Vonnis van 13 april 2016 Behorend bij A.R. 1862 van 2015 GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA VONNIS in de zaak van: de naamloze vennootschap ISLAND FINANCE ARUBA N.V., te Aruba, EISERES, hierna ook te noemen: Island Finance, gemachtigde: de advocaten mr. M.E.D. Brown en mr. A.E. Barrios, tegen: Gedaagde , wonende in [woonplaats], GEDAAGDE, hierna ook te noemen: [Gedaagde], procederend in persoon. 1DE PROCEDURE Het verloop van de procedure blijkt uit: - het verzoekschrift met producties, ingediend op 25 augustus 2015; - de conclusie van antwoord van 30 september 2015; - de conclusie van repliek van 6 januari 2016; - de akte van niet dienen die op 2 maart 2016 op verzoek van Island Finance tegen [Gedaagde] is verleend. Vonnis is bepaald op heden. 2DE VASTSTAANDE FEITEN 2.1 Tussen Island Finance en [Gedaagde] is een leenovereenkomst gesloten op 24 juni
- 2.2 [ Gedaagde] is tekort geschoten in de nakoming van de uit die overeenkomst voortvloeiende betalingsverplichtingen. 3DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN 3.1 Island Finance vordert – uitvoerbaar bij voorraad – veroordeling van [Gedaagde] tot betaling van Afl. 14.471,15, te vermeerderen met de overeengekomen rente 1,4% per maand vanaf 30 april 2014 tot een maximum van Afl. 9.576,91 en bereiken van dit maximum te vermeerderen met de wettelijke rente en vermeerderd met 15% overeengekomen en gemaakte buitengerechtelijke incassokosten zijnde Afl. 2.170,67 en met veroordeling van [Gedaagde] tot vergoeding van de proceskosten. 3.2 [ Gedaagde] heeft de hoofdsom erkend maar voert aan dat zij met een medewerker van Island Finance een betalingsregeling heeft getroffen. 4DE BEOORDELING 4.1 [ Gedaagde] heeft bij conclusie van antwoord het verweer gevoerd dat zij een betalingsregeling met Island Finance heeft getroffen. Dit is door Island Finance bij conclusie van repliek gemotiveerd weersproken. Omdat [Gedaagde] hier niet meer op heeft gereageerd, moet de ontkenning van Island Finance dat een betalingsregeling is getroffen voor juist worden gehouden. De vorderingen van Island Finance zijn daarom opeisbaar zodat deze, omdat zij op de wet zijn gegrond, zullen worden toegewezen. 4.2 Als de in het ongelijk te stellen partij zal [Gedaagde] de proceskosten van Island Finance moeten vergoeden. Die kosten bedragen, Afl. 750,- aan griffierecht, Afl. 205,10 aan explootkosten en Afl. 1.500,- aan salaris van de gemachtigde (2 punten van liquidatietarief 4, ad Afl. 750,- per punt), zijnde in totaal Afl. 2.455,
- 5DE UITSPRAAK De rechter in dit gerecht: veroordeelt [Gedaagde] tot betaling aan Island Finance van een bedrag van Afl. 14.471,15, te vermeerderen met de overeengekomen rente 1,4% per maand vanaf 30 april 2014 tot een maximum van Afl. 9.576,91 en na bereiken van dit maximum te vermeerderen met de wettelijke rente alsmede vermeerderd met buitengerechtelijke incassokosten zijnde Afl. 2.170,67; veroordeelt [Gedaagde] in de kosten van de procedure die tot de datum van uitspraak aan de kant van Island Finance worden begroot op Afl. 2.455,10, verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door mr. P.W. van Schendel, rechter, en werd uitgesproken door mr. W.J. Noordhuizen, ter openbare terechtzitting van woensdag 13 april 2016 in aanwezigheid van de griffier.