Vonnis in kort geding van 2 december 2015 Behorend bij K.G. 1974 van 2015 GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA VONNIS IN KORT GEDING in de zaak van: [de alimentatiegerechtigde], te Aruba, hierna ook te noemen: de alimentatiegerechtigde, gemachtigde: de advocaat mr. M.M. Malmberg, tegen: [de alimentatieplichtige] te Aruba, hierna ook te noemen: de alimentatieplichtige, gemachtigde: de advocaat mr. E.E. Rosenstand. DE PROCEDURE Het verloop van de procedure blijkt uit: - het verzoekschrift; - de pleitnota van de alimentatiegerechtigde; - de pleitnota van de alimentatieplichtige; - de aantekeningen van de mondelinge behandeling op 11 november 2015. Aan partijen is meegedeeld dat vandaag vonnis zou worden gewezen. 2DE VASTSTAANDE FEITEN 2.1 Partijen zijn ex-echtelieden. 2.2 Partijen zijn ter zitting van 23 september 2014 overeengekomen dat de alimentatieplichtige voor zijn twee minderjarige kinderen Afl. 325, per kind per maand aan bijdrage in levensonderhoud en opvoeding zou betalen. 2.3 De alimentatieplichtige heeft niet aan zijn betalingsplicht voldaan. 2.4 De alimentatiegerechtigde heeft derdenbeslag gelegd onder de naamloze vennootschap Foo Wall N.V. De derdebeslagene heeft verklaard dat tussen haar en de alimentatieplichtige geen rechtsverhouding bestaat op grond waarvan zij geld aan de alimentatieplichtige verschuldigd is. 3DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN 3.1 De alimentatiegerechtigde verzoekt toestemming om kosteloos te procederen en vordert- kort gezegd – haar verlof te verlenen om de in executoriale vorm opgemaakte alimentatieafspraak en een vordering uit overbedeling van de alimentatieplichtige ten uit voer te leggen middels lijfsdwang met veroordeling van de alimentatieplichtige tot vergoeding van de proceskosten. 3.2 De alimentatiegerechtigde grondt de vordering erop dat zijdens de alimentatieplichtige sprake is van onwil en niet van onmacht om aan zijn betalingsverplichting te voldoen. 3.3 De alimentatieplichtige voert hiertegen verweer, met vordering tot veroordeling van de alimentatiegerechtigde in de proceskosten. 4DE BEOORDELING 4.1 De alimentatiegerechtigde heeft een bewijs van onvermogen overgelegd. Haar zal toestemming worden verleend kosteloos te procederen. 4.2 De vordering zal worden afgewezen. 4.3 Ingevolge artikel 585 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv.) kan verzocht worden de tenuitvoerlegging bij lijfsdwang toe te staan van een vonnis of beschikking, voor zover de veroordeling tot iets anders strekt dan het betalen van geld of als het – samengevat – gaat om een veroordeling tot betalen van (kinder)alimentatie. 4.4 Op grond van de wet is het derhalve niet mogelijk om de debiteur van een overbedelingsvordering te doen gijzelen wegens wanbetaling. 4.5 Naar stelling van de alimentatiegerechtigde kan de alimentatieplichtige de alimentatie wel betalen omdat hij manager is van de [Bar], die wordt uitgebaat door de derdebeslagene. 4.6 Uitgaande van de juistheid van die stelling staat aan de alimentatiegerechtigde het middel van het betwisten van de juistheid van de door de derdebeslagene afgelegde verklaring ten dienste zodat het verzoek om de alimentatieverplichting te mogen executeren door lijfsdwang prematuur is. 4.7 Nu partijen ex-echtelieden zijn zullen de proceskosten worden gecompenseerd als hierna opgenomen. 5DE UITSPRAAK De rechter in dit gerecht: verleent de alimentatiegerechtigde toestemming kosteloos te procederen; wijst het gevorderde af; compenseert de proceskosten aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt. Dit vonnis is gewezen door mr. W.J. Noordhuizen rechter, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 2 december 2015 in aanwezigheid van de griffier.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.