← Nederland

ECLI:NL:OGEAA:2013:42

Uitspraak van 13 november 2013 CVB nr. 1899 van 2012 COLLEGE VAN BEROEP UITSPRAAK op het beroep in de zin van de Landsverordening ziekteverzekering (LvZv) van: [ X ], wonende in Aruba, APPELLANT gemachtigde: de advocaat [ A ], tegen de beslissing van 6 juni 2012 van DE SOCIALE VERZEKERINGSBANK, zetelend in Aruba, VERWEERDER, hierna te noemen de bank, gemachtigde: de advocaat mr. M.D. Tromp. 1PROCESVERLOOP 1.1 Bij beslissing van 6 juni 2012 heeft de bank geweigerd aan appellant ziekengeld uit keren wegens hypertensie en overige complicaties onder ziektemeldingskaart nummer 514352, omdat appellant op 1 maart 2007, onder ziektemeldingskaart nummer 311865, reeds arbeidsongeschikt was vanwege deze ziekte en hij inmiddels geen recht meer heeft op ziekengeld vanwege deze ziekte. 1.2 Tegen deze beslissing heeft appellant op 27 juni 2012 schriftelijk beroep aangetekend. 1.3 Op 16 augustus 2012 heeft de bank een verweerschrift ingediend. 1.4 Het beroep van appellant is op de bijeenkomst van 2 oktober 2013 van dit college behandeld, in aanwezigheid van de advocaat van appellant [ A ] en [ B ], bedrijfsarts, dr. M. Schaad, verzekeringsarts en mw. Henriquez, jurist, namens de bank, bijgestaan door de advocaat voornoemd. 2OVERWEGINGEN 2.1 Appellant kan zich niet verenigen met de beslissing van de bank om hem vanaf 6 juni 2012 geen ziekengeld uit te keren en stelt zich op het standpunt dat er geen sprake is van twee jaar arbeidsongeschiktheid wegens dezelfde ziekte. Daartoe heeft appellant het volgende aangevoerd. Appellant werd op 31 december 2011 in het ziekenhuis opgenomen vanwege een herseninfarct (progressive stroke acm-gebied). Volgens appellant is bij navraag bij zijn behandelend specialist, neuroloog [ C ], gebleken dat alhoewel hypertensie een risicofactor is voor het krijgen van een herseninfarct, het een totaal andere entiteit is. Appellant is van mening dat de controlerende arts niet de autoriteit heeft om te concluderen dat in zijn geval hypertensie de oorzaak was van het herseninfarct. Ter zitting heeft appellant gesteld dat hij vanaf 2008 geen medicatie heeft hoeven innemen tegen hypertensie en dat hij daar geen last meer van had. De weigering om aan appellant ziekengeld uit te keren wegens herseninfarct kan daarom niet in stand blijven, volgens appellant. 2.2 Ingevolge artikel 5, eerste lid, van de LvZv, voor zover thans van belang, heeft de werknemer die als gevolg van ziekte arbeidsongeschikt is, recht op ziekengeld met ingang van de derde dag na die van de ziekmelding. Ter zake van eenzelfde ziekteoorzaak vervalt die aanspraak twee jaar nadien. 2.3 Niet in geschil is dat appellant vanaf 1 maart 2007 onder ziektemeldingskaart 311865 aanspraak had op ziekengeld wegens hypertensieklachten en bijkomende complicaties. Derhalve had hij vanaf 2 maart 2009 geen aanspraak meer op ziekengeld ter zake van die ziekteoorzaak. Voorts is niet in geschil dat appellant zich op 31 december 2011 arbeidsongeschikt heeft gemeld wegens een herseninfarct. 2.4 Tussen partijen is in geschil of het door appellant geleden herseninfarct is veroorzaakt door hypertensie. De bank heeft zich op het standpunt gesteld dat in dit geval hypertensie de oorzaak is geweest van het herseninfarct, omdat in het algemeen geldt dat rokers die lijden aan hypertensie een verhoogd risico hebben op het krijgen van een herseninfarct en dit geval sprake is van een appellant die rookt en die in het ziekenhuis medicatie tegen hypertensie heeft gekregen. Ter zitting is echter gebleken dat de controleartsen van de bank gedurende de periode vanaf 2008 tot en met december 2011 geen bloeddrukmetingen hebben uitgevoerd op appellant. Verder is gebleken dat de controlearts in dit geval geen contact heeft opgenomen met de behandelend specialist van appellant, om na te gaan welke rol hypertensie heeft gespeeld bij het herseninfarct in december 2011. Gelet hierop en in aanmerking nemende dat appellant onweersproken heeft gesteld dat hij in die periode geen medicatie hoefde in te nemen wegens hypertensie, kan niet worden vastgesteld dat appellant steeds heeft geleden aan hypertensie en dat deze ziekte de oorzaak is van het door hem geleden herseninfarct. 2.5 Het vorenstaande leidt tot de slotsom dat het beroep gegrond is en dat de bestreden beslissing van de bank van 6 juni 2012 dient te worden vernietigd. Appellant heeft onder ziektemeldingskaart met nummer 514352, recht op ziekengeld. 3BESLISSING Het college verklaart het beroep gegrond. vernietigt de beslissing van de bank van 6 juni 2012, met kenmerk 51110747/19426/2012; bepaalt dat [ X ] onder ziektemeldingskaart nummer 514352, recht heeft op ziekengeld. Aldus gegeven op 13 november 2013 door mr. N.K. Engelbrecht, voorzitter, A.S. Pontilius en R. van Trigt, leden, in tegenwoordigheid van de secretaris. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij het Hof (art. 53a LAR). Het hoger beroep wordt ingesteld binnen zes weken na de dag waarop de beslissing op het beroep is gedagtekend. De instelling van het hoger beroep geschiedt door indiening bij de griffie van het Gerecht van een aan het Hof gericht beroepschrift (art. 53b LAR).

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.