Uitspraak van 14 december 2020 GAZA nr. AUA202000644 HET GERECHT IN AMBTENARENZAKEN VAN ARUBA UITSPRAAK op het bezwaar van: [Klaagster], wonend te Aruba, KLAAGSTER, gemachtigde: mr. R.P. Lee, tegen: de Minister van Onderwijs, Wetenschap en Duurzame Ontwikkeling, zetelend te Aruba, VERWEERDER, gemachtigde: mr. C.L. Geerman (DWJZ). PROCESVERLOOP Bij ministeriële beschikking van 30 januari 2020 (de bestreden beschikking) heeft verweerder klaagster met ingang van 1 april 2015 bevorderd naar de rang van klerk 1ste klasse (schaal 4, dienstjaar 8), en met ingang van 1 april 2019 naar de rang van hoofdklerk (schaal 5, dienstjaar 7). Hiertegen heeft klaagster bezwaar gemaakt, door indiening van een bezwaarschrift op 21 februari 2020. Verweerder heeft op 26 oktober 2020 een contramemorie ingediend. Het gerecht heeft de zaak ter zitting behandeld op 2 november 2020, alwaar zijn verschenen partijen bij hun gemachtigden voornoemd. De uitspraak is nader bepaald op heden. OVERWEGINGEN De ontvankelijkheid 1.1 Ingevolge artikel 41, eerste lid, van de Landsverordening ambtenarenrechtspraak (hierna: de La), dient het bezwaarschrift te worden ingediend binnen dertig dagen te rekenen vanaf de dag waarop de aangevallen beschikking is uitgesproken. Het derde lid van voornoemd artikel van de La bepaalt dat, indien het bezwaar na de daarvoor bepaalde termijn is ingediend, de indiener niet op grond daarvan niet-ontvankelijk wordt verklaard, indien hij ten genoegen van de rechter aantoont het bezwaar te hebben ingebracht binnen dertig dagen na de dag waarop hij van de aangevallen beschikking heeft kunnen kennis dragen. 1.2 Klaagster heeft haar bezwaarschrift na het verstrijken van de in artikel 41, eerste lid, van de La gestelde termijn ingediend. Zij heeft echter aangevoerd pas op 18 februari 2020 kennis te hebben genomen van de bestreden beschikking, hetgeen door verweerder niet is betwist. Het tegendeel blijkt ook niet uit de gedingstukken. Dit betekent dat moet worden aangenomen dat het bezwaar is ingediend binnen de in artikel 41, derde lid, van de La gestelde termijn. Klaagster is derhalve ontvankelijk in haar bezwaar. De feiten 2.1 Klaagster is met ingang van 15 augustus 2008 benoemd als ambtenaar in tijdelijke dienst in de functie van administratieve kracht, rang van klerk (schaal 3), bij het Openbaar Onderwijs. 2.2 Bij ministeriële beschikking van 28 augustus 2009 is klaagster met ingang van 1 augustus 2009 als ambtenaar in vaste dienst benoemd. 2.3 Bij onderscheiden (rappel)brieven van 12 maart 2012, 27 augustus 2013, 28 januari 2014, 8 juni 2015, 1 maart 2018, 12 maart 2018 en 27 november 2018 heeft klaagster aan verweerder verzocht om haar naar de rang van klerk 1ste en vervolgens naar de rang van hoofdklerk te bevorderen. 2.4 Bij brief van 25 september 2018 heeft het hoofd van Scol Primario Kudawecha positief geadviseerd met betrekking tot het functioneren van klaagster. 2.5 Bij schrijven van 20 januari 2020 heeft van de interim-directeur van de Dienst Publieke Scholen een voorstel gedaan om klaagster met ingang van 1 april 2015 naar de rang van klerk 1ste klasse te bevorderen (schaal 4). 2.6 Bij bestreden beschikking is klaagster met ingang van 1 april 2015 bevorderd naar de rang van klerk 1ste klasse (schaal 4, dienstjaar 8) en met ingang van 1 april 2019 naar de rang van hoofdklerk (schaal 5, dienstjaar 7). De standpunten van partijen 3.1 Klaagster kan zich niet verenigen met de ingangsdatum van de aan haar bij de bestreden beschikking toegekende bevorderingen. Klaagster voert hiertoe aan dat verweerder zijn beslissing om klaagster met ingang van 1 april 2015 heeft gebaseerd op het verzoek van klaagster van 12 maart 2018 en hierbij – zonder motivering – geen rekening heeft gehouden met haar eerdere verzoeken die vanaf 12 maart 2012 dateren. Klaagster betoogt dat zij - gelet op haar eerdere bevorderingsverzoeken - met ingang van 15 augustus 2012 naar de rang van klerk 1ste klasse (schaal 4) en met ingang van 15 augustus 2016 naar de rang van hoofdklerk dient te worden bevorderd. 