Beschikking van 3 mei 2016 Behorend bij E.J. no. 2309 van 2015 GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA BESCHIKKING in de zaak van: [X], wonende in Aruba, verzoeker, hierna ook te noemen: [X], gemachtigde: de advocaat mr. G. de Hoogd, tegen: [Y], h.o.d.n. [EENMANSZAAK], wonende en gevestigd in Aruba, verweerster, hierna ook te noemen: [Y], gemachtigde: de advocaat mr. D.G. Kock. 1DE PROCEDURE 1.1 Het verloop van de procedure blijkt uit: -het verzoekschrift, met producties; -het verweerschrift; -de aantekeningen van de griffier van de mondelinge behandeling van de zaak ter terechtzitting van 26 januari 2016. 1.2 Uit die aantekeningen blijkt dat [X] samen met zijn gemachtigde en dat [Y] bij haar gemachtigde ter zitting zijn verschenen. Partijen hebben ter zitting bij monde van hun gemachtigden over en weer het woord gevoerd, [X] onder overlegging van een pleitnota voorzien van toegelaten producties. 1.3 Beschikking is nader bepaald op heden. 2DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN 2.1 [ X] verzoekt het Gerecht om - zo het begrijpt - bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren beschikking: a. voor recht verklaart dat er sprake is van een arbeidsovereenkomst tussen partijen; b. [Y] veroordeelt om tegen kwijting aan [X] te betalen Afl. 14.300,-- aan achterstallig loon, te vermeerderen met de wettelijke verhoging en met wettelijke rente; c. [Y] veroordeelt om tegen kwijting aan [X] (door) te betalen zijn loon gerekend vanaf 13 april 2015 totdat de arbeidsovereenkomst tussen partijen rechtsgeldig zal zijn beëindigd, achterstallig loon te vermeerderen met de wettelijke verhoging en met wettelijke rente; d. [Y] beveelt om [X] zodra hij niet langer arbeidsongeschikt is weder te werk te stellen conform de overeengekomen werkzaamheden; e. te dezen enige ander juist voorkomende beslissing neemt; f. [Y] veroordeelt in de proceskosten. 2.2 [ Y] voert verweer en concludeert dat [X] niet-ontvankelijk moet worden verklaard in het door hem verzochte, althans tot ontzegging daarvan, uitvoerbaar bij voorraad te verklaren kosten rechtens. 2.3 Voor zover van belang voor de beslissing worden de stellingen van partijen hierna besproken. 3DE BEOORDELING 3.1 Er zijn gronden gesteld noch gebleken waaruit volgt dat [X] niet-ontvankelijk moet worden verklaard in het door hem verzochte. De stelling van [Y] - dat [X] in zijn vorderingen niet-ontvankelijk is in de onderhavige zo geduide EJ-procedure, omdat er volgens [Y] geen sprake is van een tussen partijen gesloten of bestaande arbeidsovereenkomst - is niet juist. Ingevolge het tweede lid van artikel 429b Rv wordt een beschikking gegeven in onder meer zaken betreffende een arbeidsovereenkomst. Redelijke uitleg van dat artikel brengt met zich dat ook beschikking wordt gegeven in zaken betreffende een beweerdelijke arbeidsovereenkomst, waaronder begrepen beweerdelijke uit die overeenkomst voortvloeiende aanspraken van de werknemer op de werkgever (vice versa). Het ontvankelijkheidsverweer van [Y] wordt verworpen. 3.2 De centraal in dit geschil te beantwoorden vraag is of [X] al dan niet krachtens een tussen partijen gesloten arbeidsovereenkomst werkzaamheden verrichtte voor [Y]. 3.3 Tegen die achtergrond staat als enerzijds gesteld en anderzijds niet of onvoldoende bestreden onder meer het volgende vast tussen partijen. [X] heeft vanaf 1 mei 2010 tot 13 april 2015 constructiewerkzaamheden verricht voor [Y], laatstelijk tegen een dagloon van Afl. 125,--. [Y] droeg met betrekking tot [X] geen loonbelasting en sociale premies af. [X] werd niet door [Y] betaald voor wegens ziekte niet gewerkte dagen. [X] was vrij om te komen en te gaan bij [Y], en werd alleen betaald voor gewerkte dagen. [Y] heeft dienaangaande, net als alle andere bouwvakkers, nooit geklaagd bij [Y]. Partijen hebben nooit een schriftelijke arbeidsovereenkomst gesloten. 3.4 Voorop wordt gesteld dat zonder schriftelijk of mondeling gesloten arbeidsovereenkomst evenwel sprake kan zijn van een uit feitelijkheden voortvloeiende arbeidsovereenkomst. Ook kunnen feitelijkheden met zich brengen dat evenwel sprake is van een arbeidsovereenkomst indien de inhoud en bewoordingen van een tussen partijen gesloten overeenkomst andersluidend is. Eén van de vereisten voor het bestaan van een arbeidsovereenkomst betreft in elk geval en in het algemeen de zogeheten gezagsverhouding tussen de werkgever en de werknemer. Kenmerken van die verhouding zijn onder meer dat de werknemer
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.