Uitspraak van 14 juli 2021 Gaza nr. AUA202101488 HET GERECHT IN AMBTENARENZAKEN VAN ARUBA UITSPRAAK op het bezwaar in de zin van de Landsverordening ambtenarenrechtspraak (La) van: [Klager], wonend te Aruba, KLAGER, gemachtigde: mr. R.P. Lee, tegen: DE GOUVERNEUR VAN ARUBA, zetelend te Aruba, VERWEERDER, gemachtigde: mr. M.P. Jansen (DWJZ). PROCESVERLOOP Bij landsbesluit van 23 april 2021 no. 1 (het bestreden landsbesluit) heeft verweerder besloten om klager met ingang van de dag na dagtekening van dit landsbesluit, in zijn ambt te schorsen tot op de dag waarop het bevoegd gezag een besluit heeft genomen omtrent de disciplinaire strafoplegging. Tegen dit landsbesluit heeft klager op 4 juni 2021 bezwaar gemaakt bij het gerecht. De zaak is behandeld ter zitting van 5 juli 2021, alwaar zijn verschenen klager bijgestaan door zijn gemachtigde voornoemd. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde voornoemd. De uitspraak is nader bepaald op heden. OVERWEGINGEN De ontvankelijkheid 1.1 Ingevolge artikel 41, eerste lid, van de Landsverordening ambtenarenrechtspraak (La) voor zover thans van belang, wordt het bezwaarschrift ingediend binnen dertig dagen na de dag waarop de aangevallen beschikking is gegeven. Ingevolge het derde lid, voor zover thans van belang, wordt hij die bezwaar inbrengt na de hiervoor bepaalde termijn niet op grond daarvan niet-ontvankelijk verklaard, indien hij ten genoegen van de rechter aantoont het bezwaar te hebben ingebracht binnen dertig dagen na de dag waarop hij van de aangevallen beschikking redelijkerwijs kennis heeft kunnen dragen. 1.2 Het gerecht stelt vast dat het bezwaarschrift niet is ingediend binnen de termijn gesteld in artikel 41, eerste lid, van de La. Klager voert aan dat hij het bestreden landsbesluit pas op 6 mei 2021 heeft ontvangen, hetgeen ter zitting niet door verweerder is betwist. Dit betekent dat moet worden aangenomen dat het bezwaar is ingediend binnen de in artikel 41, derde lid, van de La gestelde termijn. Klager is ontvankelijk in zijn bezwaar. Het wettelijk kader 2.1 Ingevolge artikel 47, eerste lid, van de Lma is de ambtenaar gehouden de plichten uit zijn ambt voortvloeiende nauwgezet en ijverig te vervullen en zich te gedragen zoals een goed ambtenaar betaamt. 2.2 Ingevolge artikel 82, eerste lid, van de Lma kan de ambtenaar, die de hem opgelegde verplichtingen niet nakomt of zich overigens aan plichtsverzuim schuldig maakt, deswege door het bevoegde gezag disciplinair worden gestraft. 2.3 Ingevolge artikel 87, aanhef en onder c, van de Lma kan onverminderd het bepaalde in artikel 82 de ambtenaar door het bevoegde gezag worden geschorst in zijn ambt in andere gevallen, waarin schorsing naar het oordeel van het daartoe bevoegde gezag wordt gevorderd door het belang van de dienst. De feiten 3.1 Klager is ambtenaar werkzaam als penitentiaire bewaker bij de Dienst Gevangeniswezen Aruba (DGwA). 3.2 Bij brief van 20 januari 2021 heeft de minister van Justitie, Veiligheid en Integratie (hierna: de minister) aan klager in verband met een intern disciplinair onderzoek de toegang tot de dienstlokalen, -gebouwen, -terreinen en -voertuigen van de DGwA voor de duur van zes weken ontzegd. Bij brief van 22 februari 2021 heeft de minister deze toegangsontzegging verlengd. 3.3 Bij het bestreden landsbesluit heeft verweerder besloten om klager te schorsen tot de dag waarop het bevoegd gezag een besluit heeft genomen omtrent een disciplinaire strafoplegging. De standpunten van partijen 4.1 Aan het bestreden landsbesluit heeft verweerder – kort samengevat – ten grondslag gelegd dat klager wordt verweten dat hij de regels van de Directie Volksgezondheid (DVG) en de artikelen 4.1 en 5.6 van de Algemene regeling bestrijding COVID-19 CVII heeft overtreden door, in afwachting van zijn COVID-19 testresultaat, niet in quarantaine te blijven en door na het positieve resultaat van zijn COVID-19 test zich niet te hebben geïsoleerd. Voorts wordt klager verweten met opzet een verkeerd adres en telefoonnummer bij de DVG te hebben opgegeven. Klager is, wetende dat hij positief was getest, toch komen werken en heeft 17 collega’s met het COVID-19 virus besmet. Klager heeft door zijn onverantwoordelijk en opzettelijk handelen, zijn collega’s, de gedetineerden en de totale Arubaanse gemeenschap een onaanvaardbare risico laten lopen, en welk handelen van klager het Land rond de Afl. 200.000,- aan extra personeelskosten heeft gekost, aldus verweerder. 4.2 Klager kan zich niet verenigen met de hem opgelegde schorsing en betoogt daartoe dat hij zich niet schuldig heeft gemaakt aan hetgeen hem wordt verweten en dat er geen sprake is van plichtsverzuim. Klager erkent dat hij een fout heeft begaan en dat hij onzorgvuldig is geweest, maar hij heeft niet bewust c.q. opzettelijk gehandeld met de bedoeling om opzettelijk (zwaar) lichamelijke letsel aan iemand toe te brengen. Klager stelt door het telefoongesprek met de DVG op 18 januari 2021 voor het eerst op de hoogte te zijn geraakt van het feit dat hij positief was getest op COVID-
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.