Vonnis van 9 maart 2016 Behorend bij A.R. no. 1757 van 2006 GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA VONNIS in de zaak van:
- de rechtspersoonlijkheid bezittende vereniging SINDICATO DI EMPLEADONAN PUBLICO I PRIVA, hiena ook te noemen: SEPPA,
- de rechtspersoonlijkheid bezittende vereniging SINDICATO DI TRAHADORNAN DEN TELECOMMUNICATION, hiena ook te noemen: STT,
- [naam] en 31 anderen, hierna ook te noemen: E* c.s., gevestigd respectievelijk wonende te Aruba, eisers, gemachtigde: de advocaat mr. M.M.M.C. Ecury, tegen:
- de naamloze vennootschap SETAR N.V., hierna ook te noemen: Setar,
- de openbare rechtspersoon LAND ARUBA, hierna ook te noemen: het Land,
- de MINISTER VAN ALGEMENE ZAKEN, hierna ook te noemen: de Minister, gevestigd respectievelijk zetelend in Aruba, gemachtigden: de advocaten mrs. A.J. Swaen (Setar), J.P. Sjiem Fat en D.M. Canwood (het Land en de Minister). 1DE PROCEDURE 1.1 Het verloop van de procedure tot 12 maart 2014 blijkt uit het tussenvonnis van dit Gerecht van die datum. Het verdere verloop van de procedure blijkt uit: -het deskundigenbericht van Caribbean Accounting & Tax Consultants N.V. van januari 2015; -de door E* c.s. op 3 juni 2015 genomen conclusie na deskundigenbericht; -de door E* c.s. op 19 juni 2015 genomen akte na deskundigenbericht, met producties; -de door het Land op 9 september 2015 genomen antwoordconclusie na deskundigenbericht, met één productie. 1.2 Vonnis is nader bepaald op heden. 2DE VERDERE BEOORDELING 2.1 Het Gerecht blijft bij hetgeen is overwogen en beslist in alle tussenvonnissen, behoudens het volgende. Het Gerecht komt, zoals reeds aangekondigd in het laatste tussenvonnis (hierna: het tussenvonnis), op grond van voortschrijdend inzicht terug op zijn niet juist gebleken oordeel dat voor de bij partijen genoegzaam bekende berekeningen de werkgeversbijdragen niet moeten meegerekend. Voor de motivering daarvan wordt verwezen naar rechtsoverweging 2.7 en 2.8 van het tussenvonnis, in verbinding met het volgende. Uit de tekst van de in dat vonnis onder 2.7 neergelegde citaten, welk tekst te dezen ter zake van uitleg van wat tussen partijen geldt met betrekking tot afvloeiing van groot belang is (ex de zogeheten cao-norm), volgt niet mis te verstaan dat de werkgeversbijdragen AZV en AOV/AWW wel moeten worden meegerekend. Er zijn geen voor derden kenbare omstandigheden gesteld of gebleken die tot een andere uitleg nopen. De andersluidende standpunten van het Land te dien aanzien worden verworpen. 2.2 Wat betreft het deskundigenrapport wordt het volgende vooropgesteld. Het Gerecht ziet geen grond om te twijfelen aan de deskundigheid en betrouwbaarheid van de deskundige, terwijl het Gerecht evenmin grond ziet om te twijfelen aan de betrouwbaarheid van het door haar uitgebrachte rapport. In dat licht wordt wat betreft de tegen het rapport gerichte bezwaren van het Land zoals geformuleerd onder
- tot en met
- van zijn conclusie na deskundigenbericht het volgende overwogen. Zo het Land die bezwaren tijdig kenbaar heeft gemaakt aan de deskundige, heeft die in haar deskundig- en betrouwbaarheid geen aanleiding gezien om anders te rapporteren dan zij heeft gedaan. Voor zover het Land die bezwaren niet kenbaar heeft gemaakt aan de deskundige, had het op zijn weg gelegen om dat wel te doen. Het mogelijke nalaten te dien aanzien komt en blijft voor rekening en risico van het Land. Hierbij wordt nog overwogen dat niet is gesteld door het Land dat er onder E* c.s. personen zijn die nog voor ommekomst van de de voor hen geldende afvloeiingsregeling voorgoed zijn vertrokken naar het buitenland, en evenmin is gesteld dat er onder hen personen zijn die nog voor ommekomst van de voor hen geldende afvloeiingsregeling zijn overleden. Tegen de hier geschetste achtergrond schaart het Gerecht zich achter het door de deskundige uitgebrachte rapport, en maakt dat tot de zijne. 