← Nederland

ECLI:NL:OGAACMB:2020:53

Uitspraak van 29 juni 2020 Gaza nr. AUA201903353 HET GERECHT IN AMBTENARENZAKEN VAN ARUBA UITSPRAAK op het bezwaar van: [klager], wonende te Aruba, KLAGER, gemachtigde: mr. E. Duijneveld, gericht tegen: DE MINISTER VAN FINANCIËN, ECONOMISCHE ZAKEN EN CULTUUR, zetelend in Aruba, VERWEERDER, gemachtigde: mr. C.L. Geerman (DWJZ). PROCESVERLOOP Bij beschikking van 6 september 2019 (de bestreden beschikking) heeft verweerder besloten om klager klaagster de toegang tot alle dienstlokalen, -gebouwen, -terreinen en voertuigen van Departamento di Aduana (DA) te ontzeggen. Hiertegen heeft klager bezwaar gemaakt door indiening van een bezwaarschrift bij dit gerecht op 27 september

  1. Verweerder heeft op 18 mei 2020 een contramemorie ingediend. Klager heeft op 3 april 2020 een akte ingediend. Verweerder heeft op 16 april 2020 op de akte gereageerd. Het gerecht heeft de zaak ter zitting behandeld op 18 mei
  2. Klager is verschenen bij zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door de gemachtigde voornoemd. De uitspraak is bepaald op heden. OVERWEGINGEN De standpunten van partijen 1.1 Bij akte van 3 april 2020 heeft klager het gerecht bericht dat hij ondertussen weer aan het werk is. Klager deelt mee dat hij het bezwaarschrift in zoverre intrekt maar dat hij volhard in zijn vordering tot het toekennen van proceskosten. Hiertoe voert hij aan dat hij zich door toedoen van verweerder genoodzaakt heeft gezien om zich in rechte te verdedigen. 1.2 Verweerder stelt zich op het standpunt dat er voor een proceskostenveroordeling geen wettelijke grondslag bestaat. Klager dient de civiele weg te bewandelen indien hij meent dat er sprake is van onrechtmatig handelen. Voorts betoogt verweerder dat klager had kunnen wachten met de indiening van zijn bezwaarschrift. Hij heeft er zelf voor gekozen om het bezwaarschrift samen met het verzoek voorlopige voorziening in te dienen. De beoordeling 2.1 Niet in geschil is dat het belang aan het bezwaar is komen te ontvallen. 2.2 Het vorenstaande leidt tot de conclusie dat het bezwaar wegens het ontbreken van procesbelang niet-ontvankelijk is. 2.3 Gegeven deze beslissing bestaat voor een proceskostenveroordeling geen wettelijke grondslag. BESLISSING De rechter in dit gerecht: verklaart het bezwaar niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gegeven door mr. M. Soffers, ambtenarenrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van maandag 29 juni 2020 in aanwezigheid van de griffier. Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen hoger beroep instellen bij de Raad van beroep in ambtenarenzaken. Daarbij dient de volgende termijn in acht te worden genomen: Als de indiener van het hoger beroep of zijn gemachtigde bij de uitspraak aanwezig is geweest: Binnen dertig dagen na de dag van de uitspraak; In de andere gevallen: Binnen dertig dagen na de dag van de toezending of de terhandstelling van een afschrift van de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend bij: De griffie van de Raad van Beroep in ambtenarenzaken J.G. Emanstraat 51 Oranjestad Aruba U wordt verzocht bij het indienen van het hogerberoepschrift het volgende in acht te nemen:
  3. Leg bij het hogerberoepschrift een afschrift over van deze uitspraak;
  4. Onderteken het hogerberoepschrift en vermeld het volgende: a. de naam en het adres van de indiener of de gemachtigde, b. de datum van ondertekening, c. waartegen u in hoger beroep komt, d. waarom u het niet eens bent met deze uitspraak (de gronden van het hoger beroep). Voor het instellen van hoger beroep is geen griffierecht verschuldigd.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.