Uitspraak van 19 augustus 2019 Gaza nr. AUA201900227 HET GERECHT IN AMBTENARENZAKEN VAN ARUBA UITSPRAAK op het bezwaarschrift ex artikel 96 van de Landsverordening ambtenarenrechtspraak (La) van: [KLAAGSTER] , wonende te Aruba, KLAAGSTER, gemachtigde: mr. R.P. Lee, tegen: de Gouverneur van Aruba, zetelende te Aruba, VERWEERDER, gemachtigde: de heer A. Lumenier (DWJZ). 1PROCESVERLOOP Bij uitspraak van 1 oktober 2018 van dit gerecht (GAZA nr. AUA201703405), is het bezwaar van klaagster gericht tegen het uitblijven van een nieuwe beslissing op haar verzoek om een bevordering, gegrond verklaard. In voornoemde uitspraak is verweerder opgedragen om binnen drie maanden na de uitspraak schriftelijk op het verzoek van klaagster te beschikken. Bij beschikking van 24 oktober 2018 heeft verweerder het verzoek van klaagster om een bevordering naar de rang van commies 1ste klasse (schaal 9), afgewezen. Klager heeft op 21 januari 2019 een bezwaarschrift ex artikel 96 van de Landsverordening ambtenarenrechtspraak (hierna: La) ingediend. De zaak is behandeld ter zitting van 24 juni 2019, alwaar partijen zich hebben laten vertegenwoordigen door hun gemachtigden voornoemd. De uitspraak is bepaald op heden. 2OVERWEGINGEN 2.1 Het bezwaar van klaagster strekt thans alleen nog tot vergoeding van de door haar gemaakte proceskosten. Daartoe heeft zij aangevoerd dat zij de beschikking van 24 oktober 2018 heeft ontvangen nadat zij onderhavig bezwaarschrift heeft ingediend, waarbij zij kosten heeft gemaakt. 2.2 Ingevolge het eerste lid van artikel 96 van de La is de ambtenaar bevoegd een bezwaarschrift bij het gerecht in te dienen, indien aan een bij onherroepelijk geworden rechterlijke beslissing opgelegde veroordeling niet of niet volledig gevolg wordt gegeven. Ingevolge het derde lid van dit artikel veroordeelt het gerecht, indien het bezwaar gegrond wordt bevonden, het betrokken lichaam tot vergoeding en stelt het met inachtneming van alle omstandigheden het bedrag der schadevergoeding vast. 2.3 Conform bestendige jurisprudentie van de Raad kan de in artikel 96 La neergelegde bevoegdheid schadevergoeding op te leggen gelet op de bewoordingen van deze bepaling, slechts worden toegepast met terzijdestelling van de niet uitgevoerde uitspraak. Die uitspraak wordt aldus vervangen door een schadevergoeding. Dit artikel geeft niet de bevoegdheid om bij te late uitvoering van de uitspraak een schadevergoeding op te leggen of een als vooraf bepaalde schadevergoeding aan te merken dwangsom. 2.4 In dit geval is vast komen te staan dat verweerder op 24 oktober 2018, en dus binnen de daarvoor bij uitspraak gestelde termijn, gevolg heeft gegeven aan de uitspraak van dit gerecht van 1 oktober
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.