Beschikking van 25 augustus 2015 Behorend bij E.J. no. 3181 van 2014 GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA BESCHIKKING in de zaak van: A, wonende in Aruba, verzoekster, hierna ook te noemen: A, gemachtigde: de advocaat mr. D.G. Kock, tegen: de naamloze vennootschap HYATT ARUBA N.V., h.o.d.n. HYATT REGENCY ARUBA RESORT & CASINO, gevestigd in Aruba, verweerster, hierna ook te noemen: Hyatt, gemachtigde: de advocaat mr. A.E. Barrios. 1DE PROCEDURE 1.1 Het verloop van de procedure blijkt uit: -het verzoekschrift, met producties; -het verweerschrift, met producties; -de aantekeningen van de griffier van de mondelinge behandeling van de zaak ter terechtzitting van 21 april 2015. 1.2 A is toen ter zitting verschenen bij mr. D.G. Illes, die heeft geoccupeerd voor haar gemachtigde. Hyatt is verschenen bij haar gemachtigde, die werd vergezeld door mw. [naam] en dhr. [naam] (directeur personeelszaken respectievelijk “case manager” bij Hyatt). Partijen hebben over en weer het woord gevoerd - mede aan de hand van overgelegde pleitnota’s, beiden voorzien van toegelaten producties - en hebben gereageerd of kunnen reageren op elkaars stellingen. 1.3 Beschikking is nader bepaald op heden. 2DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN 2.1 A verzoekt dat het Gerecht bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren beschikking: a. voor recht verklaart dat het door Hyatt aan A gegeven ontslag onregelmatig is en Hyatt uit dien hoofde veroordeelt om aan A te betalen Afl. 18.408,-- bruto, te vermeerderen met de wettelijke verhoging en/of wettelijke rente; b. voor recht verklaart dat het door Hyatt aan A gegeven ontslag kennelijk onredelijk is en Hyatt uit dien hoofde veroordeelt om aan A te betalen een billijkheidsvergoeding ad Afl. 123.369,-- bruto, te vermeerderen met de wettelijke verhoging en/of wettelijke rente; c. Hyatt veroordeelt om aan A te betalen Afl. 23.895,-- aan cessantia, te vermeerderen met de wettelijke verhoging en/of wettelijke rente; d. Hyatt veroordeelt in de proceskosten. 2.2 Hyatt voert verweer en concludeert dat A niet-ontvankelijk moet worden verklaard in het door haar verzochte, althans tot afwijzing daarvan, kosten rechtens. 2.3 Voor zover van belang voor de beslissing worden de stellingen van partijen hierna besproken. 3DE BEOORDELING 3.1 Er zijn gronden gesteld noch gebleken waaruit volgt dat A niet-ontvankelijk moet worden verklaard in het door haar verzochte. Het ontvankelijkheidsverweer van Hyatt wordt daarom verworpen. 3.2 Vast staat tussen partijen het volgende. A is op 6 december 1994 krachtens een tussen partijen gesloten arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd in loondienst getreden van Hyatt, en was laatstelijk werkzaam als “cage cashier” in het casino van Hyatt. Ter zake van verdeling van fooien onder het cage personeel (hierna: het personeel) heeft Hyatt op verzoek van dat personeel - en nadat uit een onder het personeel gehouden stemming de meerderheid daarvoor had gekozen - in maart 2014 de regel ingevoerd dat door het personeel ontvangen fooien voortaan in een daartoe bestemde pot moesten worden gedeponeerd om daarna gelijkelijk onder het personeel te worden verdeeld (hierna: de regel). Hyatt heeft die regel duidelijk kenbaar gemaakt aan het personeel, waaronder begrepen A, en heeft het personeel daarbij aangezegd dat bij overtreding van de regel disciplinaire maatregelen zouden volgen, waarvan niet uitgesloten schorsing en/of ontslag. 3.3 Gedurende haar nachtdienst van 18-19 september 2014 heeft A US$ 30,-- aan fooi ontvangen van een casinogast, en gedurende haar daarop volgende nachtdienst van 19-20 september 2014 heeft A US$ 20,-- aan fooi ontvangen van een casinogast. In weerwil van de regel heeft A die bedragen telkens niet in de fooienpot gedeponeerd, maar voor zichzelf gehouden. Nadat Hyatt daarvan kennis had genomen, heeft zij A op 21 september 2014 geschorst en een onderzoek ingesteld. Uit dat onderzoek bleek dat A al in april 2014 door haar supervisor mondeling was gewaarschuwd dat alle door A ontvangen fooi krachtens de regel in de daartoe bestemde pot gedeponeerd moest worden op straffe van disciplinaire maatregelen bij het nalaten daarvan. Aanleiding voor die waarschuwing was gelegen in het gegeven dat A tegen die supervisor had gezegd dat zij het niet eens was met de regel, en alle aan haar gegeven fooi liever voor zichzelf behield. Na A te hebben gehoord, heeft Hyatt haar op 24 september 2014 op staande voet ontslagen. 3.4 Anders dan A is het Gerecht van oordeel dat Hyatt in het algemeen al dan niet nadere op haar werkvloer geldende regels mag stellen voor het personeel (ook wat betreft het wel of niet in ontvangst mogen nemen van fooi en/of de verdeling daarvan), zolang die regels maar niet onredelijk zijn. Naar het oordeel van het Gerecht is de door Hyatt in maart 2014 aan het personeel opgelegde regel niet onredelijk, en niet is gesteld dat dit wel het geval is. Dat klemt temeer omdat
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.