Vonnis van 16 september 2015 Behorend bij A.R. 2522 van 2014 GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA VONNIS in de zaak van: de naamloze vennootschap BOOGAARD ASSURANTIËN N.V., gevestigd te Aruba, eiser, gemachtigde: de advocaat mr. M.B. Boyce, tegen de naamloze vennootschap GLOBAL A.B.C. REAL ESTATE DEV. N.V., gevestigd te Aruba, gedaagde, gemachtigde: de advocaat mr. R. Dijkhoff. 1DE PROCEDURE In deze zaak heeft eiser een inleidend verzoekschrift ingediend en gedaagde geconcludeerd voor antwoord. Hierna zijn conclusies van repliek en van dupliek genomen en heeft eiser een akte uitlating productie genomen. De zaak is daarna verwezen naar de rol voor vonnis. 2DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN 2.1 Eiseres vordert van gedaagde om aan haar te betalen Afl. 12.952,02, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de premievervaldatum van de verzekeringsovereenkomst en met Afl. 2.069,24 aan buitengerechtelijke kosten. Zij baseert de vordering op opeisbare, doch onbetaald gebleven verzekeringspremies, vervallen per 1 januari 2013 en per 1 januari 2014, verschuldigd op grond van een verzekeringsovereenkomst gesloten met gedaagde. 2.2 Gedaagde voert gemotiveerd verweer. Zij erkent dat zij de premies niet heeft betaald. Wat betreft de eerste termijn beroept zij zich op de van toepassing zijnde verzekeringsvoorwaarden. Doordat gedaagde niet heeft betaald, zou de verzekering zijn geëindigd en zou de premie niet langer zijn verschuldigd. Wat betreft de tweede termijn geldt in ieder geval dat de verzekering per 1 januari 2014 rechtsgeldig was opgezegd door het mailbericht d.d. 31 december 2013 van [naam], namens Kong Hing groep. 3DE BEOORDELING 3.1 Gedaagde heeft onder meer een beroep gedaan op artikel 16 van de toepasselijke algemene voorwaarden. Hieruit blijkt volgens gedaagde dat de verzekering eindigt indien de verzekeringnemer de premie niet tijdig betaalt of weigert te betalen. Naar het oordeel van het gerecht treft dit verweer geen doel, nu de verzekering ook in geval van wanbetaling pas eindigt door schriftelijke opzegging door de verzekeraar. Dit wordt bepaald in artikel 16.2 aanhef. Van een zodanige opzegging door de verzekeraar is echter niet gebleken. Het standpunt van gedaagde kan ook overigens niet worden aanvaard, nu de consequentie van dit standpunt zou zijn dat gedaagde door haar eigen wanprestatie zou worden bevrijd van haar verbintenis jegens haar wederpartij. Dat eiseres op enige wijze in gebreke zou zijn gebleven, is overigens gesteld noch gebleken. 3.2 Wanbetaling wordt geregeld in artikel 13 van de voorwaarden. Daaruit blijkt dat bij wanbetaling de dekking vanaf enig moment niet meer wordt verleend. De verzekeringnemer blijft evenwel gehouden de premie te voldoen (artikel 13.5). Gedaagde heeft aangevoerd dat de inhoud van deze bepaling onredelijk bezwarend is. Het gerecht verwerpt dit verweer. Het in deze bepaling bedoelde gevolg treedt immers pas in door de wanbetaling van de verzekeringnemer, 15 dagen nadat deze is aangemaand. Een schuldenaar heeft het vermijden van deze toestand volledig zelf in de hand. 3.3 Het vorenstaande leidt tot de conclusie dat gedaagde gehouden is de premie te voldoen die vervallen is per 1 januari
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.