← Nederland

ECLI:NL:OGEAA:2015:476

Vonnis van 28 oktober 2015 Behorend bij A.R. 2657 van 2014 GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA VONNIS in de zaak van: de stichting STICHTING ZIEKENVERPLEGING ARUBA, te Aruba, hierna ook te noemen: ZVA, gemachtigde: de advocaat mr. W.G.T.M. Kloes, tegen: G1* en G2* , te Aruba, hierna ook te noemen: Gedaagden c.s., respectievelijk Gedaagde 1 en Gedaagde

  1. procederend in persoon. 1DE PROCEDURE Het verloop van de procedure blijkt uit: - de rolbeschikking van 25 maart 2015; - de akte uitlating zijdens ZVA; - de conclusie van repliek; - de conclusie van dupliek zijdens Gedaagde
  2. De zaak is daarna verwezen naar de rol voor vonnis. 2DE VASTSTAANDE FEITEN 2.1 Tussen ZVA en Gedaagde 1 is een geneeskundige behandelingsovereenkomst tot stand gekomen. Op grond van die overeenkomst heeft ZVA medische hulp aan Gedaagde 1 verstrekt. 2.2 Tussen ZVA en Gedaagde 1 is een afbetalingsregeling getroffen met betrekking tot de aan de medische behandeling verbonden kosten. Gedaagde 2, zoon van Gedaagde 1, heeft zich borg gesteld voor de terugbetaling van deze schuld. 2.3 De aan met die medische hulp verbonden kosten bedroegen per 1 augustus 2014 per saldo Afl. 44.207,
  3. 2.4 Gedaagde 1 is op 12 februari 2015 overleden. 3DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN 3.1 ZVA vordert – uitvoerbaar bij voorraad – veroordeling van Gedaagde 1 c.s. tot betaling van Afl. 44.207,81, te vermeerderen met de wettelijke rente, met veroordeling van Gedaagde 1c.s. tot vergoeding van de proceskosten. 3.2 ZVA grondt de vordering erop dat Gedaagde 1 c.s. tekortschieten in de nakoming van de afbetalingsregeling. 3.3 Gedaagde 1 c.s. voeren hiertegen verweer. 4DE BEOORDELING 4.1 ZVA heeft naar aanleiding van het overlijden van Gedaagde 1 aangegeven dat de procedure niet tegen de erfgenamen behoeft te worden hervat. Dat betekent dat het geding jegens Gedaagde 1 noch zijn erfgenamen, als erfgenamen, zal worden hervat. Het gerecht zal de procedure tegen Gedaagde 1 daarom ambtshalve doorhalen. 4.2 De procedure jegens Gedaagde 2 als borg wordt hervat. 4.3 Nu Gedaagde 1 de vordering van ZVA niet voldoet staat het ZVA op voet van artikel 7:855 lid 1 BW vrij Gedaagde 2 als borg tot betaling aan te spreken. 4.4 Gedaagde 2 beroept zich erop dat de geneeskundige behandelingsovereenkomst niet rechtsgeldig tot stand is gekomen dan wel het onaanvaardbaar is om op betaling aan te dringen. 4.5 Het verweer faalt. Partijen zijn, wat er zij van de oorspronkelijke overeenkomst, een vaststellingsovereenkomst aangegaan met betrekking tot de uit de geneeskundige behandelingsovereenkomst voortvloeiende betalingsverplichting. Daar is niks mis mee. Dat Gedaagde 2 grote moeite heeft om aan de daaruit voortvloeiende betalingsverplichting te voldoen brengt niet mee dat hij niet meer hoef te betalen. Betalingsonmacht bevrijdt niet van de betalingsverplichting. Dat wordt niet anders doordat Gedaagde 2 graag wil werken maar op dit ogenblik geen werkvergunning heeft, hoewel een beoogd werkgever hem graag in dienst wil nemen. 4.6 Het gerecht heeft verder binnen dit geding niet de vrijheid om een andere betalingsregeling aan ZVA op te leggen. 4.7 De verschuldigdheid van de wettelijke rente is niet betwist. 4.8 Als de in het ongelijk te stellen partij zal Gedaagde 2 de proceskosten van ZVA, voor zover (mede) op hem betrekking hebbend, moeten vergoeden. 5DE UITSPRAAK De rechter in dit gerecht: haalt de procedure jegens Gedaagde 1 ambtshalve door; veroordeelt Gedaagde 2 tot betaling aan ZVA van een bedrag van Afl. 44.207,81, te vermeerderen met de wettelijke rente, steeds over het saldo van de dan openstaande hoofdsom vanaf 31 augustus 2014 tot de dag waarop volledig zal zijn betaald; veroordeelt Gedaagde 2 in de kosten van de procedure, die tot de datum van uitspraak aan de kant van ZVA worden begroot op Afl. 750, aan griffierecht, Afl. 607,60 aan explootkosten en Afl. 3.300, aan salaris van de gemachtigde; verklaart de veroordelingen in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door mr. W.J. Noordhuizen rechter in dit gerecht, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 28 oktober 2015 in aanwezigheid van de griffier.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.