GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA S T R A F V O N N I S in de zaak tegen de verdachte: [verdachte], geboren op [geboortedatum] 1989 in [geboorteplaats], wonende in [woonplaats], thans alhier gedetineerd. 1Onderzoek van de zaak Het onderzoek ter openbare terechtzitting heeft plaatsgevonden op 19 februari 2016. De verdachte is verschenen, bijgestaan door zijn raadsman, mr. I.A. Nicolaas. De officier van justitie, mr. A. Erades, heeft ter terechtzitting gevorderd de verdachte ter zake van feit 1 subsidiair en feit 2 te veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van drie jaren, met aftrek van voorarrest. De raadsman heeft het woord tot verdediging gevoerd. De benadeelde partijen [slachtoffer 1], vertegenwoordigd door zijn gemachtigde mr. M.A. Kock en [slachtoffer 2] hebben ter terechtzitting een vordering tot schadevergoeding ingediend. 2Tenlastelegging Aan de verdachte is tenlastegelegd: Feit 1 hij, op of omstreeks 26 oktober 2015 in Aruba, Tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen geld en/of mobiele telefoons en/of sieraden en/of horloges en/of portemonnees en/of sleutels, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5 en/of [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 7] en/of [slachtoffer 8] en/of [slachtoffer 9], - welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen voornoemde personen, - gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijker te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan andere deelnemers aan voormeld misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, - welk geweld en/of bedreiging met geweld hierin bestond dat, hij verdachte, en/of een van zijn mededaders: - een vuurwapen op voornoemde personen heeft gericht en/of - voornoemde personen heeft vastgebonden, en/of - [ slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 6] met een vuurwapen tegen zijn/hun hoofd heeft geslagen, en/of - [ slachtoffer 3] in/tegen zijn gezicht heeft geslagen, en/of - [ slachtoffer 2] tegen zijn rug heeft geschopt, en/of - twee vingers in de ogen van [slachtoffer 2] heeft gestopt, en/of - heeft gezegd dat wanneer de politie bij het casino zou komen voordat ze het geld van het casino zouden krijgen, hij iedereen zou vermoorden, en/of - heeft gezegd dat hij benen zou gaan uitzagen; Artikel 2:291 lid 1 en lid 2 juncto artikel 1:123 lid 1 onder a wetboek van strafrecht Subsidiair, indien ten aanzien van het vorenstaande geen bewezenverklaring of veroordeling mocht of zou kunnen volgen [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte3], op of omstreeks 26 oktober 2015 in Aruba, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft/hebben weggenomen geld en/of mobiele telefoons en/of sieraden en/of horloges en/of portemonnees en/of sleutels, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 7] en/of [slachtoffer 8] en.of [slachtoffer 9], in elk geval aan een ander of anderen dan aan die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3], - welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen voornoemde personen, - gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijker te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan andere deelnemers aan voormeld misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, - welk geweld en/of bedreiging met geweld hierin bestond dat die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3]: - een vuurwapen op voornoemde personen heeft gericht en/of - voornoemde personen heeft vastgebonden, en/of - [ slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 6] met een vuurwapen tegen zijn/hun hoofd heeft geslagen, en/of - [ slachtoffer 3] in/tegen zijn gezicht heeft geslagen, en/of - [ slachtoffer 2] tegen zijn rug heeft geschopt, en/of - twee vingers in de ogen van [slachtoffer 2] heeft gestopt, en/of - heeft gezegd dat wanneer de politie bij het casino zou komen voordat ze het geld van het casino zouden krijgen, hij iedereen zou vermoorden, en/of - heeft gezegd dat hij benen zou gaan uitzagen; bij en/of tot het plegen van wel misdrijf hij, verdachte, in of omstreeks de periode van 18 oktober 2015 tot en met 25 oktober 2015 in Aruba opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft door die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] een vuurwapen te leveren en/of te verschaffen; Artikel 2:291 lid 1 en lid 2 juncto artikel 1:124 wetboek van strafrecht Feit 2 Hij, in of omstreeks de periode van 1 maart 2015 tot en met 25 oktober 2015, in Aruba zonder machtiging van de minister van Justitie of een door hem aangewezen ambtenaar, voorhanden heeft gehad: - een pistool kaliber 9 mm, Merk Smith & Wesson, in elk geval een vuurwapen als bedoeld in artikel 3, eerste lid van de Vuurwapenverordening, en/of - munitie, te weten 8, althans een of meer, patronen (kaliber 9 mm); Artikel 3 Vuurwapenverordening 3Voorvragen Geldigheid van de dagvaarding Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding aan alle wettelijke vereisten voldoet en dus geldig is. Bevoegdheid van het gerecht Krachtens de wettelijke bepalingen is het gerecht bevoegd van het tenlastegelegde kennis te nemen. Ontvankelijkheid van de officier van justitie Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die aan de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de weg staan. Redenen voor schorsing van de vervolging Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging gebleken. 4Bewijsbeslissingen Vrijspraak Het gerecht heeft uit het onderzoek op de terechtzitting door de inhoud van wettige bewijsmiddelen niet de overtuiging bekomen dat de verdachte het onder feit 1 tenlastegelegde heeft begaan en zal de verdachte daarvan vrijspreken. Volgens de vaste jurisprudentie van de Hoge Raad houden in het geval van medeplegen de voorwaarden voor aansprakelijkstelling vooral in dat er sprake moet zijn geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking met een ander of anderen (zie ook de uitspraak van de Hoge Raad van 24 mei 2011, ECLI:NL:HR:2011:BP6581). De kwalificatie medeplegen is voorts slechts dan gerechtvaardigd als de bewezenverklaarde - intellectuele en/of materiële - bijdrage van de verdachte aan het delict van voldoende gewicht is. Hiervan is niet gebleken. Ook de subsidiair ten laste gelegde medeplichtigheid is naar het oordeel van het gerecht onvoldoende komen vast te staan. Medeplichtigheid als bedoeld in artikel 1:124 onder 1° of 2° van het Wetboek van Strafrecht vereist dat het opzet van verdachte al dan niet in voorwaardelijke vorm was gericht op zowel de eigen hulpverlening als op het door de dader(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.