Vonnis van 9 maart 2016 Behorend bij A.R. 43 van 2015 GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA VONNIS in de zaak van: de naamloze vennootschap ELEKTRICITEIT MAATSCHAPPIJ ARUBA N.V., gevestigd te Aruba, EISERES, hierna ook te noemen: Elmar, gemachtigde: de advocaat mrs. M.G.M. Schwengle en C.A.P. Schröder, tegen: [naam], wonende te Aruba, GEDAAGDE, hierna ook te noemen: G*, gemachtigde: de advocaat mr. J.J. Steward. 1DE VERDERE PROCEDURE Het verdere verloop van de procedure blijkt uit: - het tussenvonnis van 10 juni 2015, waarbij een comparitie na antwoord is bepaald; - de brief van 29 juni 2015 aan de zijde van Elmar met producties; - de conclusie van repliek; - de conclusie van dupliek; - de akte niet dienen aan de zijde van Elmar. De zaak is daarna verwezen naar de rol voor vonnis. 2DE VASTSTAANDE FEITEN 2.1 Tussen partijen bestaat sinds 2002 een overeenkomst ter zake de levering van elektriciteit aan het adres [adres]. Onderaan het aansluitformulier is vermeld: ‘Hij verklaart zich tevens te onderwerpen aan de door de Gouverneur vastgestelde installatievoorschriften en goedkeurde aansluitvoorwaarden. 2.2 Artikel 6 lid 4 van deze voorwaarden luidt:‘De verbruiker is aansprakelijk voor de schade welke naar het oordeel van het elektriciteitsbedrijf een gevolg is van het schenden van de zegels en/of van de afsluitingen aan de aansluitingstoestellen door anderen dan het elektriciteitsbedrijf.’ 2.3 Artikel 7 lid 3 van de Aansluitingsvoorwaarden luidt: ‘Blijkt dat een of meer zegels en/of aansluitingen aan de aansluittoestellen zijn geschonden, dan wel dat op enige wijze de aanwijzingen van het meettoestel is (zijn) beïnvloed of enige nevenverbinding aan de aansluiting buiten voorkennis van het elektriciteitsbedrijf is tot stand gebracht, dan zal het elektriciteitsbedrijf een vergoeding kunnen vorderen tot een bedrag, berekend naar het verbruik van het totale nominale vermogen der rechtmatig en onrechtmatig aangesloten installatie gedurende 720 uren per maand over de door het elektriciteitsbedrijf vermoede duur van de geconstateerde onrechtmatigheid, onverminderd zijn recht op vergoeding van andere schaden, waaronder de kosten van onderzoek, herstelling en herplaatsing van het meettoestel en ongeacht enige strafrechtelijke vervolging van verbruiker.’ 2.4 Uit de rapportage van Elmar van 23 september 2014, overgelegd als productie 3 bij verzoekschrift, volgt onder meer het volgende: Op 5 augustus (GEA: 2013) heeft Elmar tijdens het afsluiten wegens wanbetaling geconstateerd dat op het adres [adres] in de verzekeringskast een gat is geboord en een draad op de houder is geplaatst. Hierdoor was het mogelijk om illegaal stroom af te tappen. Eerder, op 14 september 2011 en op 4 mei 2012 was ook geconstateerd dat er geknoeid was in de meterkast, waardoor het mogelijk was om illegaal stroom af te tappen. Op 29 oktober 2013 heeft de klant om weder aansluiting gevraagd en heeft Elmar de meter geplaatst. 2.5 Op 10 augustus 2014 heeft Elmar een opname gedaan van de aanwezige elektrische apparaten op genoemd adres. Deze lijst met de aangetroffen elektra verbruikende apparaten/lampen is overlegd bij productie 3 bij het verzoekschrift. 2.6 Uit de verbruikersregistratie (ook overlegd als productie 3 bij verzoekschrift) volgt dat het verbruik op [adres] vanaf november 2013 sterk is afgenomen. 3DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN 3.1 Elmar vordert bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad veroordeling van G* tot betaling van Afl. 29.226,39 te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 5 augustus 2014, met veroordeling van G* tot vergoeding van de proceskosten. 3.2 Elmar grondt de vordering primair op artikel 7 lid 3 jo artikel 6 lid 4 van de Aansluitingsvoorwaarden. Voor zo ver Elmar zich niet kan beroepen op de algemene voorwaarden baseert Elmar de vordering op artikel 6:74 BWA, ongerechtvaardigde verrijking dan wel onrechtmatige daad. Ook indien het juist is dat de partner van G* degene is geweest die met de meter heeft geknoeid is deze onrechtmatige daad aan G* toe te rekenen. 3.3 G* voert hiertegen samengevat het volgende verweer. G* betwist dat zij met de meter heeft geknoeid. Voorts betwist G* de toepasselijkheid van de Aansluitingsvoorwaarden, nu Elmar haar nimmer een redelijke mogelijkheid heeft geboden om hiervan kennis te nemen. De voorwaarden zijn niet ter hand gesteld, noch heeft Elmar aan G* bekend gemaakt dat deze ter inzage liggen dan wel op verzoek worden toegezonden. Nu Elmar niet heeft voldaan aan het bepaalde in artikel 6:234 lid 1 BWA zijn de algemene voorwaarden vernietigbaar. G* heeft geen onrechtmatige daad gepleegd en voor zover deze is gepleegd door haar partner is die niet toerekenbaar aan haar. Voor zo ver het gerecht de diefstal bewezen acht, dient de schadevergoeding naar redelijkheid te worden vastgesteld ex artikel 6:97 BWA. 4DE BEOORDELING 4.1 Voorop wordt gesteld dat indien er sprake is van diefstal van stroom, die geleverd is aan het adres [adres], G* als contractuele wederpartij van Elmar, hiervoor in beginsel aansprakelijk is. 4.2 Anders dan G* is het gerecht van oordeel dat op basis van de overgelegde rapportage van 23 september 2014 van Elmar is komen vast te staan dat er geknoeid was met de meter, die de stroomtoevoer regelt op het adres [adres]. De inhoud van dit rapport is bevestigd door vijf werknemers, die allen een schriftelijke verklaring hebben afgelegd en die bereid zijn de inhoud hiervan onder ede te herhalen. Zij bevestigen dat de aansluiting van perceel [adres] verbonden was met knijpers, waardoor illegaal stroom kon worden afgetapt en Elmar het verbruik niet kon registreren. Voorts staat vast dat het verbruik in de periode november 2013 tot en met 8 augustus 2014 aanzienlijk lager was dan voorheen. De aangetroffen situatie in de meterkast in combinatie met de forse verlaging van het verbruik rechtvaardigt de conclusie dat er ten behoeve van het adres [adres] sprake is geweest van diefstal van stroom. De door G* overgelegde verklaring van buurman Juan R. Janga, waaruit volgt dat hij gedurende anderhalf jaar aan G* stroom heeft geleverd, leidt niet tot een ander oordeel. Zelfs indien deze juist zou zijn, komt aan de verklaring geen betekenis toe omdat de levering door de buurman betrekking heeft op de periode februari 2011 tot november
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.