← Nederland

ECLI:NL:OGEAA:2016:106

Vonnis in kort geding van 27 januari 2016 Behorend bij K.G. 2803 van 2015 GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA VONNIS IN KORT GEDING in de zaak van: de naamloze vennootschap GILOLA APPARTMENTS N.V., gevestigd te Aruba, hierna ook te noemen: Gilola, gemachtigde: de advocaat mr. Z.T.M. Arends-Marchena, tegen: GEDAAGDE, wonende te Aruba, hierna ook te noemen: Gedaagde procederend in persoon 1DE PROCEDURE Het verloop van de procedure blijkt uit: - het verzoekschrift met producties, ingediend op 9 december 2015; - de brief van 7 januari 2016 met aanvullende producties aan de zijde van Gilola; - de aantekeningen van de griffier ter gelegenheid van de mondelinge behandeling op 8 januari

  1. Aan partijen is meegedeeld dat vandaag vonnis zou worden gewezen. 2DE VASTSTAANDE FEITEN 2.1 Tussen partijen bestaat een huurovereenkomst met betrekking tot een woning gelegen aan (Adress). De huurprijs bedraagt Afl. 1.000,00 per maand, bij vooruitbetaling te voldoen. 2.2 Sinds augustus 2015 betaalt Gedaagde de huur niet meer en woont hij feitelijk niet meer in het gehuurde. Wel gebruikt Gedaagde het gehuurde als opslag voor diverse goederen en/of bouwafval. 2.3 Op 12 november 2015 heeft Gilola Gedaagde gesommeerd de huurachterstand te voldoen binnen 7 dagen. 2.3 Op 6 december 2015 heeft Gilola zich tot de huurcommissie gewend met het verzoek de huurovereenkomst te mogen opzeggen. 3DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN 3.1 Gilola vordert - na vermeerdering van eis ter zitting - Gedaagde te bevelen het gehuurde te ontruimen en in goede staat achter te laten, op straffe van een dwangsom ad Afl. 500,00 per dag of dagdeel dat Gedaagde hiermee in gebreke blijft en hem te veroordelen tot betaling van een bedrag ad Afl. 5.000,00 wegens achterstallig huur en een bedrag ad Afl. 5.675,00, zijnde schadevergoeding voor de door hem veroorzaakte schade, met veroordeling van Gedaagde in de kosten van het geding. 3.3 Gedaagde voert hiertegen geen noemenswaardig verweer. 4DE BEOORDELING 4.1 Ter gelegenheid van de mondelinge behandeling heeft Gedaagde de huurachterstand erkend en heeft hij verklaard bereid te zijn het gehuurde te ontruimen en leeg op te leveren. 4.2 Uit het eerste lid van artikel 556 Rv. volgt dat Gilola de ontruiming niet zelf ter hand mag nemen, en dat gedwongen ontruiming het exclusieve terrein is van de deurwaarder. Gilola heeft voldoende aan dit vonnis om de deurwaarder te mogen inschakelen als Gedaagde niet vrijwillig tot nakoming van de uit dit vonnis voortvloeiende verplichting tot ontruiming overgaat. In het licht daarvan heeft Gilola dus geen machtiging nodig om de ontruiming zelf te doen bewerkstelligen. Voorwaarde is dat het ontruimingsvonnis door de deurwaarder aan Gedaagde wordt betekend, en dat aan Gedaagde overeenkomstig het bepaalde in artikel 555 Rv. bevel wordt gedaan om binnen drie dagen te ontruimen. De deurwaarder op zijn beurt behoeft geen rechterlijke machtiging om bevoegd te zijn de hulp van de sterke arm van politie en justitie in te roepen indien Gedaagde medewerking aan de ontruiming weigert. Die bevoegdheid ontleent de deurwaarder immers rechtstreeks aan artikel 557 Rv., waarin artikel 444 Rv. van overeenkomstige toepassing wordt verklaard. Voorziet de deurwaarder problemen, dan kan hij op voet van (strekking en geest van) de Algemene Politieverordening – zonder dat daartoe rechterlijke machtiging nodig is – bijstand van de politie inroepen. In het licht van voorgaande heeft Gilola geen belang bij de verzochte machtiging. 4.3 Gilola vordert tevens een bedrag ad Afl. 5000,00 aan achterstallige huurpenningen alsmede een bedrag ad Afl. 5.675,00 aan schadevergoeding. Het bedrag aan achterstallige huur is toewijsbaar. Ten aanzien van de schadevordering is ter zitting reeds overwogen dat deze niet aanstonds toewijsbaar is, omdat de pretense schade niet zonder meer in causaal verband staat met toerekenbare tekortkomingen aan de zijde van Gedaagde. Uit de overgelegde foto’s blijkt wel dat Girola zich niet als goed huurder heeft gedragen door het perceel ernstig te vervuilen. Hij heeft echter verklaard dat hij het gehuurde gaat opschonen en leeg zal opleveren. Nu onduidelijk is of Gilola schade zal lijden, wordt de vordering strekkende tot vergoeding van schade als zijnde prematuur afgewezen.
  2. Als de in het ongelijk te stellen partij zal Gedaagde in de kosten van de procedure worden veroordeeld. 5DE UITSPRAAK De rechter in dit gerecht: 5.1 veroordeelt Gedaagde om binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis de woning en het perceel aan (Adress) te Aruba te ontruimen met alle daarin aanwezige personen en zaken tenzij deze zaken van Gilola zijn, en de sleutels af te geven aan Gilola, zulks op straffe van een dwangsom van Afl. 500,00 per dag of dagdeel, in het geval Gedaagde na betekening van dit vonnis en de gestelde termijn van drie dagen in gebreke blijkt met een maximum van Afl. 50.000,00; 5.2 veroordeelt Gedaagde tot betaling van een bedrag ad Afl. 5.000,00 zijnde de achterstallige huurpenningen vanaf augustus 2015 toten met december 2015; 5.3 veroordeelt Gedaagde in de kosten van de procedure, aan de zijde van Gilola begroot op Afl. 900,00 griffierecht, Afl. 226,67 explootkosten en Afl. 1.000,00 salaris gemachtigde. 5.4 verklaart de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad; 5.5 wijst het meer of anders gevorderde af. Dit vonnis is gewezen door mr.Y.M. Vanwersch, rechter, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 27 januari 2016 in aanwezigheid van de griffier.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.