2.3 Op grond van het deskundigenrapport en de eerder door partijen uitgevoerde berekeningen komt het Gerecht tot het volgende overzicht of de volgende tabel met betrekking tot de eisers waarvan de door het Land en door de eisers uitgevoerde berekeningen niet overeenstemden. naam tot aan het tussenvonnis toegelaten berekening eisers in Afl. berekening Land in Afl. (naar beneden afgerond) berekening deskundige in Afl. zonder AZV en AOV/AWW berekening deskundige in Afl. met AZV en AOV/AWW (voor zover van toepassing) berekening eisers in Afl. met AZV en AOV/AWW (voor zover van toepassing) Naam 1 26.867 24.729 26.391 29.341 29.816 Naam 2 4.276 1.067 3.557 7.777 8.495 Naam 3 17.481 16.930 16.930 16.930 17.481 Naam 4 2.300 501 1.671 4.130 4.757 Naam 5 26.152 18.237 24.342 35.490 37.269 Naam 6 3.493 1.507 3.398 6.402 6.580 Naam 7 8.392 2.111 7.038 15.122 16.741 Naam 8 25.960 9.869 22.265 39.538 43.227 Naam 9 23.834 5.827 19.426 46.593 51.000 Naam 10 15.776 9.600 9.601 9.601 15.776 Naam 11 8.625 2.109 7.031 16.863 18.456 Naam 12 13.365 3.369 11.231 23.324 25.237 Naam 13 891 881 881 881 891 Naam 14 20.565 10.443 17.684 31.781 34.661 Naam 15 19.663 6.229 15.678 36.850 40.820 Naam 16 21.950 5.457 18.193 41.366 45.123 Naam 17 25.601 17.224 23.464 33.476 35.617 Naam 18 41.012 35.163 40.003 44.485 46.453 Naam 19 27.979 11.365 24.422 46.470 49.911 Naam 20 1.515 1.502 1.509 1.509 1.515 Naam 21 7.257 3.625 7.258 13.624 14.668 Naam 22 25.921 11.369 22.577 43.209 46.552 totaal 368.875 199.114 324.540 544.762 591.046 2.4 Uit voormelde tabel in verbinding met hetgeen in rechtsoverweging 2.1 is overwogen volgt dat de in de voorlaatste kolom (met als kopje: “berekening deskundige in Afl. met AZV en AOV/AWW (voor zover van toepassing)”) vermelde vetgedrukte bedragen met betrekking tot de respectieve personen waarvoor die gelden voor toewijzing in aanmerking komen, nu al die bedragen minder zijn dan de door E* c.s. berekende bedragen zoals vermeld in de laatste kolom van de tabel (met als kopje: “berekening eisers in Afl. met AZV en AOV/AWW (voor zover van toepassing)”. 2.5 Uit de tabel volgt verder dat het verschil tussen de aanvankelijk toegelaten door E* c.s. berekende bedragen (zie de tweede kolom van de tabel met als kopje: “tot aan het tussenvonnis toegelaten berekening eisers in Afl.”) ten opzichte van de door de deskundige berekende bedragen zonder werkgeversbijdrage AZV en AOV/AWW in sterke mate minder groot is dan de door het Land berekende bedragen zoals weergegeven in de derde kolom van de tabel (met als kopje: “berekening Land in Afl. (naar beneden afgerond)”). Dat brengt reeds met zich dat het Land de kosten van de deskundige zal moeten dragen, hetgeen temeer klemt omdat de door E* c.s. met AZV en AOV/AWW berekende en toe te wijzen bedragen - behoudens het bedrag met betrekking tot [naam 33] (waarover hierna meer), niet significant afwijken van de door de deskundige berekende bedragen. 2.6 De berekening van deskundige met betrekking [naam 33] (oftewel [naam 33]) behelst een bedrag van Afl. 24.142,--. De deskundige vermeldt hierbij in haar rapport: “Bij [naam 33] was de continu toelage door alle partijen over het hoofd gezien. Deze is nu wel in de berekening opgenomen.”. Hoewel dat op hun weg had gelegen hebben E* c.s. deze bevinding van de deskundige verder niet in het partijdebat betrokken, in die zin dat zij niet nader hebben gesteld dat de door hen uitgevoerde berekening niet klopt. Het Gerecht zal daarom wat betreft [naam 33] de in het tussenvonnis onder rechtsoverweging 2.2 vermelde bedrag ad Afl. 18.238,-- in aanmerking (blijven) nemen als het in dit geval toe te wijzen bedrag. 