBTENARENZAKEN VAN SINT MAARTEN UITSPRAAK In het geding van: (klager), klager, gemachtigde: dhr. L.C.J. LEWIS, tegen DE MINISTER VAN JUSTITIE VAN HET LAND SINT MAARTEN, gezeteld te Sint Maarten, verweerder, gemachtigde: mr. A.A. KRAAIJEVELD. 1Aanduiding bestreden besluit De fictieve weigering van verweerder om te beslissen op het bezwaarschrift van klager, verwoord in zijn brief van 13 februari 2018 betreffende bevordering/benoeming in de functie van Tactisch Rechercheur alsmede vaststelling van zijn rechtspositie. 2Het procesverloop Op 5 oktober 2018 is ter griffie van het gerecht in ambtenarenzaken (hierna: het gerecht) een bezwaarschrift (met producties) ingediend. Aan verweerder is gelegenheid geboden voor het indienen van een contramemorie. Daarvan heeft verweerder geen gebruik gemaakt. Namens klager zijn op 4 maart 2019 aanvullende stukken in het geding gebracht. Op 4 maart 2019 heeft verweerder pleitaantekeningen (met producties) op voorhand van de behandeling ingediend. Mondelinge behandeling van het bezwaarschrift heeft plaatsgevonden op 11 maart
- Klager is in persoon verschenen bijgestaan door zijn gemachtigde voornoemd. Verweerder is bij zijn gemachtigde genoemd verschenen die op schrift gestelde pleitaantekeningen heeft overgedragen. Uitspraak is bepaald op heden. 3De beoordeling/ de ontvankelijkheid 3.1 Artikel 35 van de Regeling Ambtenarenrechtspraak 1951 (Rar) bepaalt dat een bezwaarschrift kan worden ingediend ter zake dat beschikkingen, handelingen of weigeringen (om te beschikken of te handelen), ten aanzien van een ambtenaar als zodanig, zijn nagelaten betrekkingen of rechtverkrijgende door een administratief orgaan genomen, verricht of uitgesproken, feitelijk of rechtens met de toepasselijke algemeen verbindende voorschriften strijden of dat bij het nemen, verrichten of uitspreken daarvan het administratief orgaan van zijn bevoegdheid kennelijk een ander gebruik heeft gemaakt dan tot de doeleinden, waarvoor die bevoegdheid is gegeven. Artikel 41, eerste lid, van de Rar bepaalt, zover hier van belang, dat het bezwaarschrift [bedoeld wordt: het bezwaarschrift bij het Gerecht] moet worden ingediend binnen dertig dagen na de dag waarop de aangevallen weigering is uitgesproken. Het tweede lid bepaalt dat een orgaan wordt geacht de weigering tot het nemen van een beschikking te hebben uitgesproken, indien het binnen de daarvoor bepaalde tijd of, waar een tijdsbepaling ontbreekt, binnen redelijke tijd een verplichte beschikking niet genomen heeft. In dit geval loopt de termijn van dertig dagen van de dag, waarop de weigering geacht wordt te zijn uitgesproken. Artikel 14, eerste lid van het Landsbesluit bezwaarschriften ambtenaren bepaalt dat het bevoegde gezag beslist uiterlijk vier maanden na de datum van indiening van het bezwaarschrift. Deze termijn kan eenmaal met ten hoogste dertig dagen worden verlengd. 3.2 Verweerder heeft primair aangevoerd dat het beroep niet ontvankelijk is omdat het te laat is ingesteld. 3.3 Dit verweer slaagt. Het Gerecht stelt vast dat klager met zijn bezwaarschrift is opgekomen tegen het landsbesluit van 12 januari 2018 dat aan klager op 12 februari 2018 is bekend gemaakt. Laatstgenoemde datum heeft te gelden als aanvangsdatum voor de bezwaartermijn van dertig dagen, die dus eindigde op 13 maart
- Klager heeft zijn bezwaar bij de Gouverneur op 13 februari 2018 ingediend. Deze heeft het bezwaar doorgestuurd naar verweerder. Dit betekent dat verweerder uiterlijk tot 13 juni 2018, nu niet gebleken is van verlenging, kon beslissen. Op grond hiervan is op 13 juni 2018 de weigering ontstaan. Klager had dus zijn bezwaarschrift bij het Gerecht uiterlijk op vrijdag 30 juli 2018 moeten indienen. Op 5 oktober 2018, toen klager zijn bezwaarschrift bij het Gerecht heeft ingediend was de bezwaartermijn verstreken. Klager heeft dus zijn bezwaarschrift bij het Gerecht te laat ingediend. Het Gerecht stelt vast dat tijdens de behandeling ter zitting geen omstandigheden zijn aangevoerd, waaruit blijkt dat de termijnoverschrijding verschoonbaar is. Het bezwaar zal dan ook niet-ontvankelijk worden verklaard. 3.4 Volledigheidshalve overweegt het Gerecht dat deze niet-ontvankelijkverklaring voor klager met zich meebrengt dat niet meer in rechte afdwingbaar is dat verweerder een beslissing neemt op het bezwaar van klager van 13 februari
- Het neemt echter niet weg dat op verweerder nog wel de plicht rust deze beslissing te nemen. 4Beslissing Het Gerecht in ambtenarenzaken: verklaart het bezwaar niet- ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. C.W.M. Giesen, rechter in het gerecht in ambtenarenzaken van Sint Maarten, en uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier op 15 april
- Tegen deze uitspraak is hoger beroep mogelijk. Zie titel IV van de regeling Ambtenarenrechtspraak.