← Nederland

ECLI:NL:OGEAA:2015:111

Beschikking van 23 juni 2015 Behorend bij EJ nr. 565 van 2015 GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA BESCHIKKING op het verzoek van: DE VOOGDIJRAAD, kantoorhoudend in Aruba, VERZOEKER, vertegenwoordigd, om ontheffing uit het gezag van: [de moeder], hierna te noemen: de moeder, wonende in Aruba, procederend in persoon, over de hierna te noemen minderjarigen:

  1. [minderjarige 1]geboren op [datum] 2001 in Aruba,
  2. [minderjarige 2]geboren op [datum] 2003 in Aruba,
  3. [minderjarige 3]geboren op [datum] 2007 in Aruba
  4. [minderjarige 4]geboren op [datum] 2009 in Aruba,
  5. [minderjarige 5]geboren op [datum] 2010 in Aruba. Als belanghebbenden worden aangemerkt:
  6. [belanghebbende 1]de vader van sub 3,
  7. [belanghebbende 2]de vader van sub 4,
  8. [belanghebbende 3]de grootmoeder moederszijde, tevens de voorgestelde voogdes over sub 1 t/m 3,
  9. [belanghebbende 4]de voorgestelde voogdes over sub
  10. 1DE PROCEDURE Het verloop van de procedure blijkt uit: het verzoekschrift, ingediend op 17 maart 2015; het minderjarigenverhoor van de minderjarige sub 1; de griffiersaantekeningen van de mondelinge behandeling van 21 mei 2015, waaruit blijkt dat zijn verschenen de verzoeker bij mr. M. Ras-Pieternella, de moeder in persoon, en de belanghebbenden sub 2 t/m 4 in persoon. Namens de Fundacion Guia Mi is aanwezig mevrouw M. Hernandez-Willems. De belanghebbende sub 1 is, ondanks daartoe behoorlijk te zijn opgeroepen, niet verschenen. De uitspraak is bepaald op heden. 2DE FEITEN 2.1 Uit de moeder zijn de minderjarigen voornoemd geboren. De minderjarige sub 3 en 4 zijn door hun respectievelijke vader erkend. De moeder oefent van rechtswege het ouderlijk gezag uit over de minderjarigen. 2.2 Bij beschikkingen van dit gerecht van respectievelijk 11 december 2012 (EJ nr. 3636/12) en 18 februari 2014 (EJ 7/14) zijn de minderjarigen telkens voor de duur van één jaar onder toezicht gesteld, laatstelijk met plaatsing van de minderjarigen sub 1 t/m 4 in de kindertehuizen Imeldahof en Casa Cuna en de plaatsing van de minderjarige sub 5 bij de belanghebbende sub 4, met benoeming van Endel Kock tot gezinsvoogd. 3HET VERZOEK Het verzoek strekt tot ontheffing van de moeder uit het ouderlijk gezag over de minderjarigen met benoeming van [belanghebbende 3], tot voogdes over sub 1 t/m 3, met benoeming [belanghebbende 4], tot voogdes over sub 5 en met belasting van [belanghebbende 2] met het ouderlijk gezag over sub
  11. 4DE BEOORDELING 4.1 Op grond van artikel 1:266 van het Burgerlijk Wetboek van Aruba (hierna: BWA) kan de rechter - op verzoek van de Voogdijraad - een ouder van het gezag over een of meer van zijn kinderen ontheffen, op grond dat hij ongeschikt of onmachtig is zijn plicht tot verzorging en opvoeding te vervullen, mits het belang van de kinderen zich daar niet tegen verzet. Een ontheffing kan niet worden uitgesproken indien de ouder zich daartegen verzet, tenzij zich één van de uitzonderingen, genoemd in artikel 1:268 lid 2 BWA, voordoet. 4.2 In het rapport van 12 december 2014 concludeert en adviseert de gezinsvoogdes het volgende: De moeder heeft geen externe hulp gezocht voor haar eigen trauma’s en psychische gesteldheid. De moeder heeft weinig opvoedingsvaardigheden vertoond en heeft gedurende het jaar dat de kinderen onder toezicht zijn gesteld de opvoeding aan anderen overgelaten. De moeder erkent niet dat ze een probleem heeft. De moeder heeft een temperament en kan defensief worden wanneer zij geconfronteerd wordt met onregelmatigheden. De moeder zegt begeleiding te willen ontvangen maar komt de gemaakte afspraken niet na. De financiële situatie van de moeder blijft onduidelijk. Aangezien de minderjarigen sinds 2012 onder toezicht zijn gesteld en de resultaten aantonen dat de moeder ongeschikt en onmachtig is, wordt geadviseerd haar te ontheffen uit het ouderlijk gezag. 4.3 Ter zitting heeft de moeder aangegeven dat zij de zorg van de minderjarigen thans niet aankan maar dat zij het niet eens is dat de minderjarigen uit elkaar worden gehaald. 4.4 Het gerecht is gelet op het rapport van de gezinsvoogdes en het verhandelde ter zitting van oordeel dat de moeder ongeschikt is om haar plicht tot verzorging en opvoeding te vervullen. Voorts is het gerecht van oordeel dat na de ondertoezichtstelling van meer dan twee jaar met uithuisplaatsing van de minderjarigen, gegronde vrees bestaat dat deze maatregel door de ongeschiktheid van de moeder om haar plicht tot verzorging en opvoeding te vervullen, onvoldoende is om de minderjarigen voor zedelijke of lichamelijke ondergang te behoeden. Het gerecht acht het in het belang van de minderjarigen dat de ontheffing wordt uitgesproken. 4.5 In het gezag over de minderjarigen dient dan te worden voorzien. De minderjarigen sub 1, 2 en 3 verblijven bij de grootmoeder moederszijde, de minderjarige sub 4 verblijft bij zijn vader en de minderjarige sub 5 verblijft bij de (biologische) grootmoeder vaderszijde. De minderjarigen worden bij hun pleeggezinnen respectievelijk vader goed verzorgd, ze hebben daar een stabiele en veilige omgeving en hebben het daar naar hun zin. Gelet hierop en nu de voorgestelde voogden en de vader van sub 2 te kennen heeft gegeven belast te willen worden met het gezag over de minderjarigen en er overigens niet van bezwaren hiertegen zijn gebleken, zal het verzoek van de Voogdijraad worden toegewezen. 5DE BESLISSING Het gerecht: ontheft de moeder [moeder] uit het ouderlijk gezag over de minderjarigen: - [ minderjarige 1], geboren op [datum] 2001 in Aruba, - [ minderjarige 2], geboren op [datum] 2003 in Aruba, - [ minderjarige 3], geboren op [datum] 2007 in Aruba, - [ minderjarige 4], geboren op [datum] 2009 in Aruba, - [ minderjarige 5], geboren op [datum] 2010 in Aruba, benoemt [belanghebbende 3] tot voogdes over [minderjarige 1], [minderjarige 2] en [minderjarige 3], benoemt [belanghebbende 4] tot voogdes over [minderjarige 5], belast [belanghebbende 2] met het ouderlijk gezag over [minderjarige 4], verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad. Deze beschikking is gegeven op 23 juni 2015 door de rechter mr. H. Mol, rechter in dit gerecht, in aanwezigheid van de griffier.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.