Strafzaken over 2009 Parketnummer: P-2008/01800 Zaaknummer: 1790 van 2008 Uitspraak: 17 juli 2009 GERECHT IN EERSTE AANLEG STRAFVONNIS in de zaak van het openbaar ministerie tegen: [Verdachte], geboren op [geboortedatum] 1979 in [geboorteplaats], wonende in [woonplaats], thans gedetineerd in het [instantie] . Onderzoek van de zaak Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van de onderzoeken ter terechtzitting van 4 juli en 7 november 2008 en van 16 januari, 20 februari, 6 maart, 15 mei en 3 juli
- De rechter heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen door de verdachte en diens raadsman, mr. C.F.K.J. Lejuez, naar voren is gebracht. De officier van justitie heeft gevorderd de verdachte ter zake van de tenlastegelegde feiten te veroordelen tot een levenslange gevangenisstraf. Tenlastelegging Aan de verdachte is tenlastegelegd:
- dat hij op of omstreeks 4 april 2008 in Aruba opzettelijk en al dan niet met voorbedachte rade [slachtoffer 1] van het leven heeft beroofd, immers heeft hij, verdachte, toen aldaar opzettelijk, en al dan niet na kalm beraad en rustig overleg die [slachtoffer 1] meermalen met kracht met een balk, althans met een hard en/of stomp voorwerp op en/of tegen het hoofd en/of het lichaam geslagen, tengevolge waarvan meergenoemde [slachtoffer 1] zodanig letsel heeft bekomen dat hij daaraan is overleden.
- dat hij op of omstreeks 4 april 2008 in Aruba opzettelijk en al dan niet met voorbedachte rade [slachtoffer 2] van het leven heeft beroofd, immers heeft hij, verdachte, toen aldaar opzettelijk, en al dan niet na kalm beraad en rustig overleg die [slachtoffer 2] meermalen met kracht met een balk, althans een hard en/of stomp voorwerp op en/of tegen het hoofd en/of het lichaam geslagen, tengevolge waarvan die [slachtoffer 2] zodanig letsel heeft bekomen dat hij daaraan is overleden.
- dat hij op of omstreeks 4 april 2008 in Aruba opzettelijk en al dan niet met voorbedachte rade [slachtoffer 3] van het leven heeft beroofd, immers heeft hij, verdachte, toen aldaar opzettelijk, en al dan niet na kalm beraad en rustig overleg die [slachtoffer 3] meermalen met kracht met een balk, althans een hard en/of stomp voorwerp op en/of tegen het hoofd en/of het lichaam geslagen, tengevolge waarvan meergenoemde [slachtoffer 3] zodanig letsel heeft bekomen dat zij daaraan is overleden. Geldiqheid van de daqvaardinq Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding aan alle wettelijke vereisten voldoet en dus geldig is. Ontvankelijkheid van het openbaar ministerie Geen feiten of omstandigheden zijn gebleken die aan de ontvankelijkheid van het openbaar ministerie in de weg staan. Bewezenverklarinq Het gerecht acht wettig en overtuigend bewezen dat: dat hij op 4 april 2008 in Aruba opzettelijk en met voorbedachte rade [slachtoffer 1] van het leven heeft beroofd, immers heeft hij, verdachte, toen aldaar opzettelijk, en na kalm beraad en rustig overleg die [slachtoffer 1] meermalen met kracht met een balk tegen het hoofd en het lichaam geslagen, tengevolge waarvan meergenoemde [slachtoffer 1] zodanig letsel heeft bekomen dat hij daaraan is overleden. dat hij op 4 april 2008 in Aruba opzettelijk en met voorbedachte rade [slachtoffer 2] van het leven heeft beroofd, immers heeft hij, verdachte, toen aldaar opzettelijk, en na kalm beraad en rustig overleg die [slachtoffer 2] meermalen met kracht met een balk tegen het hoofd en het lichaam geslagen, tengevolge waarvan die [slachtoffer 2] zodanig letsel heeft bekomen dat hij daaraan is overleden. dat hij op 4 april 2008 in Aruba opzettelijk en met voorbedachte rade [slachtoffer 3] van het leven heeft beroofd, immers heeft hij, verdachte, toen aldaar opzettelijk, en na kalm beraad en rustig overleg die [slachtoffer 3] meermalen met kracht met een balk tegen het hoofd en