Uitspraak van 7 maart 2022 Gaza nr. AUA202101138 HET GERECHT IN AMBTENARENZAKEN VAN ARUBA UITSPRAAK op het beroep in de zin van de Landsverordening ambtenarenrechtspraak (La) van: [Klager], wonend in Aruba, KLAGER, procederend in persoon, gericht tegen: de Gouverneur van Aruba, zetelend in Aruba, VERWEERDER, gemachtigde: mr. A.F.J. Caster (DWJZ). PROCESVERLOOP Bij beschikking van 17 februari 2021 (hierna: de bestreden beschikking) heeft verweerder het verzoek van klager om hem te bevorderen naar schaal 12, afgewezen. Tegen deze beschikking heeft klager op 21 april 2021 bezwaar gemaakt bij dit gerecht door indiening van een pro-forma bezwaarschrift. Klager heeft op 9 juni 2021 de gronden waarop zijn bezwaar berust aangevuld. Op 18 augustus 2021 heeft verweerder een contramemorie ingediend. Het gerecht heeft de zaak behandeld ter zitting van 17 januari 2022. Klager is in persoon verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door de gemachtigde voornoemd. De uitspraak is bepaald op heden. OVERWEGINGEN Ontvankelijkheid 1.1 Ingevolge artikel 41, eerste lid, van de Landsverordening ambtenarenrechtspraak (hierna: de La), dient het bezwaarschrift te worden ingediend binnen dertig dagen te rekenen vanaf de dag waarop de aangevallen beschikking is uitgesproken. Het derde lid van voornoemd artikel van de La bepaalt dat, indien het bezwaar na de daarvoor bepaalde termijn is ingediend, de indiener niet op grond daarvan niet-ontvankelijk wordt verklaard, indien hij ten genoegen van de rechter aantoont het bezwaar te hebben ingebracht binnen dertig dagen na de dag waarop hij van de aangevallen beschikking heeft kunnen kennis dragen. 1.2 Klager heeft onweersproken gesteld dat hij de bestreden beschikking op 25 maart 2021 heeft ontvangen. Gelet hierop heeft klager zijn bezwaarschrift binnen de in artikel 41, derde lid, van de La bepaalde uiterlijke indieningsdatum ingediend en is hij derhalve ontvankelijk in zijn bezwaar. De standpunten van partijen 2.1 Klager kan zich niet verenigen met de bestreden beschikking en heeft zich daarbij op het standpunt gesteld dat verweerder hem na de reorganisatie van de Directie Luchtvaart (DLv) met ingang van 1 oktober 2011 horizontaal heeft geplaatst en vervolgens drie keer bevorderd (tot schaal 11) in de functie van vlieginspecteur, terwijl hij niet voldeed aan de vereiste van het hebben voldaan aan 1500 vlieguren, zodat het niet voldoen aan die vereiste hem thans niet kan worden tegengeworpen. Verweerder heeft immers het vertrouwen bij klager opgewekt dat hij in zijn functie zal kunnen doorgroeien. Voorts betoogt klager dat de training voor het ATPL-theorie examen niet is doorgegaan, en dat hem niet kan worden tegengeworpen dat hij de trainingen niet heeft kunnen afronden en het theorie-examen niet heeft behaald. Het bestreden landsbesluit vertoont gebreken en de motivering kan de bestreden beschikking niet dragen, aldus klager. Ter zitting heeft hij te kennen gegeven dat hij 750 vlieguren heeft, en dat hij vóór het bereiken van zijn pensioenleeftijd niet meer zal kunnen voldoen aan de vereiste van 3000 vlieguren. 2.2 Aan de afwijzing heeft verweerder - kort samengevat - ten grondslag gelegd, dat klager conform de bevorderingseisen tenminste 3000 vlieguren dient te hebben volbracht, waarvan tenminste 1000 als gezagvoerder op een luchtvaartuig bestemd voor twee piloten. Voorts heeft klager zijn ATPL-trainingen nog niet afgerond. Ten slotte voldoet klager niet aan het type vliegbevoegdheid, aldus verweerder. Het geschil 3.1 Ter beantwoording ligt voor de vraag of verweerder op goede gronden heeft geweigerd klager te bevorderen naar schaal 12. 3.2 Bij de beoordeling stelt het gerecht voorop dat bevordering geen recht van de betrokken ambtenaar is noch een automatisme, doch een discretionaire bevoegdheid van het bevoegde gezag. Dit betekent dat het gebruik van die bevoegdheid door het gerecht slechts terughoudend kan worden getoetst. Bij die toetsing dient het gerecht te beoordelen of verweerder na afweging van de betrokken belangen in redelijkheid tot de bestreden beschikking heeft kunnen komen dan wel daarbij anderszins heeft gehandeld in strijd met enige rechtsregel of met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur. 3.3 Het gerecht neemt verder het volgende in aanmerking. De feiten 4.1 Klager is ambtenaar in dienst bij DLv in de functie van Vlieginspecteur. De functie is maximaal gewaardeerd op het niveau van schaal 13. 4.2 Klager is laatstelijk bij Landsbesluit van 9 oktober 2018 bevorderd in de functie van Vlieginspecteur 1ste klasse (schaal 10-11) in schaal 11, dienstjaar 1. 4.3 Bij brieven van 3 december 2019 en 13 februari 2020 heeft de directeur DLv voorgesteld om klager met ingang van 1 oktober 2019 te bevorderen naar schaal 12. Daarbij heeft de directeur gesteld dat klager positief wordt beoordeeld, en dat hem niet kan worden tegengeworpen dat hij de vereiste ATP-CPT-training niet heeft kunnen afronden om de ATPL-theorie examen te behalen. Immers, de trainingen werden om verschillende redenen, waaronder ook de jaarlijkse bezuinigingen, telkens verschoven. 4.4 Bij bestreden beschikking van 17 februari 2021 heeft verweerder dit bevorderingsverzoek afgewezen. In de beschikking staat onder meer: “(…) In januari jl heeft u in de Verenigde Staten een flight review training afgerond om uw vliegvaardigheid op peil te houden en uw vliegbrevet weer geldig te maken als voorbereiding op de ATP-CPT-training die u moet afronden om uw ATPL-theorie examen te mogen afronden. Volgens het trainingsplan zal u uw ATPL-theorie dit jaar afronden, om vervolgens door te gaan naar uw A320 Type bevoegdheid (…) Opgemerkt zij dat om bevorderd te worden naar schaal 12 u conform bevorderingseisen tenminste 3000 vlieguren dient te hebben volbracht, waarvan tenminste 1000 als gezagvoerder op een luchtvaartuig bestemd voor twee piloten. (…) Het bevorderen van u zonder te voldoen aan de vastgestelde vereisten kan een impact hebben op de kwaliteit van de werkzaamheden vooral aangezien het hier betreft luchtvaartzaken waarbij het Land Aruba verbonden is (om
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.