Vonnis van 11 mei 2016 Behorend bij B.B. no. 2081 van 2015 GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA VONNIS in de zaak van: Eiseres, wonende te Aruba, hierna ook te noemen: Eiseres, procederend in persoon, tegen: Gedaagde, wonende te Aruba, hierna ook te noemen: Gedaagde, gemachtigde: de advocaat mr. N.S. Gravenstijn. 1DE VERDERE PROCEDURE Het verloop van de procedure blijkt uit: - het verzoekschrift ingediend op 15 september 2015; - het verweerschrift ingediend op 4 januari 2016; Bij rolbeschikking van 27 januari 2016 is de zaak verwezen naar de rolzitting van 24 februari 2016 voor conclusie van repliek. De zaak is eenmaal aangehouden en verwezen naar de rolzitting van 23 maart 2016. Bij beide rolzittingen was Eiseres niet aanwezig en heeft zij geen conclusie van repliek genomen. Bij de rolzitting van 23 maart 2016 is akte niet-dienen van repliek verleend. De zaak is daarna verwezen naar de rol voor vonnis. 2DE VASTSTAANDE FEITEN 2.1 Tussen partijen is op 4 april 2014 een overeenkomst tot geldlening gesloten op grond waarvan Eiseres een bedrag van Afl. 5.000,- heeft geleend aan Gedaagde. 2.2 Op grond van deze overeenkomst was Gedaagde gehouden het bedrag van Afl. 5.000,- binnen zes maanden terug te betalen aan Eiseres. 3DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN 3.1 Eiseres vordert – uitvoerbaar bij voorraad – Gedaagde te bevelen tot betaling van Afl. 5.000,- vermeerderd met 0.58 procent wettelijke rente per maand vanaf 24 oktober 2014 en vermeerderd met 15 procent overeengekomen buitengerechtelijke incassokosten, met veroordeling van Gedaagde tot vergoeding van de proceskosten. 3.2 Eiseres grondt de vordering erop dat Gedaagde haar terugbetalingsverplichting niet is nagekomen en dat de vordering opeisbaar is geworden. 3.3 Gedaagde voert hiertegen verweer strekkende tot afwijzing van het door Eiseres verzochte nu zij aan haar terugbetalingsverplichting heeft voldaan. 4DE VERDERE BEOORDELING 4.1 Bij rolbeschikking van 27 januari 2016 is de zaak verwezen naar de rolzitting van 24 februari 2016 voor conclusie van repliek. Eiseres is toen ter zitting niet verschenen en heeft evenmin gerepliceerd. Uit het dossier is echter gebleken dat Eiseres niet op de hoogte was dat zij op 24 februari 2016 en vervolgens op 23 maart 2016 een conclusie van repliek diende te nemen. Op de rolzitting van 23 maart 2016 is ten onrechte akte niet-dienen verleend. 4.2 De zaak is vervolgens ten onrechte verwezen naar de rolzitting van heden voor het wijzen van vonnis. Gelet op het feit dat Eiseres niet in de gelegenheid is gesteld een conclusie van repliek te nemen, dient een nieuwe datum hiervoor te worden bepaald, onder uitreiking van een afschrift van het verweerschrift. 4.3 Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden. 5DE UITSPRAAK De rechter in dit gerecht: verwijst de zaak naar de rolzitting van woensdag 8 juni 2016 om 08:30 uur voor conclusie van repliek zijdens Eiseres; houdt iedere verdere beslissing aan. Dit vonnis is gewezen door mr. Y.M. Vanwersch, rechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 11 mei 2016 in tegenwoordigheid van de griffier.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.