het lichaam geslagen, tengevolge waarvan meergenoemde [slachtoffer 3] zodanig letsel heeft bekomen dat zij daaraan is overleden. = zaak no.1790 van 2008 = 3 Het gerecht acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken. Bewijsmiddelen Het gerecht grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring. De bewijsmiddelen zullen in geval van hoger beroep in een aan dit vonnis te hechten bijlage worden opgenomen. Nadere bewijsoverweqing Uit de bewijsmiddelen komt het volgende naar voren. Verdachte heeft op 4 april 2008 achtereenvolgens en met tussenpozen zijn vader, broer en moeder met een houten balk meermalen tegen het hoofd en het lichaam geslagen, die als gevolg daarvan hersenletsel hebben opgelopen en daaraan zijn overleden. Tussen verdachte en met name zijn ouders deden zich sedert enige tijd spanningen voor, welke zijn te herleiden tot het voornemen van de ouders om verdachte onder curatele te doen stellen in verband met zijn cannabisgebruik en het voornemen van verdachte zijn woning te verkopen, hetgeen zijn ouders wilden voorkomen. Een dag voor het tenlastegelegde wordt het conflict actueel als verdachte op de hoogte raakt van de oproep van het gerecht voor de behandeling van het curateleverzoek en hij van de notaris te horen krijgt dat dit verzoek aan overdacht van de woning, welke op diezelfde dag zou plaatshebben, in de weg staat. Dit leidt bij verdachte tot emotionele reacties. In de ochtend van 4 april 2008 treft verdachte zijn vader in de keuken bij het maken van het ontbijt. Zijn vader zit hem in de weg, levert kritiek en maakt verdachte uit voor crimineel. Verdachte voelt zich daardoor getergd. Vader vertrekt dan naar de tuin om een bbq te prepareren. Verdachte maakt zijn ontbijt af en eet dat op. Enige tijd daarna pakt verdachte een houten balk uit de woning (die hij de dag daarvoor al had zien staan), loopt de tuin in naar zijn vader en slaat hem daar met de balk dood. Nadat verdachte buiten heeft opgeruimd, het lichaam van zijn vader heeft bedekt en op een karretje heeft gelegd, is verdachte met dezelfde houten balk naar binnen gegaan, waar zijn broer op dat moment in de ouderslaapkamer op bed ligt en slaat ook hem met de balk dood. Verdachte brengt vervolgens het lichaam van vader naar de ouderslaapkamer, waar ook het lichaam van zijn broer ligt en wacht vervolgens op zijn moeder. Die komt in de middag van haar werk thuis en treft in de ouderslaapkamer de twee ontzielde lichamen van haar man en zoon aan. Op dat moment valt verdachte haar aan en slaat zijn moeder met de houten balk dood. Uit deze feiten en omstandigheden gedurende de ochtend en een deel van de middag van 4 april 2008, leidt het gerecht af dat verdachte —op enig moment- besloten heeft zijn ouders en broer te doden en hen op zettelijk en met voorbedachten rade van het leven heeft beroofd. Hij had daarvoor een motief, dat bestond in het conflict over de ondercuratelestelling en de verkoop van zijn woning. Verdachte had, gelet op het tijdverloop, zowel ten aanzien van zijn vader als ten aanzien van zijn broer en moeder = zaak no.1790 van 2008 = 4 voldoende tijd zich te beraden op het te nemen of genomen besluit, zodat hij gelegenheid had tot nadenken over de betekenis en de gevolgen van zijn voorgenomen daad en zich daarvan rekenschap te gevenl. De raadsman van verdachte heeft het verweer gevoerd dat het opzet bij verdachte heeft ontbroken, omdat bij hem ieder inzicht in de draagwijdte van zijn handelen en de mogelijke gevolgen daarvan heeft ontbroken en —voorts- dat de ziekelijke stoornis van de geestvermogens van Lampe aan voorbedachte rade in de weg staan. Aan dat verweer heeft de raadman, naar het gerecht begrijpt, ten grondslag gelegd dat verdachte volledig ontoerekeningsvatbaar moet worden geacht. Het gerecht passeert dit verweer. Voorop