Beschikking d.d. 27 oktober 2015 Behorend bij EJ nr. 1045 van 2015 GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA BESCHIKKING in de zaak van: A, wonende te Aruba, VERZOEKSTER, hierna: A, gemachtigde: de advocaat mr. J.A.R. Bryson, tegen: STICHTING DESAROYO EDUCATIVO COMUNITARIO, gevestigd te Morgenster 8 in Aruba, VERWEERSTER, hierna: de stichting, niet verschenen. 1DE PROCEDURE 1.1 Het verloop van de procedure blijkt uit het verzoekschrift met productie, ingediend op 18 mei 2015 en het exploot van betekening d.d. 7 september 2015, waarbij de stichting is opgeroepen om op 15 september 2015 een verweerschrift in te dienen. De stichting heeft geen gebruik gemaakt van de aan haar aangeboden mogelijkheid om verweer te voeren. 1.2 De beschikking is bepaald op heden. 2HET VERZOEK Het verzoek strekt ertoe om bij beschikking: - voor recht te verklaren dat de arbeidsovereenkomst op rechtsgeldige wijze op 31 mei 2015 is beëindigd en dat de opzegging kennelijk onredelijk is; - de stichting te veroordelen om het achterstallig loon over de maanden februari tot en met mei 2015 aan A uit te betalen, vermeerderd met de wettelijke verhoging ex artikel 7A;1614q BW en de wettelijke rente vanaf de dag van opeisbaarheid; - de stichting te veroordelen om de cessantia-uitkering aan A te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente; - de stichting te veroordelen aan A schadevergoeding naar billijkheid toe te kennen; - de stichting in de kosten van deze procedure te veroordelen. 3DE BEOORDELING 3.1 A stelt onweersproken dat, na door de stichting verkregen ontslagvergunning, het loon over de maanden februari tot en met mei 2015 niet is betaald. A voelde zich hierdoor genoodzaakt de arbeidsovereenkomst op te zeggen tegen 1 juni
- Uit de overgelegde stukken volgt dat het netto maandloon AWG 1.100,00 bruto bedroeg. Aldus wordt een bedrag van AWG 4.400,00 toegewezen, zijnde het loon over de maanden februari tot en met mei 2015, vermeerderd met de wettelijke verhoging alsmede de wettelijke rente vanaf 11 maart 2015 tot de dag der voldoening. 3.2 De gevorderde verklaring voor recht dat de opzegging onregelmatig is wordt afgewezen wegens een rechtens te respecteren belang en tevens omdat A zelf opgezegd heeft. 3.3 De cessantia-uitkering ad AWG 1.523,00 ( AWG 1.100,00 x 3 : 13 = weekloon ad AWG 253,84) is eveneens toewijsbaar, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 22 april 2015, zijnde de dag waarop de stichting in verzuim raakte, tot de dag der voldoening. 3.4 Wat betreft de stelling van A dat het ontslag kennelijk onredelijk is wordt als volgt overwogen. Nu A het dienstverband zelf heeft opgezegd, kan er geen sprake zijn van een kennelijk onredelijk ontslag. De gevorderde verklaring voor recht en vergoeding worden om deze reden afgewezen. 3.5 De stichting zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van de procedure, tot op heden begroot op AWG 50,- griffierecht, op AWG 203,40 aan explootkosten en op AWG 900,- aan salaris van gemachtigde.
- DE BESLISSING De rechter: 4.1 veroordeelt de stichting om aan A te betalen het bedrag van AWG 4.400,00 aan achterstallig loon over de maanden februari tot en met mei 2015, vermeerderd met de wettelijke verhoging alsmede de wettelijke rente vanaf 11 maart 2015 tot de dag der voldoening; 4.2 veroordeeld de stichting aan A te betalen de cessantia-uitkering ad AWG 1.523,00, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 22 april 2015 tot de dag der voldoening; 4.3 veroordeelt de stichting in de kosten van de procedure, die tot de datum van uitspraak aan de kant van A wordt begroot op AWG 50,00 aan griffierecht, AWG 203,40 aan explootkosten en AWG 900,00 aan salaris van de gemachtigde; 4.4 verklaart de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad; 4.6 wijst af het meer of anders verzochte. Deze beschikking is gegeven door mr. Y.M. Vanwersch, rechter in dit gerecht en werd in het openbaar uitgesproken op dinsdag 27 oktober 2015, in tegenwoordigheid van de griffier.