3.2 Verweerder voert - kort samengevat - aan dat de bestreden beschikking correct en conform de geldende regels is genomen. De regelgeving 4.1 Ingevolge artikel 13, eerst lid, van de Landsverordening materieel ambtenarenrecht (hierna: Lma) geschieden aanstelling en bevordering, voor zover daaromtrent regelen zijn vastgesteld, overeenkomstig deze regelen. 4.2.1 Voor zover hier van belang wordt ingevolgde artikel 1, eerste lid, van de Landsverordening basisonderwijs (hierna: Lbo) verstaan onder: Minister: de minister van Welzijnszaken; (…) Bevoegd gezag: voor wat betreft: a. een openbare school: de Minister; b. een bijzondere school: het schoolbestuur. 4.2.2 Ingevolge artikel 31, van de Lbo worden de salarissen en de toelagen, door het bevoegd gezag toe te kennen aan het hoofd, de onderwijzers en het overige personeel, vastgesteld bij landsbesluit, houdende algemene maatregelen. 4.2.3 Ingevolge artikel 32, eerste lid, van de Lbo benoemt, schorst en ontslaat het bevoegd gezag het hoofd, de onderwijzers en het overige personeel. De benoeming geschiedt zoveel mogelijk in een volledige betrekking. 4.3 Ingevolge artikel 4, tweede lid van de Bezoldigingsregeling Aruba 1986 (hierna: BrA), dient de ambtenaar om in aanmerking te kunnen komen voor een bevordering, aan de voor de desbetreffende betrekking bedoelde eisen te voldoen en voorts voor de vervulling van die betrekking geschikt en bekwaam te worden geacht. 4.4 Voor zover hier van belang bepaalt artikel 35, eerste lid, van de Landsverordening ambtenarenrechtspraak (hierna: de La) dat een bezwaarschrift kan worden ingediend tegen een weigering om te beschikken. Blijkens de memorie van toelichting op deze bepaling is hiermee beoogd de ambtenaar niet alleen te beschermen tegen daden, maar ook tegen verzuim, nalatigheid, achterwege blijven van handelingen of beschikkingen, opzettelijk of uit zorgeloosheid. 4.5 Artikel 41, eerste lid van de La bepaalt, zover hier van belang, dat het bezwaarschrift moet worden ingediend binnen dertig dagen na de dag waarop de aangevallen weigering is uitgesproken. Het tweede lid bepaalt dat een orgaan wordt geacht de weigering tot het nemen van een beschikking te hebben uitgesproken, indien het binnen de daarvoor bepaalde tijd of, waar een tijdsbepaling ontbreekt, binnen redelijke tijd een verplichte beschikking niet genomen heeft. In dit geval loopt de termijn van dertig dagen van de dag, waarop de weigering geacht wordt te zijn uitgesproken. 4.4 Conform het vigerende beleid van de overheid, zoals bekrachtigd in de ministerraadvergadering van 27 oktober 1995, mogen bevorderingen gerekend vanaf de datum van officiële registratie c.q. verzoek/voorstel niet meer dan drie jaar terugwerken. Ten aanzien van de interpretatie van de term “officiële registratie” heeft de ministerraad op 19 september 2008 besloten om indiening van een bevorderingsverzoek bij een leidinggevende van een overheidsdienst als officiële registratie te beschouwen bij de toepassing van bedoelde beleidsregel. De beoordeling 5.1 Het gerecht overweegt allereerst dat de bevoegdheid van verweerder om zijn ambtenaren al dan niet te bevorderen discretionair van karakter is. Dit brengt met zich mee dat het bestreden besluit, waartegen klager in deze procedure opkomt, slechts marginaal kan worden getoetst. Bij die toetsing dient het gerecht te beoordelen of verweerder na afweging van de betrokken belangen in redelijkheid tot het bestreden besluit heeft kunnen komen dan wel daarbij anderszins heeft gehandeld in strijd met enige rechtsregel of met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur. 5.2 Niet in geschil is dat klaagster in aanmerking komt voor bevordering naar de rang van klerk 1ste klasse (schaal 4) en naar de rang van hoofdklerk (schaal 5). Het geschil beperkt zich tot de vraag of verweerder op goede gronden heeft besloten om klaagster ingaande 1 april 2015 naar schaal 4 en ingaande 1 april 2019 naar schaal 5 te bevorderen. 5.3 In de uitspraak van 7 maart 2005 (RvBAz 2003/48) heeft de Raad van Beroep in Ambtenarenzaken overwogen dat de overheid de beleidsregel van maximaal drie
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.