stelt het gerecht dat de conclusie in de door het Nederlands Instituut voor Forensische Psychiatrie en Psychologie, locatie Pieter Baan Centrum (PBC) uitgebrachte rapportages, welke conclusies het gerecht overneemt (zie hierna onder het kopje `strafbaarheid van de verdachte'), voor het aannemen van volledige ontoerekeningsvatbaarheid geen grond bieden. De maatstaf die evenwel moet worden aangelegd bij de beantwoording van de vraag of het opzet als gevolg van een ziekelijke stoornis van de geestvermogens ontbreekt, is, of de dader als gevolg daarvan geacht moet worden van elk inzicht in de draagwijdte van zijn gedragingen en de mogelijke gevolgen daarvan verstoken te zijn
- Hoewel het PBC zich daarover niet rechtstreeks heeft uitgesproken (de vraagstelling in het onderzoek was daarop ook niet rechtstreeks gericht), zijn in de rapportages in het kader van de aan het PBC gestelde vragen wel voldoende aanknopingspunten te vinden voor de conclusie dat een zodanige ernstige stoornis niet aanwezig is. Het PBC concludeert immers dat verdachte ten tijde van het plegen van de hem tenlastegelegde feiten de ongeoorloofdheid hiervan heeft kunnen inzien. Van een totaal ontbreken van ieder inzicht was derhalve geen sprake. Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten Het bewezene levert op: Feiten 1, 2 en 3 moord, strafbaar gesteld bij artikel 302 van het Wetboek van Strafrecht. Strafbaarheid Door het PBC is —multi-disciplinair- onderzoek gedaan naar de geestvermogens van verdachte. Dat onderzoek heeft geresulteerd in het rapport van 31 oktober
- Naar aanleiding van dit rapport is de behandelend psychiater van verdachte, drs [psychiater] ([psychiater]), gehoord, waarna het gerecht en de raadsman van verdachte aanvullende vragen hebben gesteld aan het PBC. Die vragen zijn beantwoord in het brief rapport van het PBC d.d. 22 juni
- Zoals het gerecht hiervoor reeds heeft overwogen, neemt het de conclusies van het PBC in die rapportages over. Uit het onderzoek van het PBC komt naar voren dat verdachte's psychotische gedachtewereld een zeer grote invloed heeft gehad op zijn handelen ten tijde van het tenlastegelegde, maar dat ook meer reële gedachten van invloed zijn
- Hoge Raad 27 juni 2000, NJ 2000/605 2 zie Hoge Raad 24 november 1998, NJ 1999/156 = zaak no.1790 van 2008 = 5 geweest op zijn handelen. Niet aantoonbaar is, aldus het PBC, dat verdachte ten tijde van het tenlastegelegde volledig (floride) psychotisch was ("op grond van niet-eenduidige informatie uit het proces-verbaal, tegenover de observatie van [psychiater] daags na het tenlastegelegde'), maar wel vastgesteld is dat hij aan een chronische psychotische stoornis lijdt, terwijl er ook aanwijzingen zijn voor psychotische gedachten rond het tenlastegelegde. De psychotische gedachtewereld van verdachte in combinatie met de ook bestaande reële gedachten met betrekking tot het voornemen van zijn ouders hem onder curatele te stellen en de verkoop van zijn woning te verhinderen (dat leidde tot een reëel conflict), hetgeen in de het proces-verbaal (de verklaringen van verdachte en van getuigen) naar voren komt en het ontbreken van tekenen dat verdachte werd gestuurd door bevelshallucinaties, leidt tot de conclusie van sterk verminderde toerekeningsvatbaarheid. De raadsman van verdachte heeft betoogd dat verdachte volledig ontoerekeningvatbaar moet worden geacht, omdat hij ten tijde van het tenlastegelegde in een ernstige en volledige (floride) psychotische toestand verkeerde. De verdediging kent daarbij overwegende waarde toe aan de conclusies van [psychiater], die verdachte kort na het tenlastegelegde en zijn aanhouding heeft bezocht. Voorop stelt het gerecht dat [psychiater] de behandelend psychiater is van verdachte en zijn beoordeling reeds daarom een ander gewicht in de schaal legt. Een