Beschikking van 1 september 2015 Behorend bij EJ nr. 235 van 2015 GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA BESCHIKKING [de moeder], wonende in Aruba, VERZOEKSTER, hierna: de moeder, gemachtigde: de advocaat mr. H.F. Falconi, tegen [de vader], wonende in Nederland, VERWEEDER, hierna: de vader. Belanghebbenden: [minderjarige 1], [minderjarige 2], de minderjarigen. 1DE PROCEDURE Het verloop van de procedure blijkt uit: - het verzoekschrift, ingediend op 10 februari 2015; - het minderjarigenverhoor van [minderjarige 1] op 8 juni 2015; - de griffiersaantekeningen van de mondelinge behandeling van 9 juni 2015, waaruit blijkt dat verzoekster is verschenen bijgestaan door haar gemachtigde. Namens de Voogdijraad is aanwezig mevrouw A. Emanuel. De vader is, ondanks daartoe behoorlijk te zijn opgeroepen, niet verschenen. De uitspraak is bepaald op heden. 2DE FEITEN 2.1 Uit het huwelijk tussen de partijen is op [datum] 2002 in Aruba geboren [minderjarige 1] en op [datum] 2009 in Aruba geboren [minderjarige 2] (hierna samen: de minderjarigen). 2.2 Bij beschikking van 29 augustus 2011 (EJ-[nummer]) is de echtscheiding tussen de partijen uitgesproken en zijn partijen gezamenlijk belast gebleven met het ouderlijk gezag over de minderjarigen. 3HET VERZOEK Het verzoek strekt tot ontheffing van de vader uit het ouderlijk gezag over de minderjarigen danwel tot wijziging van het ouderlijk gezag in dier voege dat voortaan alleen de moeder belast zal zijn met het ouderlijk gezag over de minderjarigen. 4DE BEOORDELING 4.1 De ontheffing van het gezag kan op grond van artikel 1:267 lid 1 BW slechts worden uitgesproken op verzoek van de Voogdijraad of het openbaar ministerie. Die instanties hebben echter zo’n verzoek niet gedaan. De verzoekster is dan ook niet ontvankelijk in haar verzoek tot ontheffing. 4.2 Ingevolge artikel 1:253n van het Burgerlijk Wetboek van Aruba (BW) kan de rechter op verzoek van de niet met elkaar gehuwde ouders of een van hen het gezamenlijk gezag beëindigen, indien nadien de omstandigheden zijn gewijzigd of bij het nemen van de desbetreffende beslissing van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan. Het gerecht overweegt dat slechts in uitzonderingsgevallen kan worden aangenomen dat het belang van het kind vereist dat een van de ouders met het gezag wordt belast, zoals met name indien de (communicatie)problemen tussen de ouders zodanig ernstig zijn dat er een onaanvaardbaar risico bestaat dat het kind bij gezamenlijk gezag van de ouders klem of verloren raakt tussen de ouders en niet te verwachten valt dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering komt. (HR 18 maart 2005, LJN AS8525; vgl. HR 10 september 1999, NJ 2000, 20). 4.3 Uit het ter zitting besprokene is gebleken dat in het onderhavige geval sprake is van wijziging van omstandigheden. Onweersproken is vast komen te staan dat de vader al jaren niet meer naar de minderjarigen heeft omgekeken en geen feitelijke invulling heeft gegeven aan het ouderlijk gezag. De Voogdijraad heeft ter zitting geadviseerd het verzoek van de moeder toe te wijzen. Het gerecht acht het in de gegeven omstandigheden, in het belang van de minderjarigen dat het gezamenlijk gezag beëindigd wordt en zal dienovereenkomstig beslissen. 5DE BESLISSING Het gerecht: verklaart verzoekster niet ontvankelijk in haar verzoek tot ontheffing, beëindigt het gezamenlijk gezag van [de moeder] en [de vader] over de minderjarigen [minderjarige 1], geboren op [datum] 2002 in Arubaen [minderjarige 2], geboren op [datum] 2009 in Aruba, bepaalt dat het gezag over voornoemde minderjarigen voortaan alleen aan de moeder, [moeder], toekomt, bepaalt dat de griffier deze beslissing aantekent in het gezagsregister, verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad. Deze beschikking is gegeven op 1 september 2015 door de rechter mr. P.A.H. Lemaire in tegenwoordigheid van de griffier.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.