Beschikking van 6 oktober 2015 Behorend bij EJ nr. 2922 van 2014 GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA BESCHIKKING op het verzoek van A, wonende in Aruba, VERZOEKER, hierna: de vader, gemachtigde: de advocaat mr. C.Helen Lejuez, tegen B, wonende in Aruba, VERWEERSTER, hierna: de moeder, voorheen procederend in persoon, thans de advocaat mr. M.M. Malmberg. 1HET VERLOOP VAN DE PROCEDURE Het eerdere verloop van de procedure blijkt uit de beschikking van dit gerecht van 30 juni 2015, waarbij een voorlopige omgansgregeling is bepaald tussen de vader en de hierna te noemen minderjarige. De verdere procedure blijkt uit de aantekeningen van de griffier ter gelegenheid van de mondelinge behandeling op 25 augustus 2015 waaruit blijkt dat zijn verschenen de vader in persoon bijgestaan door mr. C. Wever, occuperende voor mr. C.Helen Lejuez, en de moeder in persoon. De Voogdijraad heeft zich eveneens laten vertegenwoordigen. De uitspraak . 2DE FEITEN Uit de moeder is op …. 2011 in Aruba geboren C (hierna: de minderjarige). De minderjarige is op …. 2011 door de vader erkend. De moeder oefent van rechtswege het ouderlijk gezag uit over de minderjarige. 3DE BEOORDELING 3.1 Ingevolge artikel 1:377a van het Burgerlijk Wetboek van Aruba hebben het kind en de niet met het gezag belaste ouder recht op omgang met elkaar. 3.2 Niet betwist wordt dat de uitvoering van de voorlopige omgangsregeling, zoals die door het gerecht is vastgesteld, op voor partijen bevredigende wijze verloopt. Gelet hierop, alsmede gezien het advies van de Voogdijraad van 7 mei 2015, ziet het gerecht aanleiding om de omgang van de vader met de minderjarige op de navolgende wijze te verruimen. Daarbij is in aanmerking genomen dat partijen ter zitting op hoofdlijnen nader tot elkaar zijn gekomen. Het gerecht gaat er verder van uit dat partijen in goed overleg afspraken kunnen maken over het halen en brengen van de minderjarige. 4DE BESLISSING Het gerecht: bepaalt de omgangsregeling tussen de vader A en de minderjarige C, geboren op …. 2011 in Aruba als volgt: Elke eerste zondag van de maand: vanaf 9.00 uur tot de daarop daaropvolgende dinsdag, 14.00 uur, tenzij de minderjarige op de desbetreffende dinsdag naar school gaat; in dat laatste geval duurt de omgang tot de aanvang van de schoollessen, waarbij de vader de minderjarige naar school brengt; Gedurende de overige weken: op maandag van 14.00 uur tot 18.00 uur. Onverminderd het vorenstaande: Gedurende de grote schoolvakantie (zomervakantie): gedurende ten minste één week, in onderling overleg tussen partijen vast te stellen; gedurende deze vakantieperiode heeft ook de moeder gedurende ten minste één week aanspraak op ononderbroken omgang met de minderjarige. Gedurende de Kerstperiode: op Tweede Kerstdag (26 december) van 12.00 uur tot 18.00; op Eerste Kerstdag (25 december) verblijft de minderjarige in elk geval van 9.00 uur tot Tweede Kerstdag, 12.00 uur, bij de moeder. Op vaderdag: van 9.00 uur tot 18.00 uur; op moederdag verblijft de minderjarige in elk geval van 9.00 uur tot 18.00 uur bij de moeder. Op de verjaardag van de grootmoeder aan vaderszijde: van 14.00 uur tot 18.00 uur. De verjaardag van de minderjarige: in een even jaartal (2016, 2018, etc.) van 14.00 uur tot 18.00 uur; in een oneven jaartal (2015, 2017, etc.) verblijft de minderjarige in elk geval van 9.00 uur tot 18.00 uur bij de moeder. wijst het meer of anders verzochte af, verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad. Deze beschikking is gegeven door mr. W.C.E. Winfield, rechter in dit gerecht, ter zitting van dinsdag 6 oktober 2015 in tegenwoordigheid van de griffier.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.