Vonnis van 20 mei 2015 Behorend bij A.R. 3433 van 2012 GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA VONNIS in de zaak van: [eiseres], te Aruba, hierna ook te noemen: [eiseres], gemachtigde: de advocaat mr. E.M.J. Cafarzuza, tegen: de naamloze vennootschap ELVIRA VERZEKERINGEN, te Aruba, hierna ook te noemen: Elvira, gemachtigde: de advocaat mr. M.S. Cabenda, 1DE PROCEDURE Het verloop van de procedure blijkt uit: - het tussenvonnis van 1 oktober 2014; - de akte van [eiseres]van 26 november 2014; - de antwoordakte van Elvira van 8 april
- De zaak is daarna verwezen naar de rol voor vonnis. 2DE VERDERE BEOORDELING 2.1 [ [eiseres]heeft bij akte niet alsnog een (desnoods vrije) vertaling van de in de Spaanse taal opgestelde stukken overgelegd. Zij heeft alleen een zeer beperkt aantal passages uit Spaanstalige stukken vertaald in een van de in de Rijkswet Gemeenschappelijk Hof van Justitie toegelaten procestalen. Elvira heeft aangegeven zich niet in de vertaling te kunnen vinden en heeft daarenboven op haar beurt een aantal passages in het Nederlands vertaald waaruit zou kunnen blijken dat de ziekenhuisopname van [eiseres] ook verband hield met trombose en pijn in haar been. 2.2 Nu [eiseres] zich slechts beperkt heeft tot een vrije vertaling van voor haar welgevallige passages uit de medische rapportage is het gerecht van oordeel dat [eiseres] niet voldoende gemotiveerd bestreden heeft dat de ziekenhuisopname mede betrekking had op medische behandeling van haar been. Dat valt onder de uitsluitingsclausule van de verzekeringsvoorwaarden. 2.3 Een uitsluitingsclausule, ook als die is opgenomen in ‘algemene voorwaarden’ is een kernbeding in de zin van artikel 6:231 BW zodat het, voor zover [eiseres] bedoelt daarop een beroep te doen, niet onder de vernietigingsregeling van boek 6, titel 5 afdeling 3 BW valt. Het beroep op de uitsluitingsclausule is ook niet naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar. Veronderstellenderwijze uitgaande van de juistheid van de stelling dat [eiseres] geen reisverzekering zou hebben gesloten als haar was verteld wat de uitsluitingsclausule inhield, brengt dat mee, dat de op het bestaan van een verzekeringsovereenkomst gebaseerde vordering ook moet worden afgewezen. 2.4 Als de in het ongelijk te stellen partij zal [eiseres] de proceskosten van Elvira moeten vergoeden. 2.5 Nu [eiseres] een op 30 oktober 2012 door de directeur van de Directie Sociale Zaken afgegeven bewijs van onvermogen heeft overgelegd, is daarmee naar het oordeel van de rechter genoegzaam gebleken dat zij de proceskosten niet kan betalen. Aan de [eiseres] zal daarom toelating worden verleend om kosteloos te procederen. 5
- DE UITSPRAAK De rechter in dit gerecht: staat [eiseres] toe kosteloos te procederen; wijs de vordering af; veroordeelt [eiseres] in de kosten van de procedure, in de kosten van de procedure, die tot de datum van uitspraak aan de kant van Elvira worden begroot op Afl. 2.700, aan salaris van de gemachtigde. Dit vonnis is gewezen door mr. W.J. Noordhuizen rechter in dit gerecht, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 20 mei 2015 in aanwezigheid van de griffier.