Uitspraak van 21 september 2020 Gaza nr. AUA202001529 HET GERECHT IN AMBTENARENZAKEN VAN ARUBA UITSPRAAK op het verzoek tot het treffen van een beslissing bij voorraad als bedoeld in artikel 94 van de Landsverordening ambtenarenrechtspraak (La) van: [verzoekster], wonend in Aruba, VERZOEKSTER, gemachtigde: de advocaat mr. D.G. Croes, gericht tegen: de Minister van Justitie, Veiligheid en Integratie, zetelend in Aruba, VERWEERDER, gemachtigde: mr. M.P. Jansen (DWJZ). PROCESVERLOOP Bij beschikking van 12 juni 2020 (de bestreden beschikking) heeft de korpschef besloten om de aan verzoekster bij beschikking van 2 mei 2020 gegeven toegangsontzegging tot het Korps Politie Aruba (KPA), met ingang van 14 juni 2020 met zes weken te verlengen. Op 23 juni 2020 heeft verzoekster zich tot het gerecht gewend met het onderhavig verzoek. De voorzieningenrechter heeft de behandeling van het verzoek op 8 juli 2020 aangehouden in verband met het door verzoekster ingediende wrakingsverzoek. Op 31 juli 2020 is het wrakingsverzoek afgewezen. De behandeling van het verzoek is op 7 september 2020 per videoverbinding voortgezet. Verzoekster is verschenen bijgestaan door haar gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door de gemachtigde voornoemd. Hierna is de uitspraak bepaald op heden. OVERWEGINGEN Het wettelijk kader 1.1 Ingevolge artikel 94 van de La kan een ambtenaar bij een met redenen omkleed verzoekschrift aan het gerecht in ambtenarenzaken een beslissing bij voorraad vragen in alle gevallen waarin een bezwaarschrift op grond van deze landsverordening kan worden ingediend, doch waarin ter voorkoming van onevenredig nadeel voor de ambtenaar, een onverwijlde voorziening wenselijk is. Voor zover de toetsing aan het in artikel 94 La neergelegde criterium meebrengt dat een beoordeling van het geschil in de hoofdzaak wordt gegeven, heeft het oordeel van de rechter een voorlopig karakter en is dat niet bindend in de bodemprocedure. Voor honorering van het verzoek is vereist dat een aanmerkelijke kans bestaat dat de bestreden beschikking in bezwaar niet in stand zal blijven, en dat verzoekster een zodanig spoedeisend belang heeft dat niet van hem kan worden gevergd dat hij de beslissing in de bodemzaak afwacht. 1.2 Ingevolge artikel 48 van de Landsverordening materieel ambtenarenrecht (Lma) kan aan een ambtenaar door of namens de betrokken minister de toegang tot de dienstlokalen, dienstgebouwen of het werk, dan wel het verblijf aldaar, worden ontzegd. Een toegangsontzegging met toepassing van artikel 48 van de Landsverordening materieel ambtenarenrecht is een voorlopige ordemaatregel. De beschikking waarmee deze ordemaatregel is aangezegd dient te bevatten, de juridische grondslag, de precieze reden, het tijdstip van inwerkingtreding en de te verwachten duur van de ordemaatregel. Een toegangsontzegging dient in de regel niet langer te duren dan de tijd die onder de gegeven omstandigheden redelijkerwijze aan het bevoegde gezag moet worden gelaten om nadere beslissingen te nemen over de rechtspositie van de ambtenaar. Deze termijn is in de jurisprudentie bepaald op zes weken, met de mogelijkheid tot verlening ervan. De feiten 2.1 Verzoekster is politieambtenaar werkzaam in de functie van chef van dienst bij het district Oranjestad. 2.2 Bij beschikking van 2 mei 2020 heeft de wnd. korpschef besloten om verzoekster per direct de toegang te ontzeggen tot alle dienstlokalen, -gebouwen, -terreinen, voer- en vaartuigen van het KPA voor de duur van zes weken. De wnd. korpschef schrijft onder meer: “(…) De toegangsontzegging vindt plaats in belang van het disciplinaire onderzoek/procedure dat tegen uw persoon is ingesteld. Het disciplinaire onderzoek tegen uw persoon is opgestart wegens het door u verweten gedragingen welke als plichtverzuim te kwalificeren zijn. (…). Naar aanleiding van het rapport opgemaakt door de leiding van de District 1 Oranjestad kan voor zover over Uw gedragingen het volgende worden weergegeven: “Op het adres [xxx] bij de “[X] Villas” werd een groep politie ambtenaren aangetroffen en die kennelijk allen betrokken/aanwezig waren bij een sociale aangelegenheid van een feestelijke aard. Het bleek dat er vermoedelijk een gehele ploeg aldaar aanwezig was. Iedereen ter plaatse had zich ziek gemeld voor de dagdienst van 30 april
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.