← Nederland

ECLI:NL:OGAACMB:2020:89

GERECHT IN AMBTENARENZAKEN VAN CURAÇAO Uitspraak in de zaak van: [klager], wonend in Curaçao, klager, gemachtigde: mr. L.N. Asjes, advocaat, tegen: de Regering van Curaçao, verweerster, gemachtigde: mr. J.G. Ricardo, werkzaam bij verweerster. Procesverloop Bij uitspraak van 22 oktober 2019, met registratienummer GAZ Cur201902574, heeft dit Gerecht het bezwaar van klager tegen het uitblijven van een beslissing van verweerster op zijn verzoek van 16 april 2019 (het verzoek) om hem te benoemen in de functie van Wachtcommandant bij de Brandweer Curaçao, gegrond verklaard en verweerster opgedragen om binnen één maand na die uitspraakdatum een beslissing te nemen op het verzoek. Bij brief van 3 december 2019, door klager ontvangen op 3 januari 2020, heeft de minister van Justitie (de Minister) op het verzoek van klager beslist. Op 20 december 2019 heeft klager een bezwaarschrift als bedoeld in artikel 96, eerste lid, van de RAr ingediend bij dit Gerecht (het bezwaar). Het bezwaar is behandeld ter zitting van het Gerecht op 27 augustus

  1. Klager is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde, die vergezeld was door M. Lourens (bestuurslid van de Algemene Bond van Overheidspersoneel). Verweerster heeft zich laten vertegenwoordigen door haar gemachtigde, die vergezeld was door E. Regina (Brandweer Commandant), E. Obispo (Hoofd repressie, onderhoud en logistiek), D. Martha (secretaris van de selectiecommissie) en Z. Isenia (voorzitter van de selectiecommissie). Overwegingen
  2. Op grond van artikel 96, eerste lid, van de RAr is de ambtenaar bevoegd een bezwaarschrift bij het Gerecht in te dienen, indien aan een bij onherroepelijk geworden rechterlijke beslissing opgelegde veroordeling, in zover zij niet op geld luidt, niet of niet volledig gevolg wordt gegeven. Op grond van het derde lid veroordeelt het Gerecht het betrokken lichaam tot vergoeding en stelt, met inachtneming van alle omstandigheden, het bedrag der schadevergoeding bij de beslissing vast, indien het bezwaar gegrond wordt bevonden.
  3. Bij brief van 3 december 2019, door klager ontvangen op 3 januari 2020, heeft de Minister het verzoek van klager afgewezen.
  4. Nu verweerster met de brief van 3 december 2019 op het verzoek van klager heeft beslist, doet een nalaten om (volledig) gevolg te geven aan een rechterlijke beslissing als bedoeld in artikel 96, eerste lid, van de RAr zich in dit geval niet meer voor. Dit betekent dat klager niet langer een belang heeft bij een beoordeling van het Gerecht ten aanzien van het nalaten van verweerster om (volledig) gevolg te geven aan de uitspraak van het Gerecht van 22 oktober
  5. Om die reden zal het bezwaar niet-ontvankelijk worden verklaard.
  6. Gelet op het voorgaande ziet het Gerecht geen aanleiding om verweerster te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten. Beslissing Het Gerecht in Ambtenarenzaken verklaart het bezwaar niet-ontvankelijk. Aldus gedaan door mr. A.J. Martijn, rechter in ambtenarenzaken, en in het openbaar uitgesproken op 16 oktober 2020 in tegenwoordigheid van mr. O.H.M. Leito, griffier. Tegen deze uitspraak staat voor beide partijen binnen dertig dagen na de dag van de uitspraak, indien de appellant in persoon of bij vertegenwoordiger of gemachtigde bij de uitspraak aanwezig is geweest, en in alle andere gevallen binnen dertig dagen na de dag van toezending van de uitspraak of de terhandstelling van een afschrift van de uitspraak, hoger beroep open bij de Raad van Beroep in Ambtenarenzaken. Zie titel IV hoofdstuk 1 van de RAr.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.