onderbouwing van het oordeel dat verdachte ten tijde van het tenlastegelegde in een psychose verkeerde waar hij volledig in onderging, waarin hij zijn verstand volledig kwijt was en volledig stuurloos was, ontbreekt. Met name het reële conflict dat in de aanloop van het tenlastegelegde in het proces-verbaal naar voren komt is in dit oordeel onderbelicht. Waar reële gedachten met een psychotische verwerking aantoonbaar zijn, maar een floride en volledig doorwerkende psychotische toestand ten tijde van het tenlastegelegde niet vaststaat, heeft het PBC naar het oordeel van het gerecht het eerste terecht als uitgangspunt gekozen bij de bepaling van de mate van toerekeningsvatbaarheid. Het voorgaande brengt met zich dat verdachte strafbaar is, zij het dat het bewezenverklaarde hem in sterk verminderde mate kan worden toegerekend. Op te leggen straf of maatregel Bij de bepaling van de straf heeft het gerecht gelet op de aard en de ernst van hetgeen is bewezen en strafbaar verklaard, op de omstandigheden waaronder de verdachte zich daaraan schuldig heeft gemaakt en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken. Meer in het bijzonder overweegt het gerecht het volgende. Op 4 april 2008 heeft zich in de woning van verdachte een afschuwelijk familiedrama voltrokken. Verdachte heeft achtereenvolgens en met tussenpozen eerst zijn vader, daarna zijn broer en tenslotte zijn moeder op een niet te bevatten manier met een houten balk afgeslacht en heeft daarna geprobeerd zich van de ontzielde en ernstig verminkte lichamen te ontdoen door deze met houtskool in brand te steken. Moord is een van de = zaak no.1790 van 2008 = 6 ernstigste delicten in ons Wetboek van Strafrecht. Verdachte is schuldig aan een drievoudige moord. Verdachte heeft gedurende de onderzoeken ter terechtzitting maar nauwelijks emoties en/of en wroeging getoond voor wat hij binnen het gezin en de familie heeft aangericht, maar lijkt vooral met zijn eigen problematiek bezig te zijn. Verdachte is voor de door hem gepleegde —ernstige- strafbare feiten strafbaar, maar feit is dat hetgeen verdachte heeft aangericht hem slechts in sterk verminderde mate kan worden toegerekend. Daarmee zal het gerecht bij het bepalen van de strafmaat dan ook rekening houden. In het hierboven besproken rapport van 31 oktober 2008 stelt het PBC dat, ware Nederlands recht op verdachte van toepassing geweest, het op grond van de ernst van de stoornis en het aanzienlijke recidivegevaar de oplegging van de maatregel van terbeschikkingstelling met bevel tot dwangverpleging van overheidswege geadviseerd zou hebben. Het Arubaans strafrecht kent zo'n maatregel niet. De rechter is in een geval als dit slechts aangewezen op de mogelijkheid van het opleggen van een gevangenisstraf. De officier van justitie heeft in haar requisitoir uitgebreid stilgestaan bij de noodzaak van de invoering van wetgeving die het opleggen van zo'n maatregel van terbeschikkingstelling mogelijk maakt en bij de noodzaak van het treffen van voorzieningen die het vervolgens ook mogelijk maken zo'n maatregel van verplichte behandeling daadwerkelijk en effectief uit te voeren. Zij heeft de noodklok geluid en een dringend appel gedaan op de overheid, die volgens haar thans aan zet is. Bij gebreke van andere effectieve mogelijkheden op dit moment (het gerecht neemt aan dat de officier van justitie daarbij het opleggen van de maatregel van terbeschikkingstelling voor ogen heeft), heeft de officier van justitie gerequireerd tot een levenslange gevangenisstraf. Zij heeft daarbij als leidraad gehanteerd dat de zwaarte van een straf primair wordt bepaald door de ernst van de gepleegde strafbare feiten en heeft daarnaast het aanzienlijke gevaar van recidive in aanmerking genomen, waartegen de maatschappij beschermd dient te worden. Juist is de stelling van de officier van justitie dat de zwaarte van een straf primair wordt bepaald door de ernst van het feit
