Uitspraak van 20 juni 2022 Gaza nr. AUA202200175 HET GERECHT IN AMBTENARENZAKEN VAN ARUBA UITSPRAAK op het bezwaar in de zin van de Landsverordening ambtenarenrechtspraak (La) van: [Klaagster], wonend te Aruba, KLAAGSTER, procederend in persoon, tegen: DE GOUVERNEUR VAN ARUBA, zetelend te Aruba, VERWEERDER, gemachtigden: mrs. R. Henriquez en K. Veekmans (DRH). PROCESVERLOOP Bij landsbesluit van 15 december 2021 (het bestreden landsbesluit), door klaagster ontvangen op 12 januari 2022, heeft verweerder besloten om klaagster met ingang van 1 november 2021 te bevorderen naar de rang van administrateur (schaal 13) met vaststelling van de bezoldiging op Afl. 83.277,- per jaar. Tegen het bestreden landsbesluit heeft klaagster op 31 januari 2022 bezwaar gemaakt bij het gerecht. Verweerder heeft op 16 maart 2022 een contramemorie ingediend. Klaagster heeft bij email van 7 juni 2022 nog een aantal nadere producties overgelegd. Het gerecht heeft de zaak behandeld ter zitting van 13 juni 2022. Klaagster is in persoon verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door gemachtigde Veekmans. De uitspraak is bepaald op heden. OVERWEGINGEN De feiten 1.1 Klaagster is ambtenaar en als juriste werkzaam bij Directie Wetgeving en Juridische Zaken (DWJZ). Zij bekleedt sinds 1 november 2019 de rang van referendaris (schaal 12). 1.2 Bij het bestreden landsbesluit heeft verweerder besloten om klaagster met ingang van 1 november 2021 te bevorderen naar de rang van administrateur (schaal 13) met vaststelling van de bezoldiging op Afl. 83.277,- per jaar. De standpunten van partijen 2.1 Het bezwaar van klaagster is gericht tegen de vaststelling van haar bezoldiging op Afl. 83.277,- per jaar. Volgens klaagster is dat bedrag onjuist, nu volgens de Bezoldigingsregeling Aruba (Bra) en de daarbij behorende tabellen een bezoldiging van Afl. 87.660,- per jaar geldt voor de rang van administrateur. Er wordt in het bestreden landsbesluit nergens melding gemaakt van het tijdelijk karakter van de verlaging van de bezoldiging. Klaagster begrijpt dat verweerder in verband met versobering als gevolg van de COVID-19 pandemie 5% op haar salaris moet inhouden, maar verweerder heeft nagelaten dit in het bestreden landsbesluit te motiveren. Klaagster beroept zich ook op strijd met het gelijkheidsbeginsel. In haar landsbesluit wordt immers het gekorte bedrag vermeld als bezoldiging terwijl anderen die ook in schaal 13 zitten geen aangepast landsbesluit krijgen met het lagere bezoldigingsbedrag. Dat die anderen geen nieuw landsbesluit krijgen is volgens klaagster ook logisch, omdat die korting uit de wet voortvloeit en niet apart in het landsbesluit hoeft te worden vermeld. Door in haar geval wel en alleen het gekorte bedrag op te nemen, handelt verweerder in strijd met het gelijkheidsbeginsel. 2.2 Verweerder heeft - kort samengevat - aangevoerd dat klaagster geen procesbelang heeft nu het enkel opnemen van de 5% inhouding op haar salaris geen juridische noch feitelijke relevantie heeft. De inhouding geschiedt overeenkomstig de Landsverordening tijdelijke versobering bezoldigingen en voorzieningen overheid (Ltvbvo). In verband met ingrijpende bezuinigingen naar aanleiding van de COVID-19 pandemie, is deze landsverordening ingevoerd om tijdelijk kortingen toe te passen op de bezoldiging van de ambtenaren. De bezoldiging van de ambtenaren wordt met 5% verlaagd. Op het moment dat het bestreden landsbesluit is uitgevaardigd, waren deze nieuwe tijdelijke bezoldigingsbedragen al van kracht. Alle handelingen ter verwerking van de payroll en de inhouding van pensioenpremies geschieden volgens de rang van de ambtenaar. Indien verweerder de landsbesluiten moet aanpassen zal dit aanmerkelijke kosten met zich meebrengen voor het Land. Verweerder heeft ter zitting toegelicht dat er nog een ander belang is bij het opnemen van het bezoldigingsbedrag na toepassing van de korting. Dat bedrag is volgens de Ltvbvo namelijk het bedrag dat (tijdelijk) als pensioengrondslag geldt. Het wettelijk kader 3.1 Ingevolge artikel 2, tweede lid, van de Bezoldigingsregeling Aruba 1986 (Bra) worden de jaarlijkse en maandelijkse bezoldigingen, alsmede de pensioengrondslagen van de ambtenaren naar de betrekking die zij bekleden, vastgesteld aan de hand van de in de bijlage A vermelde bezoldigingsschalen, tenzij het bepaalde in de in artikel 5 bedoelde bijlage C van toepassing is. 3.2 Op grond van bijlage A van het Bra geldt voor ambtenaren in de rang van administrateur (schaal 13) een bezoldiging van Afl. 65.040,- per jaar. Als gevolg van afspraken gemaakt naar aanleiding van diverse overlegrondes met vakbonden van overheidspersoneel, werd tot aan 1 mei 2020 aan ambtenaren in de rang van administrateur een bezoldiging van Afl. 87.660,- per jaar uitbetaald. 3.3 Op 1 mei 2020 is de Ltvbvo ingevoerd. Ingevolge artikel 3 van deze landsverordening worden alle bedragen van de bezoldigingen die krachtens artikel 2, tweede lid, van de Bezoldigingsregeling Aruba 1986 (AB 1996 no. GT 10) per maand aan ambtenaren worden betaald, verlaagd met 5%. beoordeling 4.1 Het Gerecht volgt verweerder niet in de stelling dat klaagster geen procesbelang heeft. Zoals het bestreden landsbesluit nu is geformuleerd, lijkt het alsof bij schaal 13 een bezoldiging hoort van Afl. 83.277,- en dat is niet juist. Klaagster kan met deze procedure bereiken dat het (hogere) bezoldigingsbedrag passend bij schaal 13 wordt opgenomen in het bestreden landsbesluit, in plaats van het bedrag waarop de 5% korting al is toegepast en zonder toelichting dat dat is gebeurd. Verweerder stelt weliswaar dat er in de toekomst geen problemen voor klaagster zullen ontstaan, maar naar het oordeel van het Gerecht is die stelling onvoldoende voor de conclusie dat klaagster geen procesbelang heeft. 4.2 Tussen partijen is niet in geschil dat klaagster met ingang van 1 november 2021 bevorderd is naar de rang van administrateur en dat bij die rang een bezoldiging in schaal 13 hoort van Afl. 87.660,- per jaar. Ook is tussen partijen niet in geschil dat dit bedrag vanwege de Ltvbvo voor zolang die regeling geldt met 5% moet worden verlaagd, zodat de feitelijke uitbetaling aan klaagster uitkomt Afl. 83.277,- per jaar. Partijen verschillen van mening over de vraag hoe dit in het bestreden landsbesluit moet worden opgenomen. 4.3 Het Gerecht heeft over een vergelijkbare kwestie eerder uitspraak gedaan op 7 maart 2022 (AUA202103650). In de kern heeft het Gerecht in die uitspraak geoordeeld dat verweerder in het landsbesluit moet vermelden:
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.