Vonnis van 21 oktober 2015 Behorend bij A.R. 747 van 2015 GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA VONNIS in het incident tot vrijwaring in de zaak van: 1de eenmanszaak [eenmanszaak], gevestigd te Aruba,
- A,
- B, beiden wonende te Aruba, eisers in de hoofdzaak, hierna ook te noemen: “X”, gemachtigde: mr. M.B. Boyce, tegen: de naamloze vennootschap [Y], wonende te Aruba, gedaagde in de hoofdzaak, hierna ook te noemen: “Y”, gemachtigde: mr. M.A. Ellis-Schipper, 1DE PROCEDURE IN HET INCIDENT 1.1 Het verloop van de procedure blijkt uit: - de incidentele conclusie van eis tot oproeping in vrijwaring; - de conclusie van antwoord in het incident tot oproeping in vrijwaring. 1.2 De zaak is daarna verwezen naar de rol voor vonnis in het incident. 2HET GESCHIL 2.1 X vorderen in de hoofdzaak, samengevat, dat het gerecht Y veroordeelt om aan X te betalen een bedrag van Afl. 103.905,40, vermeerderd met wettelijke rente, kosten rechtens. 2.2 Aan die vordering hebben X, voor zover thans van belang, ten grondslag gelegd dat Y wanprestatie heeft gepleegd bij de uitvoering van een tussen partijen gesloten overname-overeenkomst. 2.3 Y heeft verzocht dat het haar wordt toegestaan om Z in vrijwaring op te roepen. Daartoe heeft Y aangevoerd dat, indien er een verplichting bestaat jegens X om de gevorderde schadevergoeding te betalen, Z veroordeeld dient te worden die schadevergoeding te betalen, aangezien laatstgenoemde en niet Y bij de overname-overeenkomst partij is geworden en dat Y een expliciete afspraak met Z heeft gemaakt, die inhoudt dat Y nooit jegens X aansprakelijk zou worden. 2.4 X hebben zich verzet tegen de incidentele vordering tot oproeping in vrijwaring, omdat zij - kort samengevat – geen vertraging in de procedure wensen en ook geen onnodige kosten wensen te maken. 3DE BEOORDELING 3.1 Voor het inwilligen van een verzoek om de oproeping in vrijwaring van een derde te bevelen als bedoeld in art. 71 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv), is voldoende dat de verzoeker (voldoende) stelt dat de derde krachtens zijn rechtsverhouding tot de verzoeker verplicht is de nadelige gevolgen te dragen die voortvloeien uit een veroordeling van de verzoeker als gedaagde in de hoofdzaak. Aan dit vereiste is voldaan. 3.2 Van toewijzing van het verzoek is geen onredelijke of onnodige vertraging van het geding te verwachten. Niet is gesteld of gebleken dat X door toewijzing van het verzoek in enig ander rechtens te respecteren belang zou worden geschaad. 3.3 De beslissing over de proceskosten van dit incident wordt aangehouden tot in de hoofdzaak wordt beslist. 5DE UITSPRAAK: De rechter in dit gerecht: in het incident: wijst het verzoek toe; staat Y toe om Z in vrijwaring op te roepen tegen de zitting van woensdag 18 november 2015, onder overlegging van reeds ingediende processtukken in de hoofdzaak, de incidentele conclusie van eis tot oproeping in vrijwaring in reconventie en dit vonnis in het incident, ten einde te worden gehoord op de vordering van Y tot veroordeling van Z tot betaling van datgene waartoe Y in de hoofdzaak jegens X zal worden veroordeeld; houdt iedere verdere beslissing aan; in de hoofdzaak: verwijst de zaak naar de rolzitting van woensdag 18 november 2015 voor conclusie van repliek aan de zijde van X; houdt iedere verdere beslissing aan. Dit vonnis is gewezen door mr. M. Schoemaker, rechter in dit gerecht, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 21 oktober 2015 in aanwezigheid van de griffier.