- De mate van schuld speelt daarbij echter ook een rol. Van hoeveel invloed die is laat zich echter niet in abstracto zeggen, maar hangt of van de concrete omstandigheden van het geval. Het gerecht kan de officier van justitie evenwel niet volgen in de gedachtegang dat, bij gebreke van een andere effectieve mogelijkheid op dit moment, waar dan kennelijk wordt gedoeld op terbeschikkingstelling met dwangverpleging, verdachte, die sterk verminderd ontoerekeningsvatbaar was ten tijde van het plegen van de strafbare feiten, als alternatief een levenslange gevangenisstraf zou moeten ondergaan, juist omdat in de maatregel van terbeschikkingstelling niet de ernst van het feit en de duur van de verwijdering uit de maatschappij tot uitdrukking wordt gebracht, maar de noodzaak van behandeling. Gevangenisstraf en de —in Aruba niet bestaande- maatregel van terbeschikkingstelling zijn met andere woorden geen uitwisselbare alternatieven. Bij 3 Hoge Raad 12 november 1985, NJ 1986/327 = zaak no.1790 van 2008 = 7 gebreke van die laatste mogelijkheid in het Arubaanse strafrecht resteert enkel de mogelijkheid van een straf, die weliswaar primair afhangt van de ernst van het feit, maar waarbij de mate van schuld dus ook een rol speelt. Nu de door verdachte gepleegde strafbare feiten hem sterk verminderd kunnen worden toegerekend, en hem die ernstige feiten dus maar beperkt kunnen worden verweten, is het gerecht van oordeel dat een levenslange gevangenisstraf zoals geëist, daaraan geen recht doet. Het aanzienlijke gevaar van recidive binnen zijn leefomgeving, dat volgens het PBC zonder adequate behandeling van verdachte aanwezig blijft, mag bij het ontbreken van mogelijkheden tot opleggen van een gedwongen behandeling in het kader van een maatregel van terbeschikkingstelling, bij een afweging van het belang van de samenleving bij bescherming, tegen het belang van verdachte bij een straf die in overeenstemming is met de mate van zijn schuld, niet in het nadeel van verdachte strekken, in die zin dat hij dan maar levenslang moet worden opgeborgen. Waar de samenleving tot nog toe heeft verzuimd adequate mogelijkheden in de strafwet op te nemen, moet het dit risico dan maar dragen. Het gerecht neemt hierbij nog in aanmerking dat verdachte inzicht heeft getoond in zijn ziekte en het belang van —vrijwillige- behandeling onderkent. Het gerecht is van oordeel dat een geheel onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van na te melden duur dient te worden opgelegd, omdat de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde door een lichtere strafrechtelijke afdoening van de zaak miskend zou worden. Met een beroep op artikel 3 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) heeft de raadsman van verdachte betoogd dat het [instantie] niet geschikt is voor plaatsing van verdachte, stellende dat zowel [psychiater] als het PBC het er over eens zijn dat verdachte langdurig en intensief behandeld dient te worden en een langdurig verblijf in het [instantie] volgens [psychiater] gecontraïndiceerd is. Op grond daarvan is het gerecht verzocht na te gaan of in een van de andere landen van het Koninkrijk een geschiktere detentievoorziening voorhanden is. Voorop stelt het gerecht dat de tenuitvoerlegging van straffen behoort tot de exclusieve taak van het openbaar ministerie. Voorzover de raadsman van verdachte met plaatsing in een geschiktere detentievoorziening elders in het Koninkrijk (lees: Nederland) voor ogen heeft dat detentie daar gepaard zou gaan met behandeling, miskent de raadsman dat behandeling niet plaatsvindt in het kader van de opgelegde vrijheidsstraf, maar in het kader van de maatregel van terbeschikkingstelling, welke maatregel onder het Arubaanse strafrecht niet opgelegd kan worden. In zoverre verschilt vrijheidsbeneming in het kader van een opgelegde gevangenisstraf in Nederland niet wezenlijk van detentie in het [instantie]. Verdachte verblijft thans op een speciale afdeling van het [instantie], waar meer ruimte is voor individuele begeleiding. Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat een dagprogramma nog ontbreekt en hij zijn tijd doorkomt met tv kijken en spelletjes. Verdachte wordt periodiek door [psychiater] bezocht en ontvangt medicatie. Hoewel gesteld kan worden dat zijn verblijf in het [instantie] niet ideaal is, zijn er naar het oordeel van het gerecht mede gelet hierop geen indicaties dat zijn verblijf daar inhumaan is, in die zin = zaak no.1790 van 2008 = 8 dat verdachte wordt blootgesteld aan een onmenselijke of vernederende behandeling in de zin van het EVRM. Toepasselijke wetsartikelen De oplegging van de straf is, behalve op de reeds aangehaalde artikelen, gegrond op artikel 31 van het Wetboek van Strafrecht. UITSPRAAK Het gerecht: Verklaart wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de tenlastegelegde feiten zoals hierboven bewezen geacht heeft begaan. Verklaart niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd en spreekt hem daarvan vrij. Verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en de verdachte daarvoor strafbaar. Kwalificeert het bewezen verklaarde als bovenomschreven. Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van: achttien
(18)jaar Bepaalt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht. Dit vonnis is gewezen door mr. J.A. van Voorthuizen, rechter in dit gerecht en uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 17 juli 2009 in aanwezigheid van de griffier. = zaak no 1790 van 2008 = Aanvulling van het verkort vonnis uitgesproken op 17 juli 2009 in de zaak met parketnummer P-2008/01800 tegen [verdachte] Het gerecht grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op feiten en omstandigheden die in de volgende bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring, waarbij ieder bewijsmiddel, ook in onderdelen, telkens slechts wordt gebezigd voor het bewijs van het feit waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft: Feit 1 1 De ter terechtzitting van 16 januari 2009 afgelegde verklaring van verdachte voor zover inhoudende —zakelijk weergegeven-: lk heb de verhoren, de verklaringen bij de politie gedaan, gelezen. lk blijf bij die verklaringen. lk had een plan, dat ik die dag bedacht om de baas over het huis te worden. lk sloeg hem met een balk en bleef hem slaan tot hij niet meer bewoog. ] Een tot de stukken van het opsporingsonderzoek van het Korps Politie Aruba behorend, op ambtseed opgemaakt, proces-verbaal (mutatienr. [mutatienummer 1]) gesloten en ondertekend op 5 april 2008 door [betrokkene 1] en [betrokkene 2], respectievelijk hoofdagent eerste klasse en brigadier, inhoudende de tweede verklaring van verdachte —zakelijk weergegeven-: Op Zaterdag 5 april 2008 hebben wij de verdachte nader gehoord: [Betrokkene 1] vraagt: Wij willen weten wat je gisteren allemaal gedaan hebt. Vanaf het moment dat ik opgestaan was wilde mijn vader mij niet met rust laten. Hij maakte mij uit voor een crimineel. Mijn aanwezigheid zit hem in de weg. Op een zeker moment raakte ik mijn geduld met hem kwijt. lk wilde niets meer horen. lk ben naar buiten gelopen, ik heb direct met hem afgerekend. Omdat hij al vroeg tegen mij was. lk heb hem tegen zijn achterhoofd geslagen. Ja, ik had de bedoeling al dat ik hen moest wegmaken, om vooruit te komen. Een tot de stukken van het opsporingsonderzoek van het Korps Politie Aruba behorend, op ambtseed opgemaakt, proces-verbaal (mutatienr. [mutatienummer 2]) gesloten en ondertekend op 14 oktober 2008 door [betrokkene 1], [betrokkene 