← Nederland

ECLI:NL:OGEAA:2016:110

Beschikking van 16 februari 2016 Behorend bij A.R. 2459 van 2014 GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA BESCHIKKING in de zaak van: [verzoeker], te Aruba, hierna ook te noemen: [verzoeker], gemachtigde: de advocaat mr. C.R. Foy, tegen: [verweerder 1], te Aruba, hierna ook te noemen: [verweerder 1], procederend in persoon, en de naamloze vennootschap ALGEMEEN BOUWBEDRIJF “ALBO ARUBA” N.V., te Aruba, hierna ook te noemen: Albo, gemachtigde: de advocaat mr. M.A. Kock. de naamloze vennootschap/de rechtspersoon naar vreemd recht 1DE PROCEDURE Het verloop van de procedure blijkt uit: - de tussenbeschikking van 14 oktober 2015; - de behandeling ter zitting van 10 november 2015 de daarvan gemaakte aantekeningen; - de mededeling op de (aangehouden) zitting van 19 januari 2016 dat partijen niet tot een regeling in der minne zijn gekomen. Aan partijen is meegedeeld dat vandaag beschikking zou worden gegeven. 2DE VASTSTAANDE FEITEN 2.1 [ [verzoeker] is als uitgezonden werknemer voor [verweerder 1] werkzaam geweest bij Albo. 2.2 Op 29 augustus 2013 is [verzoeker] een ongeval overkomen op de werkplek, waarbij [verzoeker] letsel heeft opgelopen. 3DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN 3.1 [ [verzoeker] verzoekt – uitvoerbaar bij voorraad –veroordeling van [verweerder 1] c.s. tot betaling van Afl. 35.000,, te vermeerderen met de wettelijke rente, met veroordeling van [verweerder 1] c.s. tot vergoeding van de proceskosten. 3.2 [ [verzoeker] grondt het verzoek erop dat hem een arbeidsongeval is overkomen waardoor hij deels minder valide is geworden en hij schade heeft geleden waarvoor [verweerder 1] en Albo als (juridisch respectievelijk feitelijk) werkgever aansprakelijk zijn. 3.3 [ [verweerder 1] c.s. voeren hiertegen verweer, met verzoek tot veroordeling van [verzoeker] in de proceskosten. 4DE BEOORDELING 4.1 [ [verzoeker] grondt de vordering op de volgende feiten. Op 29 augustus 2013 voerde [verzoeker] werkzaamheden uit op een bouwterrein. Deze werkzaamheden werden hem opgedragen door [verweerder 1] die [verzoeker] had daartoe had uitgeleend aan Albo. [verzoeker] moest met een moker die bestond uit een stalen klopper, bevestigd op een metalen steel/handvat, pinnen in de grond slaan om bekisting vast te houden. Bij het maken van een neerwaartse slagbeweging is de moker uit de handen van [verzoeker] geglipt. In een reflex probeerde [verzoeker] de moker met zijn linkerhand op te vangen. Daardoor raakte de moker de kop van de linker wijsvinger van [verzoeker] die daardoor “crush letsel” opliep. [verzoeker] droeg op het moment van het ongeval speciale timmermanshandschoenen. Volgens [verzoeker] motregende het op het moment van het ongeval. Daardoor werd de stalen steel nat en glipte die [verzoeker] uit handen. 4.2 Voor het aanvaarden van werkgeversaansprakelijkheid op grond van artikel 7A:1614x BW dient [verzoeker] gemotiveerd te stellen dat [verweerder 1] c.s., althans een van hen, niet hebben voldaan aan de verplichting – in dit geval – gereedschap ter beschikking te stellen en voor het verrichten van de arbeid zodanige maatregelen te treffen en aanwijzingen te verstrekken als redelijkerwijs nodig is om te voorkomen dat [verzoeker] in de uitoefening van zijn werkzaamheden schade zou lijden. Daaraan heeft [verzoeker] niet voldaan. 4.3 De enkele omstandigheid dat de metalen steel van de moker, doordat die nat zou zijn geworden – Albo ontkent dat het op het moment van het ongeval (mot)regende – uit de gehanschoende handen van [verzoeker] gleed, brengt niet reeds mee dat [verweerder 1] c.s. aansprakelijk zijn voor het [verzoeker] overkomen bedrijfsongeval. Dat een of deze moker met metalen steel ondeugdelijk zou zijn voor het uitgevoerde werk is niet voldoende toegelicht. Niet bestreden is dat [verzoeker] op het moment van het ongeval veiligheidshandschoenen droeg. Ook is niet bestreden dat [verzoeker] elke donderdagochtend aan veiligheidsbijeenkomsten deel nam. Hij heeft dat bij de comparitie ook bevestigd. Niet voldoende toegelicht is in welke mate het aan (veiligheids)instructies zijdens [verweerder 1] c.s. zou hebben ontbroken. 4.4 Het ongeval moet daarom worden aangemerkt als een ongelukkige samenloop van omstandigheden met, voor [verzoeker], nare gevolgen. Daarvoor zijn [verweerder 1] c.s. echter niet aansprakelijk. 4.5 Als de in het ongelijk te stellen partij zal [verzoeker] de proceskosten van g: c.s. moeten vergoeden. Voor [verweerder 1] worden die begroot op nihil. 5DE UITSPRAAK De rechter in dit gerecht: wijst het verzoek af; veroordeelt [verzoeker] in de kosten van de procedure, die tot de datum van uitspraak aan de kant van [verweerder 1] worden begroot op nihil en van Albo worden begroot op Afl. 2.700, aan salaris van de gemachtigde. Deze beschikking is gegeven door mr. W.J. Noordhuizen, rechter in dit gerecht, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van dinsdag 16 februari 2016 in aanwezigheid van de griffier.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.