Beschikking van 1 september 2015 behorend bij EJ nr. 466 van 2015 GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA BESCHIKKING in de alimentatiezaak tussen [de moeder], wonende in Aruba, VERZOEKSTER, hierna: de moeder, gemachtigde: de advocaat mr. E.J.M. Cafarzuza, en [de vader], wonende in Aruba, zonder bekende woon- of verblijfplaats in Aruba, VERWEERDER, hierna te noemen de vader, niet verschenen. Belanghebbenden: [minderjarige 1] [minderjarige 2], de minderjarigen. 1DE PROCEDURE De procedure blijkt uit: het verzoekschrift, ingediend op 6 maart 2015; de griffiersaantekeningen van de mondelinge behandeling van 9 juni 2015, waaruit blijkt dat zijn verschenen de moeder bijgestaan door haar gemachtigde. Namens de Voogdijraad zijn aanwezig mr. M. Pieternella-Ras en mevrouw A. Emmanuel. De vader heeft geen verweerschrift ingediend en is, ondanks daartoe behoorlijk te zijn opgeroepen, niet verschenen. De uitspraak is 2DE FEITEN 2.1 Uit het huwelijk tussen partijen is op [datum] 1998 in Aruba geboren [minderjarige 1] en op [datum] 2003 in Aruba geboren [minderjarige 2]. 2.2 Bij beschikking van dit gerecht van 8 oktober 2009 (EJ-[nummer]) is de echtscheiding tussen partijen uitgesproken en zijn partijen gezamenlijk belast gebleven met het ouderlijk gezag over de minderjarigen. 2.3 Bij beschikking van dit gerecht van 12 november 2009 (EJ-[nummer]) is het verzoek van de vrouw voor kinderalimentatie afgewezen omdat de partijen nog steeds dezelfde woning deelden. 3HET VERZOEK Het verzoek strekt tot het veroordelen van de vader tot betaling van een maandelijkse bijdrage van Afl. 450,- per kind per maand ingaande de dag van de uitspraak als voorziening in de kosten van levensonderhoud van de minderjarigen. Daartoe wordt gesteld dat hijvoldoende inkomen uit arbeid geniet. 4DE BEOORDELING De vader is wettelijk verplicht te voorzien in de kosten van verzorging en opvoeding van zijn kinderen. Hij heeft geen gebruik gemaakt van de aan hem geboden gelegenheid zich te verweren. Het verzoek zal, gelet op het gestelde en het ontbreken van enig verweer, worden toegewezen. DE BESLISSING Het gerecht: verleent de moeder toestemming om in deze zaak kosteloos te mogen procederen, veroordeelt [de vader] om met ingang van 1 september 2015, en in de toekomst telkens bij vooruitbetaling, aan de Voogdijraad te betalen een bedrag van Afl. 450,- per kind per maand als voorziening in de kosten van verzorging en opvoeding van zijn [minderjarige 1], geboren op [datum] 1998 in Aruba en [minderjarige 2], geboren op [datum] 2003 in Aruba, verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad. Aldus gegeven door mr. P.A.H. Lemaire, rechter in dit gerecht, en in het openbaar uitgesproken ter zitting van dinsdag 1 september 2015 in aanwezigheid van de griffier.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.