3] en [betrokkene 2], respectievelijk hoofdagenten eerste klasse en brigadier, inhoudende de vierde verklaring van verdachte. Er was iets van een beetje kwaadheid. Het geval begon een dag daarvoor in mijn hoofd te dringen. Het was niet iets dat ik zomaar makkelijk gedaan heb. Volgens mij heb ik de balk al een dag ervoor gezien. Een tot de stukken van het opsporingsonderzoek van het Korps Politie Aruba behorend, op ambtseed opgemaakt, proces-verbaal van bevinding (mutatienr. [mutatienummer 3]) gesloten en ondertekend op 18 april 2008 door [betrokkene 4], [betrokkene 5], [betrokkene 6] en [betrokkene 7], respectievelijk hoofdagent, brigadiers en agent eerste klasse, inhoudende —zakelijk weergegeven- Op 4 april 2008 werden [betrokkene 5], [betrokkene 6] en [betrokkene 7] door mij [betrokkene 7] naar het perceel [perceel] gestuurd. In de slaapkamer aan de voorzijde Iagen drie lichamen die geen teken van leven meer vertoonden. Het betrof de lijken die later bleken te zijn van de in leven genaamde personen: [Slachtoffer 1] Een tot de stukken van het opsporingsonderzoek van het Korps Politie Aruba behorend rapport d.d. 6 augustus 2008 (S08-00017) van de patholoog Dr. [patholoog], betreffende het onderzoek van het lichaam van [slachtoffer 1], inhoudende —zakelijk weergegeven-: Conclusie, Cause of death, Contusions and lacerations on the head associated with direct parenchymal injury in the brain. Multiples skull fractures with associated brain injury (open injury). Multiples fractures in the facial skeleton with both bony and soft-tissue structures of the face were damaged showing facial disfigurement. Feit 2 1 De ter terechtzitting van 16 januari 2009 afgelegde verklaring van verdachte voor zover inhoudende —zakelijk weergegeven-: lk heb de verhoren, de verklaringen bij de politie gedaan, gelezen. lk blijf bij die verklaringen. lk had een plan, dat ik die dag bedacht om de baas over het huis te worden. Hij zag mij aankomen. lk sloeg hem en bleef hem slaan tot hij niet meer bewoog. Het was een uur of meer nadat ik mijn vader had gedood. Een tot de stukken van het opsporingsonderzoek van het Korps Politie Aruba behorend, op ambtseed opgemaakt, proces-verbaal (mutatienr. [mutatienummer 1]) gesloten en ondertekend op 5 april 2008 door [betrokkene 1] en [betrokkene 2], respectievelijk hoofdagent eerste klasse en brigadier, inhoudende de tweede verklaring van verdachte —zakelijk weergegeven-: Op Zaterdag 5 april 2008 hebben wij de verdachte nader gehoord: [betrokkene 1] vraagt: Wij willen weten wat je gisteren allemaal gedaan hebt. Ja, ik had de bedoeling al dat ik hen moest wegmaken, om vooruit te komen. lk ben met de balk naar binnen gegaan. lk sloeg hem tegen zijn hoofd en daar bleef ik hem slaan tot hij niet meer bewoog. Een tot de stukken van het opsporingsonderzoek van het Korps Politie Aruba behorend, op ambtseed opgemaakt, proces-verbaal (mutatienr. [mutatienummer 2]) gesloten en ondertekend op 14 oktober 2008 door [betrokkene 1], [betrokkene 3] en [betrokkene 2], respectievelijk hoofdagenten eerste klasse en brigadier, inhoudende de vierde verklaring van verdachte —zakelijk weergegeven-: Er was iets van een beetje kwaadheid. Het geval begon een dag daarvoor in mijn hoofd te dringen. Het was niet iets dat ik zomaar makkelijk gedaan heb. Volgens mij heb ik de balk al een dag ervoor gezien. Een tot de stukken van het opsporingsonderzoek van het Korps Politie Aruba behorend, op ambtseed opgemaakt, proces-verbaal van bevinding (mutatienr. [mutatienummer 3]) gesloten en ondertekend op 18 april 2008 door [betrokkene 4], [betrokkene 5], [betrokkene 6] en [betrokkene 7], respectievelijk hoofdagent, brigadiers en agent eerste klasse, inhoudende —zakelijk weergegeven- Op 4 april 2008 werden [betrokkene 5], [betrokkene 6] en [betrokkene 7] door mij [betrokkene 7] naar het perceel [perceel] gestuurd. In de slaapkamer aan de voorzijde lagen drie lichamen die geen teken van leven meer vertoonden. Het betrof de lijken die later bleken te zijn van de in leven genaamde personen: [Slachtoffer 2] 5. Een tot de stukken van het opsporingsonderzoek van het Korps Politie Aruba behorend rapport d.d. 8 september 2008 (S08-00019) van de patholoog Dr. [patholoog], betreffende het onderzoek van het lichaam van [slachtoffer 2], inhoudende —zakelijk weergegeven-: Conclusie, Cause of death, Contusions and lacerations associated with direct parenchymal injury of the brain. Multiples skull fractures associates brain injury (open injury). Displaced skull fractures. Multiples fractures in the facial skeleton with both bony and soft-tissue structures of the face were damaged showing facial disfigurement. Feit 3 1 De ter terechtzitting van 16 januari 2009 afgelegde verklaring van verdachte voor zover inhoudende —zakelijk weergegeven-: lk heb de verhoren, de verklaringen bij de politie gedaan, gelezen. lk blijf bij die verklaringen. lk had een plan, dat ik die dag bedacht om de baas over het huis te worden. Een tot de stukken van het opsporingsonderzoek van het Korps Politie Aruba behorend, op ambtseed opgemaakt, proces-verbaal (mutatienr. [mutatienummer 1]) gesloten en ondertekend op 5 april 2008 door [betrokkene 1] en [betrokkene 2], respectievelijk hoofdagent eerste klasse en brigadier, inhoudende de tweede verklaring van verdachte —zakelijk weergegeven-: Op Zaterdag 5 april 2008 hebben wij de verdachte nader gehoord: [betrokkene 1] vraagt: Wij willen weten wat je gisteren allemaal gedaan hebt. Daarna wachtte ik op de komst van mijn moeder, tegen de middaguren. lk heb haar toen ook geslagen. Een tot de stukken van het opsporingsonderzoek van het Korps Politie Aruba behorend, op ambtseed opgemaakt, proces-verbaal (mutatienr. [mutatienummer 2]) gesloten en ondertekend op 14 oktober 2008 door [betrokkene 1], [betrokkene 3] en [betrokkene 2], respectievelijk hoofdagenten eerste klasse en brigadier, inhoudende de vierde verklaring van verdachte —zakelijk weergegeven-: lk had de balk achter de deur in de gang. Toen zij de slaapkamer in ging heb ik de balk gepakt en haar daarmee geslagen. Ik sloeg haar zo'n vijf keer. Er was iets van een beetje kwaadheid. Het geval begon een dag daarvoor in mijn hoofd te dringen. Het was niet iets dat ik zomaar makkelijk gedaan heb. Volgens mij heb ik de balk al een dag ervoor gezien. Een tot de stukken van het opsporingsonderzoek van het Korps Politie Aruba behorend, op ambtseed opgemaakt, proces-verbaal van bevinding (mutatienr. [mutatienummer 3]) gesloten en ondertekend op 18 april 2008 door [betrokkene 4], [betrokkene 5], [betrokkene 6] en [betrokkene 7], respectievelijk hoofdagent, brigadiers en agent eerste klasse, inhoudende —zakelijk weergegeven- Op 4 april 2008 werden [betrokkene 5], [betrokkene 6] en [betrokkene 7] door mij [betrokkene 7] naar het perceel [perceel] gestuurd. In de slaapkamer aan de voorzijde lagen drie lichamen die geen teken van leven meer vertoonden. Het betrof de lijken die later bleken te zijn van de in leven genaamde personen: [Slachtoffer 3] Een tot de stukken van het opsporingsonderzoek van het Korps Politie Aruba behorend rapport d.d. 8 september 2008 (S08-00018) van de patholoog Dr. [patholoog], betreffende het onderzoek van het Iichaam van [slachtoffer 3], inhoudende — zakelijk weergegeven-: Conclusie, Cause of death, Contusions and lacerations on the head, associated with direct parenchymal injury in the brain. Multiples skull fractures with associated brain injury (open injury). Deze bijlage is vastgesteld en ondertekend door mr. J.A. van Voorthuizen, rechter in het Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba, op 29 oktober 2009.