← Nederland

ECLI:NL:OGEAA:2016:112

Beschikking van 16 februari 2016 Behorend bij EJ. nr. 1160 van 2015 GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA BESCHIKKING op het verzoek van: [de moeder], wonende in Brazilië, VERZOEKSTER, hierna: de moeder, gemachtigde: de advocaat mr. A.F.J. Caster, tegen [de vader], wonende in Aruba, VERWEERDER, hierna: de vader, gemachtigde: de advocaat mr. J.S. Croes. Belanghebbende: [de minderjarige], de minderjarige. 1DE PROCEDURE De procedure blijkt uit: het verzoekschrift, ingediend op 26 mei 2015; de griffiersaantekeningen van de mondelinge behandeling van 5 januari 2015, waaruit blijkt dat zijn verschenen partijen bij hun gemachtigden voornoemd. Namens de Voogdijraad was aanwezig mr. Y.N. Maduro. De uitspraak is bepaald op heden. 2DE FEITEN 2.1 Uit het huwelijk tussen partijen is op [datum] 2002 in Aruba geboren [de minderjarige] (hierna: de minderjarige). 2.2 Bij beschikking van dit gerecht van [datum] 2006 (EJ-1936/06) is de echtscheiding tussen partijen uitgesproken en is de kinderalimentatie en de partneralimentatie bepaald op Afl. 1.200,-- respectievelijk Afl. 800,-- per maand. 2.3 Bij beschikking van [datum] 2014 (EJ-2638/2013) heeft het gerecht voornoemde beschikking van [datum] 2006 gewijzigd, en heeft de kinderalimentatie bepaald op Afl. 450,-- per maand en de partneralimentatie op nihil. 3HET VERZOEK 3.1 Het verzoek strekt tot wijziging van de beschikking van [datum] 2014 in die zin dat het door de vader te betalen bedrag aan kinderalimentatie zal worden bepaald op Afl. 1.600,-- per maand en om de partneralimentatie vast te stellen op een bedrag van Afl. 800,-- per maand. 3.2 De vader heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Tevens heeft hij verzocht om het verzoek van de moeder af te wijzen, dan wel om de moeder niet-ontvankelijk te verklaren in haar verzoek, met toekenning van vergoeding. 4DE BEOORDELING 4.1 Ingevolge artikel 1:401 lid 1 en 4 van het BW kan een rechtelijke uitspraak betreffende levensonderhoud gewijzigd worden, indien zij nadien door wijziging van omstandigheden ophoudt aan de wettelijke maatstaven te voldoen, dan wel indien zij van de aanvang af niet aan de wettelijke maatstaven heeft beantwoord, doordat bij die uitspraak van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan. 4.2 Ter onderbouwing van haar verzoek heeft de moeder – kort samengevat – gesteld dat zij niet-draagkrachtig is, omdat zij sinds december 2014 geen baan meer heeft, wat volgens haar een wijziging van omstandigheden oplevert. Zij stelt voorts dat zij, wegens de hachelijke financiële situatie van het land, haar leeftijd en haar opleiding, geen nieuwe baan kan krijgen. De moeder stelt zich op het standpunt dat bij de beoordeling omtrent de partneralimentatie, rekening moet worden gehouden met het feit dat zij tijdens het huwelijk grote welstand gewend was. 4.3 De vader heeft, kort samengevat, aangevoerd dat de door de moeder gestelde gewijzigde omstandigheid zich niet voordoet, omdat de moeder thans een salaris verdient en inkomsten geniet uit de verhuur van een woning. Voorts heeft de vader aangevoerd dat hij thans minder verdient dan tijdens het huwelijk. De vader is bereid om Afl. 650,00 aan alimentatie te betalen. Hij verzoekt de alimentatie op een eigen bankrekening van de minderjarige te mogen betalen en wenst zelf zorg te dragen voor betaling van het schoolgeld, omdat hij bang is dat de alimentatie anders niet aan de minderjarige toekomt. 4.4 De door de moeder aangevoerde gewijzigde omstandigheid, namelijk dat zij geen baan meer heeft, is niet komen vast te staan. De vader heeft onderbouwd aangegeven dat de moeder wel (weer) een baan heeft en huurinkomsten geniet. De gemachtigde van de moeder kon dit ter zitting niet weerleggen, terwijl de moeder tijdens de behandeling niet is verschenen. Dit terwijl evenmin aannemelijk is geworden dat de moeder geen (andere) betaalde baan zou kunnen vinden. De moeder heeft voorts haar behoefte aan partneralimentatie niet, met stukken onderbouwd, aannemelijk gemaakt. Het verzoek van de moeder ten aanzien van de partneralimentatie zal derhalve worden afgewezen. 4.5 Er is wel sprake van een wijziging van omstandigheden sinds de beschikking van 1 juli 2014, in die zin dat de minderjarige inmiddels 13 jaar oud is. 4.6 Wat de behoefte van de minderjarige betreft, hanteert het gerecht als richtsnoer dat deze in Aruba voor een kind in de leeftijd als die van partijen Afl. 650,-- per maand bedraagt. In dit bedrag zitten begrepen de schoolkosten en de kosten aan kleding, recreatie en persoonlijke verzorging, zodat met de door de moeder opgevoerde daadwerkelijke kosten van deze lasten bij de vaststelling van de behoefte niet afzonderlijk rekening zal worden gehouden. Dit bedrag kan worden verhoogd indien blijkt van bijzondere uitgaven ten behoeve van het kind die niet zijn begrepen in genoemd bedrag van Afl. 650,-- (zoals noodzakelijke kosten voor naschoolse opvang). De moeder woont met de minderjarige in Brazilië. Dat er sprake is van meer kosten ten behoeve van de minderjarige is echter aan de hand van de door de moeder overgelegde stukken en in het licht van het door de vader gevoerde verweer in onvoldoende mate aannemelijk geworden. Nu de vader zich bereid heeft verklaard om een bedrag van Afl. 650,-- per maand aan kinderalimentatie te betalen, zal het gerecht dienovereenkomstig beslissen, en voorts bepalen dat deze alimentatie op 1 maart 2016 zal ingaan. Het verzoek van de man voor zover inhoudende dat hij de alimentatie op een eigen bankrekening van de minderjarige kan storten wordt afgewezen, omdat de moeder verantwoordelijk is voor de juiste besteding van de gelden. Het verzoek van de man voor zover inhoudende dat hij het schoolgeld direct kan betalen aan de school, hetgeen dan in mindering strekt op de alimentatie, wordt eveneens afgewezen, omdat de moeder belast is met het eenzijdig gezag over de minderjarige en verantwoordelijk is voor de betaling van het schoolgeld, terwijl rechtstreekse betaling aan de school eveneens op praktische bezwaren zal kunnen gaan stuiten. 4.7 Het gerecht ziet in de aard van het verzoek aanleiding de kosten te compenseren. 5DE BESLISSING Het gerecht: wijzigt de beschikking van [datum] 2014 (EJ-2638/2013) in dier voege dat het bedrag dat de vader als bijdrage in het levensonderhoud van de minderjarige dient te betalen ingaande 1 maart 2016 wordt bepaald op Afl. 650,= per maand, verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad, wijst af het meer of anders verzochte, compenseert de kosten aldus dat ieder der partijen de eigen kosten draagt. Deze beschikking is gegeven door mr. M. Schoemaker, rechter in dit gerecht en werd in het openbaar uitgesproken op dinsdag 16 februari 2016, in tegenwoordigheid van de griffier.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.