2.7 Resumerend geldt dat het Land de volgende onderscheidenlijke bedragen (in Afl.) aan de volgende respectieve eisers dient te betalen, waartoe het zal worden veroordeeld. Er zijn geen feiten of omstandigheden gesteld die een ander oordeel kunnen dragen. Naam 1 29.341,-- Naam 2 7.777,-- Naam 3 16.930,-- Naam 4 4.130,-- Naam 5 35.490,-- Naam 6 6.402,-- Naam 7 15.122,-- Naam 8 39.538,-- Naam 9 46.593,-- Naam 10 9.601,-- Naam 11 16.863,-- Naam 12 23.324,-- Naam 13 881,-- Naam 14 31.781,-- Naam 15 36.850,-- Naam 16 41.366,-- Naam 17 33.476,-- Naam 18 44.485,-- Naam 19 46.470,-- Naam 20 1.509,-- Naam 21 13.624,-- Naam 22 43.209,-- Naam 23 16.464,-- Naam 24 21.456,-- Naam 25 17.481,-- Naam 26 20.865,-- Naam 27 18.238,-- Naam 28 53.250,-- Naam 29 15.776,-- Naam 30 17.291,-- Naam 31 16.516,-- Naam 32 10.334,-- 2.8 De over voormelde bedragen gevorderde wettelijke verhoging zal worden afgewezen, nu het te dezen gaat om schadevergoeding uit hoofde van onrechtmatige daad en niet om nakoming van een arbeidsovereenkomst in de zin van betaling van achterstallig loon. De gevorderde wettelijke rente over voormelde toe te wijzen bedragen en de ingangsdatum daarvan, te weten 21 juni 2006 (de datum der indiening van het inleidend verzoekschrift) zullen worden toegewezen als na te melden. 2.9 Het Gerecht ziet geen grond of aanleiding om dit vonnis niet uitvoerbaar bij voorraad te verklaren, zoals verzocht door het Land. 2.10 Wat betreft de door E* c.s. primair gevorderde vernietiging van de door hen gestelde bij partijen genoegzaam bekende eenzijdige wijziging en de in dat verband subsidiair gevorderde verklaring voor recht wordt het volgende overwogen. Tegen de achtergrond van de grondslag voor de aan E* c.s. toe te wijzen bedragen moeten die vorderingen, als zijnde vaag of onvoldoende helder of niet verder ter zake doende (en daarom bij gebrek aan belang), worden afgewezen. Verwezen wordt in dit verband naar de rechtsoverwegingen 3.12 tot en met 3.14 van het tussenvonnis van 9 september
- 2.11 Het Land zal, als de overwegend in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de kosten van deze procedure gevallen aan de zijde van E* c.s., tot aan deze uitspraak begroot op (450,-- + 171,-- =) Afl. 621,-- aan verschotten, Afl. 15.190,-- aan door E* c.s. betaald voorschot voor de deskundige (inclusief bbo en bankkosten) en Afl. 28.500,-- aan salaris voor de gemachtigden (7,5 punten van liquidatietarief 9, ad Afl. 3.800,-- per punt). 2.12 De door E* c.s. te vergoeden proceskosten van Setar worden tot aan deze uitspraak begroot op Afl. 11.400,-- aan salaris voor de gemachtigde (3 punten van liquidatietarief 9, ad Afl. 3.800,-- per punt). 3DE BESLISSING Het Gerecht: -veroordeelt het Land om de hiervoor onder 2.7 vermelde onderscheidenlijke bedragen te betalen aan de aldaar genoemde onderscheidenlijke eisers, telkens te vermeerderen met wettelijke rente gerekend vanaf 21 juni 2006 tot aan de dag der algehele voldoening; -veroordeelt het Land in de kosten van deze procedure gevallen aan de zijde van E* c.s., tot aan deze uitspraak begroot op Afl. 621,-- aan verschotten, Afl. 15.190,-- aan door E* c.s. betaald voorschot voor de deskundige (inclusief bbo en bankkosten) en Afl. 28.500,-- aan salaris voor de gemachtigden; -verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad; -wijst af het meer of anders verzochte; -veroordeelt E* c.s. in de kosten van deze procedure gevallen aan de zijde van de Minister, tot aan deze uitspraak begroot op nihil; -veroordeelt E* c.s. in de kosten van deze procedure gevallen aan de zijde van de Setar, tot aan deze uitspraak begroot op Afl. 11.400,-- aan salaris voor de gemachtigde. Dit vonnis is gewezen door mr. A.H.M. van de Leur, rechter, en in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op woensdag 9 maart 2016.
🔗 Naar officiële bron
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.