Uitspraak van 21 september 2020 GAZA nr. AUA201904140 HET GERECHT IN AMBTENARENZAKEN VAN ARUBA UITSPRAAK op het bezwaar van: [klaagster], wonend in Aruba, KLAAGSTER, gemachtigde: mr. R.P. Lee, gericht tegen: de Gouverneur van Aruba, zetelend in Aruba, VERWEERDER, gemachtigde: mr. Y.F.M. Kaarsbaan (DWJZ). PROCESVERLOOP Bij landsbesluit van 2 oktober 2019 no. 34 is besloten klaagster met ingang van 1 juni 2016 uit de functie van medewerker politiële bedrijfsvoering te ontheffen en aan te stellen in de functie van chef politiële bedrijfsvoering op de afdeling politiedistrict Oranjestad. Hiertegen heeft klaagster op 22 november 2019 bezwaar gemaakt bij het gerecht. De zaak is behandeld ter zitting van 6 juli 2020, alwaar zijn verschenen klaagster bijgestaan door haar gemachtigde voornoemd, en verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde voornoemd. De uitspraak is nader bepaald op heden. OVERWEGINGEN Tijdigheid van het bezwaar 1.1 Ingevolge artikel 41, eerste lid, van de Landsverordening ambtenarenrechtspraak (hierna: de La), dient het bezwaarschrift te worden ingediend binnen dertig dagen te rekenen vanaf de dag waarop de aangevallen beschikking is uitgesproken. Het derde lid van voornoemd artikel van de La bepaalt dat, indien het bezwaar na de daarvoor bepaalde termijn is ingediend, de indiener niet op grond daarvan niet-ontvankelijk wordt verklaard, indien hij ten genoegen van de rechter aantoont het bezwaar te hebben ingebracht binnen dertig dagen na de dag waarop hij van de aangevallen beschikking heeft kunnen kennis dragen. 1.2 Klaagster heeft haar bezwaarschrift na het verstrijken van de in artikel 41, eerste lid, van de La gestelde termijn ingediend. Zij heeft echter aangevoerd pas op 24 oktober 2019 kennis te hebben genomen van de bestreden beschikking, hetgeen door verweerder niet is betwist. Het tegendeel blijkt ook niet uit de gedingstukken. Dit betekent dat moet worden aangenomen dat het bezwaar is ingediend binnen de in artikel 41, derde lid, van de La gestelde termijn. De feiten 2.1 Klaagster is als ambtenaar werkzaam bij het Korps Politie Aruba (KPA). 2.2 Klaagster is met ingang van 17 februari 2015 ontheven uit de functie van medewerker algemene ondersteuning en geplaatst in de functie van medewerker politiële bedrijfsvoering district Santa Cruz. 2.3 Klaagster is met ingang van 1 januari 2016, met een proeftijd van zes maanden, tijdelijk in de functie van chef politiële bedrijfsvoering district Oranjestad geplaatst. 2.4 Bij schrijven van de korpschef van 7 juni 2018 is medegedeeld dat klaagster met ingang van 1 juli 2016 definitief in de functie chef politiële bedrijfsvoering is geplaatst. 2.5 Bij bestreden beschikking is klaagster met ingang van 1 juni 2016 uit de functie van medewerker politiële bedrijfsvoering ontheven en aangesteld in de functie van chef politiële bedrijfsvoering op de afdeling politiedistrict Oranjestad. De standpunten van partijen 3.1 Klager kan zich niet verenigen met de datum met ingang waarvan zij definitief is geplaatst in de functie van chef politiële bedrijfsvoering. Klaagster meent dat die plaatsing had moeten geschieden met ingang van 1 januari 2016, daar zij vanaf die datum die functie bekleedt. Dat aan haar plaatsing een proeftijd van zes maanden was verbonden, doet daar niets aan af. Klaagster voert voorts aan dat in de bestreden beschikking foutief is opgenomen dat zij met ingang van 1 juli 2016 de werkzaamheden in de functie heeft aangevangen. Klager meent dan ook dat de bestreden beschikking in strijd met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, en dan met name het motiverings-, zorgvuldigheids-, en rechtvaardigheidsbeginsel. 3.2 Verweerder voert aan dat als ingangsdatum van de plaatsing in de bestreden beschikking per abuis 1 juni 2016 is opgenomen. Dit zal binnenkort bij een correctie landsbesluit gecorrigeerd worden. Voorts voert verweerder aan dat klager met ingang van 1 januari 2016 tijdelijk en met toepassing van artikel 52 van de Lma in de functie van chef politiële bedrijfsvoering is geplaatst, met een proeftermijn van zes maanden. Pas toen klaagster deze proefperiode met succes had afgerond, kon zij definitief in de functie worden geplaatst, zijnde met ingang van 1 juli
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.